Close Menu
Brochure -Kansen voor fauna in natuurbeheer

Brochure -Kansen voor fauna in natuurbeheer

Dertig jaar na verschijnen van het boek ‘Insektenbeheer’ en twintig jaar na het OBN Preadvies Fauna, is er veel veranderd in het natuurbeheer. Tot in de jaren ’90 waren maatregelen vooral gericht op bodem en planten. Fauna zou automatisch mee profiteren van de maatregelen, ook wanneer deze grootschalig werden ingezet. Deze aanname bleek vaak onterecht en de aandacht voor specifieke knelpunten en mogelijke oplossingen voor fauna is dan ook sterk gegroeid.

Toch valt er voor fauna in natuurbeheer nog veel winst te behalen. Deze brochure geeft hiervoor handvatten, waarbij twee thema’s in het oog springen. Ten eerste de manier waarop diersoorten gebruik maken van het landschap. Hiervoor zijn mozaïeken en gradiënten, dynamische processen en kleine landschapselementen (microhabitats) voor diersoorten van groot belang, maar deze variatie is niet een-op-een in te passen in de gebruikelijke vegetatie- of habitatdoelen. Ten tweede blijkt de kwaliteit en beschikbaarheid van voedsel voor diersoorten af te nemen, vaak onzichtbaar voor het menselijk oog. Niet alleen door verzuring en vermesting, maar ook als onbedoeld neveneffect van herstelmaatregelen.

Deze brochure wil beheerders inspireren: welke kansen voor de fauna kunnen in jouw gebied beter benut worden? En zijn bedreigingen in een vroeg stadium te signaleren? Hiervoor stellen we eerst het dier centraal: wat bepaalt hun kwetsbaarheid of tolerantie voor veranderingen in hun leefomgeving? Daarna wordt deze kennis vertaald naar de praktijk van beheer- en herstel maatregelen. Uiteraard is deze brochure niet uitputtend. Voor verdieping over fauna in natuurbeheer staan er contactinformatie en interessante publicaties op de site Natuurkennis.nl en op de laatste pagina’s van deze brochure.

> Download de brochure Kansen voor fauna in natuurbeheer

De belangrijkste aandachtspunten:

  • Fauna is een functioneel onderdeel van het ecosysteem, maar profiteert niet vanzelfsprekend van beheermaatregelen die meestal gericht zijn op vegetatie en bodemkwaliteit.
  • Een gebied is geschikt voor een soort wanneer er continu aan de vier V’s – Voedsel, Veiligheid, Voortplanting & Verplaatsing – wordt voldaan op een oppervlak dat voldoende groot is om een populatie te huisvesten met voldoende genetische variatie.
  • Koester gradiënten en mozaïeken in het landschap. Ze vormen de basis voor geschikt leefgebied en bieden dieren de ruimte om op te schuiven naar de meest gunstige condities. Deze gradienten worden nog belangrijker wanneer extreme weercondities verder toenemen door klimaatverandering.
  • Dynamiek is noodzakelijk om gradiënten en mozaïeken in een landschap te behouden, te laten veranderen en verder te ontwikkelen. Zowel verstarring als een te hoge dynamiek zijn de dood in de pot voor fauna.
  • Bij het ontwikkelen van beheerplannen moeten kennis over de ecologie en verspreiding van diersoorten en kennis over de belangrijke gradiënten in het landschap hand in hand gaan.
  • Leer microbiotopen voor fauna herkennen in het veld. Het behouden of ontwikkelen van deze microbiotopen is voor diersoorten van groot belang.
  • Bouwers, gravers, grazers, predatoren en afvaleters - ook zeer kleine dieren als springstaarten en aaltjes - bepalen samen met schimmels en bacteriën de structuur en chemie van bodem en water en sturen de ontwikkeling van de vegetatie.
  • Kies bij het afvoeren van biomassa en stikstof en bij het herstel van bodemchemie voor maatregelen die de bodem niet verstoren. Dit vergroot de kans op snel herstel van het ecosysteem en van een goede nutriëntenbalans in planten.