Close Menu

N17.04 Eendenkooi

Aantal eendenkooien dreigt terug te lopen
Het aantal eendenkooien in Nederland dreigt nog steeds terug te lopen, vanwege het verlies van de economische functie, achterstallig onderhoud en vergrijzing van (vaak vrijwillige) beheerders. Er zijn in Nederland ongeveer 1.500 locaties bekend waar een eendenkooi ligt of heeft gelegen.

De meeste eendenkooien zijn aangelegd van de vijftiende tot de twintigste eeuw. Vooral in de achttiende en negentiende eeuw zijn veel eendenkooien verdwenen. Dit komt door andere, betere inkomstenbronnen, ontwikkelingen in de landbouw, intensivering van het grondgebruik, ontwatering, ruilverkavelingen, uitbreiding van steden en infrastructuur en beperking van vangstmogelijkheden via wet- en regelgeving.
Ongeveer twee derde van de eendenkooien worden tegenwoordig beheerd door natuurorganisaties (zie tabel).

Aantal eendenkooien in Nederland (2013) en verdeling over eigenaren (Bron: Kooikersvereniging)

Eendenvangst neemt af
De vangsten van wilde eenden in eendenkooien nemen al vele jaren af. Schattingen van historische vangstcijfers over de periode 1853-1970 komen uit op meer dan 3.000 gevangen wilde eenden per kooi per seizoen. De Kooikersvereniging houdt sinds het vangseizoen 1988/1989 de vangstcijfers bij van het aantal gevangen wilde eenden per eendenkooi. Daaruit blijkt dat het gemiddelde vangstcijfer van de aan de inventarisatie deelnemende kooien 552 wilde eenden per jaar is.

Afpalingsrecht maakt eendenkooien stiltegebied
Eigenaren van geregistreerde eendenkooien hebben via het afpalingrecht het recht om rondom de kooi een cirkel met een bepaalde diameter af te bakenen. De afmeting varieert per kooi en regio en loopt uiteen van cirkels met diameters van 200 tot 1.500 meter. Binnen deze cirkel kan de kooiker op grond van de Wet Natuurbescherming afdwingen dat geen handelingen verricht worden, waardoor de eendenkooi verstoord kan worden. Dit maakt eendenkooien belangrijke stilte- en rustgebieden voor de biodiversiteit. Alle eendenkooien in Nederland tezamen vormen in totaal ongeveer 30.000 hectare stiltegebied, dankzij het afpalingsrecht.

Eendenkooien zijn refugium voor biodiversiteit
Eendenkooien hebben vanwege hun afgelegen positie en ouderdom vaak een belangrijke functie als refugium voor flora en fauna. De kooien zijn vaak tientallen en zelfs honderden jaren op dezelfde manier kleinschalig beheerd. Dat levert veel verschillende biotopen op, met meestal meer dan twintig boom- en struiksoorten op één eendenkooi. De kooibossen zijn vaak ook oude bossen met een bijzondere biodiversiteit in het open en kale geïntensiveerde polderlandschap.

Voor bos- en watervogels zijn eendenkooien zeer aantrekkelijk. Het kooibos vormt een broedgebied voor koloniesoorten als reigers en aalscholvers. De kooiplas trekt watervogels aan als meerkoeten, waterrallen, watersnippen, futen, roerdompen en rietzangers. Sloten in en om eendenkooien zijn vaak rijk aan zeldzame vissoorten als bittervoorn, modderkruiper en kroeskarper.

Eendenkooi als vogelringstation
Eendenkooien werden gebruikt om in het wild levende eendachtigen te vangen voor consumptie. Deze oorspronkelijke economische functie is verloren gegaan, omdat andere inkomstenbronnen meer opbrachten. Al ruim honderd jaar zijn eendenkooien ook gebruikt om eenden te ringen. Doordat steeds meer eendenkooien in bezit en beheer kwamen bij natuurorganisaties is het ringen van eenden op eendenkooien de afgelopen 50 jaar geïntensiveerd. Sinds 1988 verstuurt de Kooikersvereniging formulieren voor de vangstregistratie naar alle eigenaren en kooikers. Hierop worden de volgende zaken genoteerd: aantal gevangen eenden per soort, aantal broedkorven en bijzonder vangsten en/of soorten op de kooi.

Eendenkooien spelen ook een belangrijke rol in wetenschappelijk onderzoek, sinds de afdeling Virologie van het Erasmus Medisch Centrum in 1998 een bemonsteringsprogramma is begonnen naar voorkomen en verspreiding van vogelgriepvirussen. Kooikers leveren monsters aan dit programma, door het afnemen van een uitstrijkje van de cloaca, keelmonsters en in de recente jaren ook bloedmonsters. Wilde eenden vormen een belangrijk aandeel in het bemonsteringsprogramma van wilde vogels.

Beroep kooiker dreigt te verdwijnen
Het traditionele kooibedrijf is een ambachtelijk bedrijf, waarin de kooiker samenwerkt met een 'makke' stal en een 'vliegstal' met eenden en zijn kooikershond. De kooiker voert dagelijks de tientallen tot soms wel honderden tamme eenden (de 'makke stal') in de vangpijpen. De 'vliegstal' bestaat uit trekeenden die de kooi gebruiken als rustplaats; zij trekken soortgenoten op trek mee naar de kooi. De kooikershond prikkelt de nieuwsgierigheid van de wilde eenden door rondjes te lopen rondom de kortschermen langs de vangpijpen en lokt de eenden zo de vangpijp in.

De kooiker is verantwoordelijk voor het onderhoud van het kooibos, de vangpijpen met rietschermen en broedkorven en de kooiplas. De winterperiode is het vangstseizoen, waarin rust moet heersen in de eendenkooi. Het vroege voorjaar is de tijd voor het afzetten van knotbomen en delen van het kooibos. Het grote onderhoudswerk aan de vangpijpen, rietschermen en kooiplas wordt uitgevoerd in het voorjaar en de zomer.

Het ambacht van de kooiker dreigt te verdwijnen. Voor het mogen vangen en doden van de wilde eend met een eendenkooi is vanuit de Wet Natuurbescherming het wettelijk getuigschrift 'Jacht met een eendenkooi' vereist. Voor het overige is er geen speciale opleiding om eendenkooien te beheren. Kennis wordt door uitwisseling in het kooikerswereldje doorgegeven. Er is relatief weinig lectuur aanwezig over eendenkooien. Het aantal kooikers nam lange tijd af en de actieve kooikers vergrijsde, maar in de afgelopen jaren is er een toenemende belangstelling voor het kooikersvak, vaak bij natuurorganisaties die eendenkooien beheren.

Beheer is arbeidsintensief en kleinschalig
Het beheer van de eendenkooi is tegenwoordig vooral gericht op het behoud van de biodiversiteit in samenhang met alle verschillende cultuurhistorische elementen. Dit beheer is arbeidsintensief en kleinschalig, dus de beheerlasten zijn hoog. Eendenkooien vergen ook jaarrond aandacht, van het vangstseizoen in de winter tot het jaarlijkse onderhoud in de zomer.

De meeste kooikers worden bij het beheer ondersteund door vrijwilligers. Een tiental kooien en kooirelicten wordt tegenwoordig beheerd door vrijwilligersgroepen. Het aantal vrijwilligers neemt toe, wat van groot belang is voor het doorgeven en behoud van vakkennis. Het werven van meer vrijwilligers bij het beheer van eendenkooien en kooibedrijf dient meer vervolg te krijgen. In de continuering van behoud en uitwisseling van kennis is dit van essentieel belang.

Cultureel erfgoed trekt publiek
De eendenkooi is een – vaak ietwat verborgen in het landschap gelegen – nationaal symbool dat wereldwijd uniek is en van groot cultuurhistorisch belang. Algemeen wordt aangenomen dat de eendenkooi een uitvinding is die voortkomt uit de Lage Landen. De in 1318 beschreven 'vogelpijpen' van Bornem langs de Oude Schelde is de oudste beschrijving van een eendenkooi. In Nederland stamt de oudste beschrijving vermoedelijk uit 1450 in Friesland en zijn documenten bekend uit 1453 en 1535 in Gelderland.

Dit cultureel erfgoed trekt veel bezoekers. Sommige eendenkooien zijn speciaal ingericht als bezoekerskooi. Eendenkooien waren in het verleden meestal van de buitenwereld afgeschermd, omdat de kooiker geen behoefte had aan pottenkijkers. Vooral natuurorganisaties gebruiken sommige kooien nu om excursies, workshops en lezingen te organiseren. Hierdoor zijn deze kooien wel minder geschikt voor het vangen van eenden. Er is een toenemende belangstelling voor eendenkooien en het kooibedrijf. De cultuurhistorie van de eendenkooi en het ambacht van de kooiker trekken publiek.