Close Menu

Landschapsecologische systeemanalyse

Eerste start: algemene oriëntatie

Met een eerste algemene oriëntatie krijg je een beter idee van de conditionele en vooral positionele relaties van het te onderzoeken object (bijvoorbeeld een natuurgebied of beektraject). Deze oriëntatie kan binnen een à twee dagen afgerond zijn (een dag voorbereiding en een veldbezoek). De focus ligt op het verzamelen van kaartbeelden en andere makkelijk te verkrijgen informatiebronnen. Het gebruik van modellen is nog niet aan de orde.


Stappenplan algemene oriëntatie. Bron: Handboek Ecohydrologische Systeemanalyse Beekdalen

De algemene oriëntatie bestaat, voor elke relevantie milieucompartiment, uit vier stappen:

1.    Raadplegen eenvoudig te verkrijgen informatie
Bestaande rapporten, reeds uitgevoerde modelonderzoeken, eventuele beschrijvingen Natura 2000 (gebiedsanalyse, kansen- en knelpuntenanalyse), kaartmateriaal. 
Onderzoek aan de hand hiervan grenzen van het hydrologisch systeem, geomorfologische en landschapsecologische opbouw en dominante hydrologische verschijnselen.

Gemakkelijk verkrijgbare kaarten en profielen zijn onder andere de geologische kaart, de topografische kaart (topokaartnederland.nl), Algemene Hoogtekaart (ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer), geomorfologische kaart, bodemkaart en historische kaarten (landschapinnederland.nl), boorgegevens en grondwateranalyses (dinoloket.nl).

2.    Oriënterend veldbezoek
In het veld worden inmiddels opgebouwde ideeën getoetst. Let onder andere op het voorkomen van hoogteverschillen, droge en natte plekken, het patroon van sloten, greppels, rabatten, verschillen in landgebruik etc. en op vegetatie die indicatie geeft voor kwel, vocht, verzilting of verzuring. Ook kunnen enkele grondboringen, metingen met een EGV-meter (zoutgehalte) en gebruik van pH-papiertjes (zuurgraad) al de eerste informatie geven over de omstandigheden in het veld.

3.   Formuleren globale hypothese landschapsecologich functioneren
Samenvoegen informatie en kennis uit veldbezoek: wat zijn de belangrijkste landschapsecologische processen (geweest), hoe was historische situatie en welke knelpunten belemmeren het huidige natuurlijke functioneren?

4.    Evaluatie
Indien nodig terug naar stap 1, of verder met vervolgonderzoek op meer detailniveau.