Close Menu

Landschapsecologische systeemanalyse

Drie niveaus
In een systeemanalyse bepaalt het doel (de vraag) van de analyse en de beschikbare informatie en tijd de diepgang. Daarom wordt voorgesteld om stapsgewijs te werk te gaan en de analyse op drie niveaus en in drie fasen aan te pakken. Na elke fase wordt beoordeeld of voldoende inzicht is verkregen voor het beantwoorden van de vraag.

Voor elke fase van de analyse geldt wel dat de volgorde van groot naar klein wordt aangehouden:

1.    Een algemene oriëntatie; focus op positionele relaties.
2.    Een globale analyse op landschapsschaal (bijvoorbeeld beekdal of stroomgebied); positionele relaties en belangrijkste sturende factoren worden inzichtelijk
3.    Een verfijnde analyse op schaal van het te herstellen object; nadere analyse op standplaatsniveau om maatregelen te concretiseren, geeft inzicht in positionele en conditionele relaties en de relevante ecologische sleutelfactoren.

Opbouw van de analyse naar drie niveaus, van links naar rechts. De systeemanalyse wordt op elk niveau afgerond met een evaluatie. Bron: Handboek Ecohydrologische Systeemanalyse Beekdalen

Hypothese
Elke stap eindigt met een synthese van het verzamelde materiaal (welk beeld geven de gebundelde gegevens samen) en een hypothese over de sturende landschapsecologische processen, de knelpunten en de belangrijkste stuurvariabelen voor natuurherstel. Die hypothese wordt in een vervolgstap getoetst.

Tien vuistregels bij een LESA
Een flink aantal vuistregels bij de uitvoering van een LESA is opgenomen in het rapport Herstel van biodiversiteit en landschapsecologische relaties in het natte zandlandschap – Landschapsanalyse.

We vatten ze hier samen tot de tien belangrijkste vuistregels:
1.    Ga eerst het veld in met open blik. Formuleer aan de hand van bureaustudies hypotheses en toets die opnieuw in het veld.
2.    Ga ook het veld in bij extreme weersomstandigheden en in alle seizoenen; dan zie je bijvoorbeeld waar laagten zijn, afvoer of kwel. Zo leer je de grenzen van het systeem kennen.
3.    Praat met mensen die in het gebied werkzaam zijn geweest. Het levert informatie op over opvallende zaken, ontginning, vroeger gebruik, veldnamen, historische elementen etc.
4.    De landschapsanalyse is een proces van in- en uitzoomen, van oud naar recent en van groot gebied naar perceel. Start met de brede context en verzamel dan puntwaarnemingen, waarna die weer in bredere context worden geplaatst. 
5.    Verken in het veld vooral bijzondere plaatsen en gradiënten, omdat dit de plekken zijn waar de schaal en aard van processen zijn af te lezen. 
6.    Ga pas schrijven als je de grote lijnen te pakken hebt. Op basis van oriëntatie in het veld en beschikbare informatie stel je hypotheses op die je vervolgens gaat toetsen. De hypotheses vormen de hoofdzaak, besteed minder tijd aan bijzaken.
7.    Het is soms moeilijk te bepalen of je ‘klaar’ bent.  Stelregel is dat een landschapsecologische analyse moet uitmonden in een ’hypothese’ waarmee voorspellingen gedaan kunnen worden over het functioneren van het gebied. Probeer bijvoorbeeld te voorspellen of op een bepaalde (nog onbekende) plek indicatorsoorten, of bepaalde processen als kwel voorkomen, en toets dit in het veld.
8.    Je maakt een zo goed mogelijke interpretatie op basis van beschikbaar materiaal, eventueel met advies voor nader onderzoek. Onzekerheden worden altijd in het eindrapport benoemd en er wordt aangegeven hoe hiermee is omgegaan bij het trekken van conclusies. Wanneer op basis van heel weinig gegevens conclusies moeten worden getrokken, is het raadzaam deskundigen te raadplegen.
9.    Landschapsecologisch onderzoek is een kwestie van groeiend inzicht in een systeem. Je toetst hypotheses over het functioneren ervan en past ze voortdurend aan. Het kan daarbij zinvol zijn meetpunten te verleggen en aan te vullen.
10.     Landschapsecologisch onderzoek is een proces van vallen en opstaan en voortdurend leren. Je leert meer door anderen te betrekken en gebieden herhaaldelijk te bezoeken en zo een referentiekader op te bouwen.