Close Menu

N16.04 Vochtig bos met productie

Waterhuishouding afstemmen op natuurfunctie én productiefunctie
In Vochtige bos met productie is het verminderen van de verdroging een noodzaak om de natuurwaarden te verbeteren en de biodiversiteit te verhogen. Dit kan echter nadelig zijn voor de houtproductie, omdat die een zekere mate van ontwatering nodig heeft voor een goede groei, stabiele opstanden en rendabele exploitatie. In Vochtig bos met productie zal de waterhuishouding daarom zo goed mogelijk op beide functies afgestemd moeten worden. Dit betekent in veel gevallen dat grondwaterstanden omhoog moeten, maar dat een bepaalde mate van afwatering behouden blijft. Bijvoorbeeld door sloten minder diep te maken, maar niet geheel te dempen.

Houtproductie aanpassen aan hogere waterstanden
In het verleden zijn natte en vochtige groeiplaatsen door ontwatering geschikt gemaakt voor houtproductie, maar de productiefunctie kan ook aangepast worden aan de natte omstandigheden. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van boomsoorten die ook bij hogere grondwaterstanden goed kunnen groeien. Vochtige groeiplaatsen zijn ook bij uitstek geschikt voor boomsoorten die hout van hoge kwaliteit leveren, zoals zoete kers, zwarte els, iep en esdoorn. Omdat dit kwaliteitshout meer oplevert, kunnen duurdere oogstmethoden toegepast worden, die bodem en vegetatie minder beschadigen.

Systeemanalyse als uitgangspunt
Herstel van de waterhuishouding in bossen van het beheertype Vochtig bos met productie vereist maatwerk. Daarvoor is inzicht nodig in het hydrologische systeem. Dit bestaat uit de processen van inzijging, stagnatie en lokale en regionale kwel en de invloeden van reliëf, bodem en menselijk handelen. Daarvoor worden de Landschapsecologische Systeemanalsye en de Landschapssleutel Online gebruikt.

Landschapsecologische Systeemanalyse
Voor Natura 2000-gebieden is de Landschapsecologische Systeemanalsye (LESA) ontwikkeld. Zo'n analyse geeft beknopt weer hoe een gebied is ontstaan, hoe het functioneert en welke processen bepalend zijn voor de fauna en flora in het gebied. Dit vormt de basis voor duurzame beheer- en inrichtingsmaatregelen.

Landschapsleutel Online
In de OBN-brochure Vochtig bossen: tussen verdrogen en nat gaan wordt verwezen naar de Landschapsleutel Online voor het maken van een landschapsecologische systeemanalyse. Een goede analyse combineert bureauwerk met veldkenmerken (kwelplekken, ijzerrijk water, indicatorsoorten) en nader onderzoek (grondwaterstanden en bodem- en waterchemie).

Maatregelen om de waterhuishouding te verbeteren
Het verbeteren van de waterhuishouding vereist maatregelen over alle gradiënten, van het vasthouden van regenwater en het bevorderen van inzijging op hogere delen, het tegengaan van afvoer van kwelwater op lagere delen, het verondiepen van beken en grote waterlopen tot de ontwatering van zowel kleine sloten op hogere delen als de grote sloten in lagere delen.

Er is nog niet veel ervaring met maatregelen om de waterhuishouding te herstellen. Beheerders kunnen terughoudend zijn om deze maatregelen uit te voeren, omdat ze daardoor het risico lopen dat relictpopulaties van karakteristieke soorten bedreigd worden. In veel gevallen is herstel van de waterhuishouding uiteindelijk beter voor het behoud en de uitbreiding van relictpopulaties. Ook is de biodiversiteit van het bos als geheel gebaat bij een natter bos.

Verwijderen rabatten is ingrijpend
Voor herstel van soortenrijke bossen, met geleidelijke gradiënten waarover planten en dieren kunnen pendelen, valt er niet aan te ontkomen om (een deel van de) rabatten te verwijderen of te egaliseren. Dit is echter een ingrijpende maatregel, waarmee nog weinig ervaring is. Er kleven zeker risico’s aan, zoals een tijdelijk verhoogde beschikbaarheid van nutriënten als gevolg van de onvermijdelijke roering van de grond.

Er zal per geval bekeken moeten worden welke rabatten kunnen verdwijnen. Rabatten kunnen ook cultuurhistorisch waardevol en soms zelfs beschermd zijn. Rabattering is echter zo grootschalig toegepast, dat de cultuurhistorische waarde niet op elke locatie een argument mag zijn voor instandhouding.

Stimuleer groei van inheemse bomen en struiken
Om bladstrooisel te krijgen dat minder verzuring veroorzaakt, kan in het bosbeheer de groei van boom- en struiksoorten gestimuleerd worden die goed verteerbaar strooisel produceren. Dit kan op twee manieren aangepakt worden:

  • Inheemse soorten kunnen bij dunningen vrijgesteld worden, waarbij bijzondere aandacht nodig is voor zeldzame soorten als fladderiep, winterlinde, wegedoorn en tweestijlige meidoorn;
  • Populaties van inheemse soorten, zoals gewone es, gewone esdoorn, berk, winterlinde, hazelaar, zoete kers en haagbeuk, kunnen met nieuwe aanplant worden versterkt.

Ruim echter niet gelijk alle eiken, beuken en naaldbomen op ten gunste van goede strooiselsoorten als er geen groot risico is op uitbreiding van deze soorten. Menging van eik en hazelaar levert vaak ook dunne strooisellagen. En oude naaldbossen bezitten vaak een rijke paddenstoelen- en mossenflora.

Hakhoutbeheer stimuleert groei bosplanten
Het staken van hakhoutbeheer is een van de oorzaken van de achteruitgang van bosplanten in stagnatie- en beekdalbossen. Herinvoeren van hakhoutbeheer zorgt voor meer licht op de bosbodem en stimuleert de groei van bosplanten. Hakhoutbeheer is echter arbeidsintensief en heeft niet overal het gewenste effect. Standplaatsen van hakhoutbossen kunnen door verdroging en stikstofdepositie te veel veranderd zijn, waardoor soortenrijke bostypen zich niet ontwikkelen.