Close Menu

N17.06 Vochtig en hellinghakhout

Oombos / Schaelsbergerbos
Omdat de soortenrijke flora van de Zuid-Limburgse hellingbossen sterk achteruit ging na het staken van het middenbosbeheer, voert de Vereniging Natuurmonumenten sinds de jaren zeventig in twee hellingbossen weer middenbosbeheer uit. Sindsdien is dit beheer regelmatig ter discussie gesteld. Om de effecten op de flora vast te stellen worden sinds 1996 vegetatie-opnames gemaakt. Deze laten zien dat karakteristieke planten geleidelijk terugkomen en dat populaties zich herstellen.
Het onderzoek laat zien dat een ruimere toepassing van structureel uitgevoerd middenbosbeheer vanuit floristisch oogpunt meer dan wenselijk is. Toch is middenbosbeheer alleen zinvol als het duurzaam wordt uitgevoerd, zoals in de twee onderzochte bossen van Natuurmonumenten het geval is. Wordt een stuk bos éénmalig gekapt, dan verbeteren de omstandigheden voor de doelsoorten maar voor enkele jaren, waarna de situatie juist verslechtert. Algemeen geldt dus dat men veel beter kleine boslocaties kan uitkiezen voor duurzaam en zorgvuldig uitgevoerd middenbosbeheer, dan grote locaties waar door de hoge kosten de continuering of kwaliteit van het beheer gevaar loopt.
Lees meer hierover in het artikel Herstel van de soortenrijke flora in twee Zuid-Limburgse hellingbossen in het Natuurhistorisch Maandblad

Lankheet – hydrologisch herstel
In het grootschalige waterzuiveringsproject op de Lankheet wordt gezocht naar oplossingen voor zuivering en berging van oppervlaktewater, waarbij ook het herstel van verdroogde natuur aandacht krijgt. Het vogelkers-essenbos is een bostype dat oorspronkelijk algemeen voorkwam in de beekdalen van pleistoceen Nederland. Dankzij het grootschalig waterzuiveringsproject kon op landgoed Lankheet op landschapsschaal worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor herstel van elzenbroek en vogelkers-essenbos door middel van inundatie en bevloeiing met schoon, maar basenrijk oppervlaktewater, en/of verhoging van de kwelinvloed.
Al snel bleek dat bevloeiing resulteerde in te hoge waterstanden en dat de gewenste mate van vernatting al bereikt kon worden door gebruik te maken van de verhoogde kwelinvloed vanuit de aangrenzende zuiveringsmoerassen. Anders dan bij elzenbroeksoorten is voor het herstel van vogelkers-essenbos de aanwezigheid van bronpopulaties van bosplanten in de omgeving echter wel een belangrijke bottleneck. De doelsoorten zijn zeldzaam en de verspreidingsmogelijkheden van veel bosplanten zijn beperkt. Herintroductie van soorten kan dan een overweging zijn.
Zie het OBN-rapport Herstel vogelkers-essenbos in het Lankheet.