Close Menu

Biogeochemie

Kringlopen

Biogeochemie is een vakgebied op de grens van biologie, geologie en chemie, en beschrijft de kringlopen van belangrijke elementen. De elementen maken een ‘reis’ door atmosfeer, water, bodem, dieren en planten. Door deze kringlopen te kennen en te begrijpen, is te bepalen waar een natuurbeheerder kan ingrijpen. In de volgende tabs op deze themapagina bespreken we van de belangrijkste elementen de kringloop, hun rol in de natuur en de uitdagingen rondom deze elementen in het natuurbeheer.

Nutriënten- en mineralen

De term ‘nutriënten’ reserveren we voor anorganische plantenvoedingsstoffen, waarbij N, K, Ca, Mg, P en S wel als ‘macronutriënten’ worden aangeduid. Een deel van deze voedingsstoffen komt vooral door verwering van mineralen beschikbaar. Voor de term ‘mineraal’ gebruiken we op deze website de bodemkundige definitie: vaste kristallijne en soms ook amorfe verbindingen, zoals veldspaten (Na-K-Ca-Al silicaten) of het fosfaatmineraal apatiet.

Nutriëntenleverend vermogen bepalend

Het nutriëntenleverend vermogen van de bodem bepaalt, samen met de pH, de vochttoestand en de hoeveelheid licht, hoe goed een bepaalde plantensoort kan gedijen. De aan- of afwezigheid van deze elementen zijn daarmee erg bepalend voor de ontwikkeling van een natuurtype. Arme zandgronden hebben van nature een minder grote voedselbeschikbaarheid en dus een ander landschap dan rijke kleigronden.