Close Menu

N17.06 Vochtig en hellinghakhout

Essenhakhout
Essenhakhout komt verspreid over heel verschillende landschapstypen voor, maar het is niet algemeen. De belangrijkste historische functie van het essenhakhout was houtproductie, met name voor kleinhout. Oorspronkelijk werd het essenhakhout elke drie tot vijf jaar afgezet, tegenwoordig is dat elke vijf tot negen jaar. Essenhakhoutstoven kunnen eeuwenoud worden. De grootste essenhakhoutcomplexen liggen in drie gebieden: de IJsseldelta, het Kromme Rijngebied en de binnenduinrand.

Habitattype
Essenhakhoutbossen op relatief droge plaatsen behoren tot de iepenrijke eiken-essenbossen.

Essenhakhoutbossen op vochtige tot natte standplaatsen behoren tot de vochtige elzen-essenbossen.

  • Soms gaat het hierbij om door bosanemoon gedomineerd vogelkers-essenbos, dit valt onder habitattype H91E0 Vochtige alluviale bossen.
  • Vaker gaat het om ruigte-elzenbos. Dit valt niet onder een officieel habitattype.

Middenbos
Met het hier besproken middenbos wordt uitsluitend bos bedoeld dat nog (of weer) actief als middenbos wordt beheerd. Kijk voor ander bos dat een verleden heeft als middenbos bij de natuurbostypen Kalkhellingbos en Bossen op oude klei en leembodem.

Het middenbos- of middelhoutbeheer is een intensieve vorm van bosbeheer, waarbij op één en hetzelfde bosperceel een hakhoutbeheer gecombineerd wordt met de teelt van zwaarder, opgaand ‘hooghout’. Het bestaat uit één of meer lagen hakhout waarboven bomen van verschillende leeftijd uitsteken waarvan de oudste en hoogste ‘overstaanders’ worden genoemd. Oorspronkelijk bedroeg de kapcyclus van hakhout elke tien tot twaalf jaar. De oogst van overstaanders gebeurde naar behoefte; echt oud werden bomen doorgaans niet. De bedekking van de hoge boomlaag is gering en de bomen hebben daardoor een brede, relatief lage kroon kunnen ontwikkelen.

Habitattypen
Alle kapstadia van middenbos worden in dit verband gerekend tot eiken-haagbeukbos (Stellario-Carpinetum) en vallen onder het habitattype H9160 Eiken-Haagbeukbossen