Close Menu

N15.01 Duinbos

Vastlegging en versnelde ontkalking
Dat er in de duinen verschillende typen duinbossen voorkomen, komt vooral door de variatie in het kalkgehalte van de bodem. De kalkrijke standplaatsen zijn veelal soortenrijker dan de kalkarme. In de duinen is ontkalking een natuurlijk proces. De snelheid van het ontkalkingsproces verschilt per gebied. In de duinen wordt het ontkalkingsproces van nature afgeremd door verstuiving, waarbij weer kalkrijk zand aan de oppervlakte komt. Als gevolg van het uitermate rigoureuze vastleggingsbeheer, dat vooral in de tweede helft van de vorige eeuw is toegepast, kwamen verstuivingen tot voor kort nauwelijks meer voor en vond de ontkalking sneller plaats. De laatste jaren is er echter weer sprake van een toename van de verstuivingsdynamiek. De atmosferische depositie van verzurende stoffen heeft eveneens bijgedragen aan versnelde ontkalking van duinbodems. Ontwatering leidde in het verleden tot het verdwijnen van aanvoer van kalkrijk grondwater in duinvalleien, wat lokaal eveneens het ontkalkingsproces heeft bevorderd. Het proces van ontkalking kan verder nog worden versneld door een ongelukkig gekozen aanplant van boomsoorten. Zo helpen iepen verzuring tegen te gaan, terwijl dennen of eiken verzuring juist bevorderen. De combinatie van verzuring en vermesting zoals die in onze dennen- en eikenbossen optrad, heeft ertoe geleid dat de soortenrijkdom van mycorrhizapaddestoelen flink achteruit is gegaan, wat weer  heeft geleid tot afname van de afbraaksnelheid van strooisel in de bossen. Deze veranderingen in de strooisellaag hebben uiteraard ook gevolgen voor de bodemfauna en vice versa. Recent wordt er een herstel van deze soorten vastgesteld.

Ammoniakdepositie en vermesting
Door de overheersende aanlandige westenwind is er in de kustzone relatief weinig ammoniakdepositie. De depositie van andere stikstofverbindingen is door de nabijheid van grote steden en omvangrijke zware industrie echter verhoudingsgewijs groot. Stikstofaanvoer uit de lucht werkt vermestend en leidt tot versnelde successie en een dichtere vegetatie. Verhoging van het stikstofgehalte in de planten heeft verstrekkende gevolgen voor plantenetende insecten, zoals rupsen van dag- en nachtvlinders. Dit heeft in de duinen geleid tot achteruitgang van karakteristieke soorten. Steeds meer wordt ook de negatieve invloed van de drukke scheepvaartroute voor de kust, met name de uitstoot van afvalstoffen van zware stookolie, duidelijk. Ook de invloed van zware industrie langs de Engelse oostkust is niet te verwaarlozen.

Ontbreken buffermechanisme
In een zeer belangrijk opzicht verschillen de duinbossen in het renodunale district van andere bosecosystemen op zandgronden: kenmerkend voor de bodems van deze duinbossen is dat er oorspronkelijk zeer veel vrije kalk aanwezig is, in de vorm van schelpfragmentjes. Omdat duinzanden nauwelijks leem bevatten en ook het gehalte aan organische stof in droge duinbossen erg laag is, is er vrijwel geen mogelijkheid om die kalk te binden. Wanneer door verzuring op een gegeven moment alle vrije kalk opgelost en uitgespoeld is, kan de pH in een vrije val belanden. De ogenschijnlijk gunstige situatie van het duinsysteem aangaande de basenhuishouding kan in de bovenste decimeters van de bodem binnen een of enkele decennia sterk veranderen. De afwezigheid van een efficiënt, duurzaam bufferingsmechanisme betekent namelijk: geen vangnet tegen verzuring. Dit speelt vooral op plekken waar de oude strandwallen door een  dunne laag jong duinzand zijn overstoven, en in het Waddendistrict. Onder de bossen van het renodunaal district komen schelpen in grove fragmenten voor die langdurig kalk blijven naleveren. Toch zijn veel bodems in het binnenduin van het renodunaal district al ondiep ontkalkt en het ‘verzuringsfront' zakt gestaag verder naar beneden.

Door langdurige hakhoutcultuur in het verleden, waarbij vaak ook het takhout en strooisel werden verwijderd en in feite sprake was van roofbouw, is de situatie van eikenbossen op strandwallen (en lokaal in de binnenduinrand van de Jonge Duinen) nog verder verslechterd. Hierdoor kunnen in hoge mate aluminiumtoxiciteit en zuurstress optreden. In duinvalleien speelt dit probleem minder, want daar stijgt zo nu en dan zeer basenrijk grondwater tot in of boven de humuslaag, en die laag wordt dus geregeld aangerijkt met basen. 

Verdroging
Het meest natuurlijke type duinbos, het vochtige meidoorn-berkenbos, is in het verleden het sterkst achteruitgegaan door verdroging en de versnelde verzuring die daarmee samenhangt. Verdroging is in de duinen vooral een proces dat door de mens in gang is gezet en is onder meer een gevolg was van de grondwateronttrekking voor drinkwatervoorziening. Daarnaast speelden daarbij ook verlaging van de grondwaterstand door kustafslag en in aan de duinen grenzende polders en de aanplant van uitgestrekte bosplantages in veel duinterreinen een grote rol. De bomen verdampen veel water, waardoor minder water in de bodem infiltreert. In de meeste duingebieden is de verdroging door waterwinning in de laatste decennia grotendeels tot staan gebracht en is de grondwaterstand verhoogd door vermindering of beëindiging van de onttrekking van grondwater, waardoor de natuurlijke grondwaterdynamiek is hersteld.

Recreatie
De duinen zijn een favoriet terrein voor recreatie. De drukst bezochte terreinen in de Randstad kennen een grote recreatieve druk (tot meer dan duizend bezoeken per hectare per jaar). Dit kan schade aan de vegetatie tot gevolg hebben en verstoring van de fauna. Zonering blijkt, zeker bij hoge bezoekersaantallen, een weinig efficiënt instrument om rustige gebieden in stand te houden.

Een beperkte mate van ‘grondroering' in een bosgebied waar de bovengrond oppervlakkig ontkalkt is, kan ook positief uitwerken. Dit is het geval als daarbij lokaal weer wat kalkrijk materiaal vanuit diepere bodemlagen naar boven aan de bodemoppervlakte komt. Dat vertaalt zich dan direct weer in een hogere biodiversiteit. Het verschijnsel is bijvoorbeeld mooi te zien op wortelkluiten van omgewaaide bomen of in duineikenbosjes op plaatsen die oppervlakkig zijn ontkalkt, waar juist langs de ruiterpaden nog plekken met lelietjes-van-dalen of soorten van het abelen-iepenbos in de kruidlaag te vinden zijn. Met verrijking door paardenmest heeft dit niets te maken.