Close Menu

N17.02 Droog hakhout

Kaapse bossen
Rond 1850 was er zo’n 100 hectare droog hakhout in het Kaapse bos op de Utrechtse Heuvelrug . In 1945 is hier voor het laatst hakhout afgezet in de Kaapse bossen. In 1977 is beheerder Natuurmonumenten op 16 hectare weer gestart met afzetten van hakhout en zijn proeven gedaan met verschillende manieren om met het afgezette hout om te gaan: afvoeren, op rillen zetten, verbranden en verspreiden. Afvoeren bleek de minste verruiging te geven. Grondbewerking, in het verleden in hakhoutpercelen gebruikelijk, werd achterwege gelaten. In 1998 werd geconcludeerd dat het beheer te duur was. Typische mossen en korstmossen, de belangrijkste doelsoorten voor dit beheer, waren verdwenen.

Toen in 2009 het bosbeheer tegen het licht werd gehouden, werden nieuwe plannen gemaakt voor een bos met meer open plekken en bos in verschillende ontwikkelingsstadia. Hakhoutbeheer past daar goed in. Aannemers bleken nog steeds te duur, maar met hulp van vrijwilligers van de Hakhoutbrigade van de Vlinderstichting is het hakhoutbeheer toch weer nieuw leven ingeblazen. Per jaar wordt een hectare afgezet. Het hout wordt meegenomen door de vrijwilligers, de takken worden versnipperd en afgevoerd. Omdat de graasdruk van reeën op de jonge twijgjes te groot is, worden de afgezette percelen gedurende 4 jaar afgerasterd. In de rijkere percelen wordt berkenopslag gemaaid om te voorkomen dat de eikenstoven overwoekerd raken. 

Cultuurhistorie is een van de beweegredenen om toch weer met dit beheer te beginnen. Daarnaast hoopt de beheerder op de terugkeer van de bruine eikenpage, die haar eieren afzet op de jonge eikenbladeren. Dat is nog niet het geval. Wel hebben adders, levendbarende hagedis en hazelworm hun weg gevonden naar het hakhout en ook vogels als boompieper, gekraagde roodstaart en grauwe vliegenvanger broeden er. 
Natuurmonumenten is terughoudend met uitbreiding van het hakhoutbeheer naar de meer leemarme bosdelen, vanwege afvoer van waardevolle mineralen. In de nabije toekomst worden proeven gedaan met het laten liggen van takhout, al ligt daarbij verbraming op de loer.

Bron: Michel Reukers, coördinator natuurbeheer Kaapse bossen, Natuurmonumenten