Close Menu

N14.01 Rivier- en beekbegeleidende bossen

Effecten overstroming op broekbossen
Bij beekherstel en waterberging in beekdalen komt regelmatig de vraag aan de orde wat de effecten van overstroming zullen zijn op bestaande of te ontwikkelen broekbossen. Is bij de huidige waterkwaliteit overstroming met beekwater wel of niet gunstig voor broekbossen? Wat zijn kritische drempelwaarden voor nutriëntenaanvoer met overstromend beekwater?

Deze vragen spelen onder meer in het Beerzedal ten zuiden van de Kampina. Waterschap De Dommel en de natuurbeheerder (Natuurmonumenten) willen daar graag het natuurlijke beekdalsysteem herstellen, inclusief de daarbij behorende overstromingen met beekwater. Omdat het gaat om een Natura 2000 gebied is het nodig om vooraf te kunnen bepalen wat de effecten zullen zijn op de aanwezige beekbegeleidende bossen. Ook in andere Natura 2000 gebieden met beekbegeleidende  bossen binnen het beheergebied van het waterschap (zoals langs de Keersop in N2000 gebied Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux, en de Reusel in N2000 gebied Kempenland-West) speelt deze vraag.

Eerder onderzoek geeft aan dat het risico op eutrofiering door in beekwater opgeloste nutriënten waarschijnlijk beperkt is. Beekslib dat achterblijft na overstroming kan echter mogelijk wél leiden tot ongewenste eutrofiering. Om de vraag te kunnen beantwoorden zal de komende jaren met PAS-subsidie van de provincie Noord-Brabant en in samenwerking met het waterschap een experiment worden uitgevoerd om het eutrofiërende effect van overstroming met beekwater te bepalen. Daarbij ligt de nadruk op de effecten van het afgezette beekslib. In een aantal goed ontwikkelde kwelgevoede broekbossen wordt beekslib in verschillende doses aangebracht in proefplots. Daarbij is gekozen voor broekbossen die geen deel uitmaken van een Natura 2000 gebied, omdat experimenteel onderzoek binnen Natura 2000 gebieden alleen bij uitzondering mogelijk is.