Close Menu

N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland

Herstel van de binnendijkse brakwatervegetatie langs de Groninger kust
In de Emmapolder en de Klutenplas is geëxperimenteerd met het inbrengen van achtergebleven plantenmateriaal uit vloedmerken, omdat de bodem zelf onvoldoende zaden bevatte. Uit het onderzoek blijkt dat niet uitgegaan kan worden van de spontane vestiging van doelsoorten, terwijl distels en andere akkeronkruiden zich juist gemakkelijk vestigen – ook bij het inzaaien van gras. Het verzamelen van vloedmerk kan het beste direct na de eerste najaarsstorm plaatsvinden, aangezien daarin veel soorten en individuen aanwezig zijn.
Een hoge grondwaterstand van zilt water heeft een gunstige invloed op de vestigingskans van doelsoorten. Permanent inunderen leidt echter tot afsterven van de gehele vegetatie inclusief doelsoorten. Te weinig opzetten leidt tot de vestiging van veel distels. Alleen opzetten tot vlak onder het maaiveld lijkt de vestiging van distels te kunnen voorkomen.
Zie het artikel in De Levende NatuurVestiging van binnendijkse brakwater vegetatie langs de Groninger kust’. 

Herstel van zilte graslanden in Vlaamse kustpolders
In de Uitkerkse Polder probeert het lokale Natuurpunt de zilte graslanden te herstellen van agrarische intensivering door middel van afplaggen. Dit gebied konden de onderzoekers vergelijken met referentiegebieden, waarin de associatie van fioringras met aardbeiklaver nog voorkwam. De vegetatie in deze gebieden werd gedomineerd door kweek, fioringras of zilte rus en geknikte vossenstaart. Het feit dat veel zaden van zilte rus, zilte schijnspurrie, stomp kweldergras en behaarde boterbloem in de diepe bodemlaag werden aangetroffen suggereert dat de zaden van deze soorten lang kunnen leven.
Het loont de moeite de in het verleden opgehoogde zilte graslanden af te plaggen en deze te herstellen door de nu nog lokaal aanwezige zaadvoorraad in de bodem te activeren, concluderen de onderzoekers. Hoe langer wordt gewacht, hoe kleiner de kans is op herstel.
Zie het artikel in De Levende NatuurHerstel van zilte graslanden in Vlaamse kustpolders’. 

Loevestein Munnekeland (Natura 2000)
In het Natura 2000 gebied Loevestein is door een dijkverlegging en maaiveldverlaging een groot gebied ontstaan met afwisselend overstromingsgraslanden en rietmoerassen. In het Natura2000-beheerplan wordt dit deel de centrale komgronden genoemd. Zowel voor de ontwikkeling van riet als voor het overstromingsgrasland wordt in het voorjaar zo lang mogelijk water vastgehouden en wanneer mogelijk water ingelaten. Het gebied wordt extensief jaarrond begraasd met koeien en paarden. De rietpercelen zijn uitgerasterd. Door de afwisseling van zand en klei vestigen zich veel verschillende pionierplantensoorten zoals ratelaars, kruisdistel, veldsalie, maar ook insecten als de gouden sprinkhaan.  In dit Natrura2000-gebied worden langs de rivier grote oppervlakten overstromingsgrasland intensief beheerd. Deze percelen worden vroeg in het voorjaar gecontroleerd op broedvogels. Wanneer het mogelijk is, zonder verstoring van broedvogels worden de overstromingsgraslanden half april gemaaid en in de zomer een tweede keer. Het maaisel wordt afgevoerd. Dit verschralend beheer leidt tot de ontwikkeling van soortenrijk glanshaverhooiland. Soorten als goudhaver en karwijvarkenskervel worden al gevonden.