Close Menu

N17.04 Eendenkooi

Hydrologie houdt eendenkooi levend
Als centraal aantrekkingspunt voor watervogels is de kooiplas van essentieel belang voor de eendenkooi. Een goede hydrologische inrichting en een daarop gericht onderhoud is van belang voor het ecologisch functioneren van de eendenkooi. Herinrichting en herstelbeheer zal zich vaak daarop richten. Hierbij is het van belang te letten op de volgende zaken:

  • herstel of voorkom hydrologische isolatie van de kooiplas, veroorzaakt door ruilverkavelingen of anderen ingrepen;
  • herstel of voorkom verlanding of overwoekering van de waterinlaat die de eendenkooi verbindt met het slotensysteem rondom;
  • het slotensysteem rondom de eendenkooi is essentieel voor de werking van dit natte ecosysteem, mede ter voorkoming van uitbraken van botulisme;
  • verlanding en verontdieping van de kooiplas moet worden voorkomen of hersteld.

Eendenkooi is streekeigen cultuurhistorie
Voor de natuurwaarden van de eendenkooi is voortzetting van het traditionele beheer essentieel. Bij herstelbeheer en inrichting van eendenkooien zal dan ook rekening gehouden moeten worden met de cultuurhistorische achtergrond daarvan. Alle eendenkooien in Nederland zijn qua biodiversiteit belangrijk vanwege de historische ecologie en de refugiumfunctie, maar de inrichting van eendenkooien is regionaal bepaald door cultuurhistorische achtergronden. Elk landschap, elke streek en eigenlijk elke kooiker kent zijn eigen type kooi. De variatie aan kooitypes is vermoedelijk te herleiden tot omgevingsfactoren, veranderende situaties, de beschikbaarheid van materialen, lokale gebruiken, de meest gevangen eendensoort, ervaring en bepaalde vaardigheden.

Voor de inrichting van een eendenkooi is het vanwege behoud van authenticiteit en cultuurhistorische verschillen belangrijk om rekening te houden met deze regionale identiteitsverschillen. Het onderscheid tussen types eendenkooien is niet altijd even scherp. Er zijn veel lokale subtypen, maar grofweg zijn in Nederland vier typen te onderscheiden:

  • het Friese type eendenkooi bestaat uit een schuin liggende, plat afgedekte vangpijpen van 25 tot 30 meter lang en ongeveer 5 meter breed, met aan beide zijden lange aaneengesloten schermen en met een zogenaamde spiegel aan het eind van de vangpijp;
  • het Overijsselse type heeft vangpijpen van 25 tot 60 meter lang en 5 tot 8 meter breed, met aan één zijde een aaneengesloten rietscherm en aan één zijde zogenaamde kortschermen en een zogenaamde spiegel aan het eind van de vangpijp;
  • het Gelderse type heeft lange, gebogen vangpijpen van 60 tot 100 meter lang en 5 tot 10 meter breed, met korte rietschermen aan de buitenbocht en een 'blindscherm' van circa 10 meter aan de binnenbocht met een zogenaamd scherp eind;
  • het Hollandse type heeft een gebogen schermpijp van 35 tot 45 meter lang en 3 tot 5 meter breed, met kortschermen in de buitenbocht en een aaneengesloten scherm in de binnenbocht en een zogenaamd scherp eind.

Goede spreiding bezoekerskooien
Bezoekerskooien trekken publiek en zorgen dat er publiek bewustzijn is over de kwaliteiten van de eendenkooien. Bezoekers zorgen echter voor verstoring van flora en fauna en bezoekerskooien zijn minder geschikt om watervogels te vangen voor ringonderzoek. Daarom is een goede spreiding nodig van bezoekerskooien en kooien die actief als vangkooi gebruikt worden. Zo zouden beheerders van eendenkooien in een gebied of regio afspraken kunnen maken over welke kooi bezoekers ontvangt en welke kooi vooral eenden vangt. Dit gebeurt onder meer in de 'Kongsi van de eendenkooi', een verbond van 6 groene organisaties en de Kooikersvereniging voor samenwerking voor eendenkooien langs de Waddenkust.

Nieuwe eendenkooien
De grote wens in de kooikerswereld is om naast de instandhouding van de bestaande eendenkooien meer actieve eendenkooien te verkrijgen. Dit kan op verschillende manieren:

  •  door kooirelicten te herstellen tot actief gebruikte eendenkooien;
  • door het aanleggen van nieuwe eendenkooien, als een vorm van natuurontwikkeling met cultuurhistorische basis;
  • door meer mensen/vrijwilligers te betrekken bij eendenkooi en kooibedrijf;
  • door het delen van kennis en opleiden van belangstellenden.

Belangrijke rol voor natuurorganisaties
Natuurorganisaties hebben een belangrijke rol bij de instandhouding van eendenkooien en kooibedrijf. Het grootste deel van de eendenkooien is in eigendom en beheer bij natuurorganisaties. Door een actieve rol met betrekking tot kennisuitwisseling kunnen natuurorganisaties een voortrekkersrol vervullen voor de ontwikkeling van documentatie van kennis over behoud, herstelbeheer en inrichting van eendenkooien.