Close Menu
Aanpak van stuifzandherstelbeheer: Natuurbeheerplan Oudsbergen

Aanpak van stuifzandherstelbeheer: Natuurbeheerplan Oudsbergen

Advies bestemd voor het Vlaams agentschap Natuur en Bos, gegeven door het OBN-deskundigenteam Droog Zandlandschap.

Raad en Daad advies
Aanvrager: Vlaams agentschap Natuur en Bos
Samenstelling:  M. Riksen en D. Goossens (Deskundigenteam Droog Zandlandschap)

Inleiding
Het Vlaams agentschap Natuur en Bos staat voor de opgave om een beheerplan op te stellen voor het natuurgebied Oudsbergen, dat deel uitmaakt van de Duinengordel in Belgisch Limburg. Met name voor de aanpak van de zones die behoren tot het natuurdoeltype 'stuifzand' zijn er concrete vragen gerezen omtrent een optimaal beheer. De belangrijkste vraag die werd gesteld is: welke strategische keuzes kunnen er gemaakt worden ten aanzien van het stuifzandbeheer in een complexe context zoals die van het natuurgebied Oudsbergen, waarin verschillende natuurdoeltypen en gebruikstypen naast elkaar nagestreeft worden? In dit rapport wordt een leidraad gegeven voor de stappen die er genomen kunnen worden om tot een goed afgewogen beheerplan te komen dat enerzijds een voldoende natuurlijke stuifdynamiek toelaat, en anderzijds het voorkomen waarborgt van de verschillende natuurlijk successiestadia met hun specifieke flora en vegetatie. 

Als algemene inleiding wordt vooreerst een kort overzicht gegeven van de duinen die in centraal Limburg voorkomen. Daarna wordt specifiek ingegaan op de stappen die kunnen worden ondernomen om tot een optimaal stuifzandbeheer te komen.

> download hier het hele rapport

Conclusie
In februari 2023 is een veldbezoek gebracht aan de duinengordel nabij de Oudsberg. Op basis van dat bezoek kan worden geconcludeerd dat de huidige (voorjaar 2023) status van de stuifzandzones er matig ongunstig is. De dynamiek is er te laag om een gunstig effect te hebben op de stuifzandvegetatie aan de randen van de stuifplekken. Daarnaast komt in het gebied veel grijs kronkelsteeltje voor, wat erop wijst dat bij vorige bewerkingen de plagdiepte op deze plekken onvoldoende was. In dit advies is via een stappenplan aangegeven hoe men tewerk kan gaan om een plan op te stellen dat leidt tot een verbetering van de natuurkwaliteit van een stuifzandgebied. Bij het opstellen van een dergelijk plan kan men voor de uitvoering het best in fasen werken waarbij om te beginnen één enkele, of maximaal een tweetal stuifzandcellen worden geplagd tot op het kale zand. Na 3 à 5 jaar wordt de procedure herhaald bij één of twee andere cellen, enzovoort tot alle geselecteerde cellen aan bod zijn gekomen. Het doel van een dergelijke fasering is op elk moment verschillende successiestadia in het gebied te verkrijgen en minder risico te lopen dat soorten door grootschalig afplaggen geheel uit het gebied verdwijnen.