Close Menu

N17.04 Eendenkooi

Er zijn geen beheercasussen, waarin beschreven is hoe de natuur in en rondom eendenkooien wordt beheer. Een evenwichtig, kleinschalig en op de eendenkooi toegesneden beheer is nodig om alle onderdelen van de kooi en de daarmee samenhangende natuurwaarden te behouden. De kooiker besteedt voor het beheer van de eendenkooi tijd en aandacht aan het behoud van de makke stal, de kooikerhond, de broedkorven, de zitwal rondom de kooiplas, het kooibos en de padenstructuur, het kooihuisje, de vangpijpen en oeverbeschoeiingen.

Bij het beheer wordt rekening gehouden met het natuurlijke ritme van de seizoenen en dag en nacht en de leefwijze van de eenden. Tijdens het vangstseizoen, dat voor de meeste eendenkooien duurt van 15 augustus tot en met 31 januari, moet rust heersen. Als de eenden 's nachts zijn uitgevlogen, kunnen in geval van noodzaak kleine reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, zoals maaien van de zitwallen rondom de kooiplas, weghalen van overhangend takhout bij de vangpijpen of maaien van de oevers van de vangpijpen. In januari en februari is de tijd voor het plaatsen van broedkorven die traditioneel gemaakt worden van eenjarige wilgentenen of roggestro. Het grote onderhoudswerk gebeurt in het voorjaar en de zomer, wanneer vangpijpen en rietschermen worden gerepareerd of vervangen en de vangpijpen worden uitgediept en geschoond van opgehoopt blad.