Close Menu

Weidevogels

Bouwstenen voor nieuwe weidevogelpakketten

In opdracht van het ministerie van LNV deed de Kenniskring Weidevogellandschap in 2008 een voorstel voor bouwstenen voor nieuwe pakketten weidevogelbeheer. Dit in het kader van de Omvorming Programma Beheer (OPB) zoals dat op dat moment door IPO werd uitgevoerd.

Bij het uitwerken van de voorstellen voor agrarisch weidevogelbeheer waren van belang:

  • effectiviteit
  • beleidsruimte per provincie
  • passend binnen EU-richtlijnen (POP2 en staatssteun)
  • flexibiliteit voor beheerders

Grutto
Grutto. Foto: Dick Melman

Bij de voorgestelde uitwerking ligt de eindverantwoordelijkheid voor kwaliteit/effectiviteit in sterke mate in Nederland c.q. de provincies. De rol van de Brusselse toetsing op deze aspecten is marginaal gehouden. Dit om de EU-medefinanciering maximaal te kunnen benutten.

Lees meer in het rapport Voorstel bouwstenen nieuwe weidevogelpakketten agrarisch natuurbeheer in een notendop

Juridische bescherming weidevogellandschap

Weidevogelbeleid maakt nauwelijks gebruik van juridische sturing. De meer generieke bescherming in Natura 2000 en de (toenmalige) Flora- en Faunawet betreft weidevogels en beschermt niet het weidevogellandschap. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft provincies veel meer juridisch bindende instrumenten. De Kenniskring heeft daarom in 2008 bekeken welke van deze instrumenten de weidevogelgebieden beter kan beschermen.

De nieuwe planologische verordening (prv) lijkt zich bij uitstek te lenen als een mogelijk juridisch instrument voor ruimtelijke bescherming van het weidevogellandschap. Men kan dan denken aan een weidevogel-PRV die de ruimtelijke bescherming van provinciale weidevogellandschappen waarborgt en afdwingt. Het PRV-instrument voldoet aan de regierol van de provincie. Die regierol veronderstelt dat provincies juridisch dwingende maatregelen zouden kunnen nemen (bijvoorbeeld ten aanzien van landschappelijke openheid) voor zowel lagere overheden (gemeenten, waterschappen) als voor burgers (terreinbeherende organisaties, agrariërs, NGO’s, vrijwilligers).

Lees meer in het rapport Ruimtelijke bescherming weidevogellandschap; Naar een provinciale weidevogelverordening?

Procesmonitoring Nederland Weidevogelrijk

In 2017 is in het kader van gebiedsaanpak Nederland Weidevogelrijk in 17 pilotgebieden, met in totaal 11.300 ha waarvan circa 1.000 ha reservaatgebied, een nieuwe gebiedsaanpak getest. Doel was om door het stimuleren van de samenwerking tussen boeren, terreinbeheerders, vrijwilligers, jagers en andere partijen tot onderlinge afstemming te komen voor een goed mozaïekbeheer voor weidevogels. Bij positief resultaat was het de bedoeling deze aanpak op te schalen naar 280.000 ha ‘grutto- en kemphaangebieden’ met als doelstelling om in 2010 de achteruitgang van de weidevogels te stoppen.

In een evaluatie is gekeken of deze gebiedsaanpak succesvol was en of het organisatorisch mogelijk was de gebiedsbenadering op te schalen naar de volledige 280.000 ha die nodig is voor het behalen van de 2010-doelstelling (halt toeroepen aan de achteruitgang). Hieruit zijn enkele aanbevelingen voor het beleid gekomen.

Lees meer in het rapport Procesmonitoring Nederland Weidevogelrijk

Draagvlak voor weidevogels

In de communicatieparagraaf van de kennisagenda van de kenniskring weidevogellandschap stonden de aspecten ‘Maatschappelijk draagvlak voor behoud van weidevogels’ en ‘Verjonging bestand weidevogelvrijwilligers’ genoemd, die samen in 2009 een rapport zijn behandeld, De eerste in de vorm van een communicatieplan, de tweede als discussienota.

Uit publieksonderzoek (te vinden in de bijlage van het rapport) blijkt dat meer dan de helft van de bevolking heeft er geen moeite mee als weidevogellandschap prioriteit heeft in het omgevingsbeleid. Hoewel het geen overgrote meerderheid betreft, werpt het wel de vraag op in hoeverre de aanvankelijk geformuleerde doelstellingen voor de versterking van dit publieke draagvlak in de uitvoering van communicatiebeleid de eerste prioriteit moeten hebben. Daarom wordt in het rapport gesuggereerd de prioriteiten te heroverwegen. Mogelijk is het beter om de communicatiebudgetten niet te focussen op generieke draagvlakdoelstellingen, maar juist op specifieke doelstellingen gebonden aan specifieke weidevogellocaties en aansluitend op lokale (regionale) gebiedsontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het weidevogelbestand.

Lees meer in het rapport Maatschappelijk draagvlak voor het behoud van weidevogels.