Close Menu

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

Bestrijding effecten van verzuring en stikstofdepositie
Voor herstelbeheer is, naast de aanpak van de intensieve landbouw als bron van stikstofdepositie, een structurele aanpak nodig. Zie voor achtergronden de brochure 'Arme bossen verdienen beter'. Hoewel toediening van meststoffen voor de hand ligt, is de doorwerking van zowel snelwerkende als slow-release meststoffen (steenmeel) in de nutriëntenbalans en voedselketen van bos met een primaire natuurfunctie nog onvoldoende bekend. Het is hierbij de vraag in hoeverre sprake is van herstel of van ontwikkeling van een nieuw systeem met hoge(re) bodemvruchtbaarheid. Op landschapsschaal kan productiebos op mineraalrijke gronden na omvorming worden toegevoegd aan het beheertype, rekening houdend met grazige open ruimtes met bosranden en zomen. Dit levert uitwijkmogelijkheden voor karakteristieke soorten en betere kansen voor bosontwikkeling op lange termijn.

Behoud van bronpopulaties in en rond oude bossen
Wallen en bermen van oude boswegen en -paden fungeren als refugium voor populaties van oudbosplanten en van karakteristieke bodemfauna. Bermen kunnen worden verbreed tot grazige stroken (dreven, traa’s) en kleine open ruimtes met zoom- en mantelvegetaties, waardoor de al aanwezige oudbossoorten en ook de entomofauna zullen profiteren. De bermen kunnen jaarlijks worden gemaaid en de aangrenzende mantels periodiek teruggezet of met gehoede schaapskudden worden begraasd. De bermen en wallen dienen als uitvalsbasis voor hervestiging van soorten in het bos zodra zich daar gunstige condities voordoen. Het netwerk van deze bermen en open ruimtes kan tegelijkertijd functioneren als corridor met leefgebied voor kleine fauna van het droge bos- en heidelandschap, zoals reptielen.

Behoud en ontwikkeling van oude eikenbossen
Behoud van eikenbossen met karakteristieke biodiversiteit (paddenstoelen, mossen, korstmossen, entomofauna, bodemfauna) vereist maatregelen in en direct rond oude bossen (van voor 1850) van zomer- en wintereik. Verwijderen en planmatig bestrijden van exoten in boom- en struiklaag is nodig; soms vereist dit omvorming van door naaldhout gedomineerd voormalig eikenbos. Beuk moet grotendeels worden geweerd. Inboeten en aanleg van eikenbos in en rond oude boskernen met eik is nodig voor ontwikkeling op lange termijn. Zonering ten opzichte van beukenbos en productiebos is gewenst om de zaaddruk van ongewenste boomsoorten te verkleinen. Waar mogelijk moet natuurlijke verjonging van eik worden benut. Dit doet zich alleen voor in aangrenzend dennenbos en in aangrenzend grazig of heideachtig terrein. In het laatste geval levert een natuurlijke gradiënt van (stuifzand)heide naar bos extra natuurkwaliteit.

Planmatige bestrijding van invasieve exoten
In dennen- en eikenbos op leemarme bodems is de natuurlijke ontwikkeling soms afhankelijk van planmatige bestrijding van Amerikaanse vogelkers. In het geval al sprake is van een 'beheerbare' aanwezigheid van vogelkers kunnen periodiek (zeg elke 3 jaar) zaailingen en struiken handmatig of mechanisch worden verwijderd (door de gehele beheereenheid). Hierdoor wordt het bos op termijn praktisch vrij van vogelkers met afnemende kosten voor bestrijding. In het geval oude, besdragende struiken aanwezig zijn, is grootschalig ingrijpen wenselijk (herhaald afzetten of rooien), waarbij beperkt gebruik van glyfosaat de effectiviteit kan vergroten.

Vanwege de grote uitbreidingscapaciteit en massale verjonging van Amerikaanse eik vereist bestrijding eveneens een langjarige, planmatige aanpak op landschapsschaal. Zaagvlakken en verjonging kunnen worden behandeld met glyfosaat. Ook stobbenvrezen en oprooien is een optie, maar is erg kostbaar, zie ‘Beheersingsstrategieën voor Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Gewone esdoorn’. Het inplanten van schaduwtolerante(re) soorten – vooral beuk – kan helpen eventuele verjonging van Amerikaans eik te onderdrukken, maar is geen optie om grootschalig toe te passen als tegelijkertijd meer lichtminnende soorten zoals berk zouden moeten profiteren van de maatregel.