Close Menu

Invasieve exoten

De vis Zonnebaars komt van oorsprong uit Noord-Amerika en is in Europa invasief. In Nederland kan de soort in stilstaande wateren grote aantallen bereiken en zorgt daarbij voor het verdwijnen van inheemse populaties van ongewervelden en amfibieën. Net als de andere invasieve exoten is de zonnebaars moeilijk te elimineren. Wegvangen van zonnebaars leidt meestal slechts tijdelijk tot een verlaagde predatiedruk op inheemse fauna. Wanneer de populatiedichtheid van de vis afneemt, neemt de groei en voortplantingssucces van Zonnebaars toe (Figuur 5). Daarom kunnen gedeeltelijk bestreden Zonnebaarspopulaties zich snel herstellen en is meer nodig om dit te voorkomen.

OBN-onderzoek in 2009 heeft aangetoond dat het uitzetten van Snoek (Esox lucius), een inheemse predator, waarschijnlijk voldoende is om de omvang van Zonnebaarspopulaties te controleren. Om te testen of het uitzetten van Snoeken, in combinatie met wegvangen, een geschikte maatregel is om ecologische schade door Zonnebaars te beperken is in 2012 een beheersexperiment gestart in het Mastbos.


Figuur 5. Door onderlinge concurrentie neemt de groei en voortplanting van Zonnebaarspopulaties af naar mate de aantallen van de soort toenemen. Wanneer door een onvolledige eliminatie de onderlinge concurrentie wegvalt, worden de vissen groter en vruchtbaarder. Dergelijke dichtheidsafhankelijke relaties zijn ook aangetoond voor invasieve ganzen en kreeften en treden bij de meeste invasieve soorten op.

In de vennen van het Brabantse Mastbos waren zeer hoge aantallen Zonnebaars verantwoordelijk voor de achteruitgang van de amfibieën en watermacrofauna. Doordat het gebied zeer waterrijk is, met veel schuilplaatsen voor de vis, was het wegvangen van alle Zonnebaarzen niet haalbaar. Er is daarom besloten niet alleen de Zonnebaars weg te vangen, maar ook Snoek uit te zetten. In vijf vennen van het Mastbos zijn in 2013 met fuiken bijna 100.000 Zonnebaarzen weggevangen. Daarna zijn 800 tweedejaars Snoeken uitgezet. Bij deze leeftijd zijn de Snoeken geslachtsrijp, waardoor ze direct konden bijdragen aan de opbouw van een populatie.


Drie generaties Snoeken grootgebracht op een dieet van uitheemse Zonnebaars. Foto: Bart Weel

In 2019, zes jaar na introductie van de Snoeken, waren de aantallen Zonnebaarzen in de vennen nog steeds 95% lager dan in 2012 (Figuur 6). In één ven was de invasieve exoot zelfs volledig verdwenen. Met uitzetten van Snoeken is de Zonnebaarsstand dus blijvend op een laag peil gestabiliseerd.


Figuur 6. Aantalsontwikkeling van Zonnebaars in verschillende vennen in het Mastbos na wegvangen en uitzetten van Snoeken in 2012.

De ongewervelde waterfauna heeft geprofiteerd van de lagere Zonnebaarsaantallen (Figuur 7). Verschillende diergroepen, waaronder kokerjuffers, weekdieren en waterkevers, hebben geprofiteerd van de maatregelen. Deze groepen zijn toegenomen, ondanks drie aaneengesloten droge jaren, die ongetwijfeld negatieve gevolgen hebben gehad voor de fauna in het gebied. Amfibieënpopulaties vertoonden helaas geen herstel. Het is niet duidelijk of dat het gevolg is van droogte of dat de Snoeken ook prederen op deze soorten.


Figuur 7. Ontwikkeling van aquatische ongewervelden in vennen van het Mastbos voorafgaand aan, en zes jaar na, het uitzetten van Snoeken om de Zonnebaars te bestrijden.