Close Menu

N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland

Risico op verruiging en verbossing
Instandhouding van binnendijks zilt grasland is vrijwel geheel afhankelijk van vegetatiebeheer door middel van beweiding of maaien. Wanneer het grasland niet tijdig of onvoldoende kort wordt gehouden, is successie naar rietruigte te verwachten; onder zwakbrakke omstandigheden kan ook ontwikkeling naar struweel of bos optreden.

Verzoeting door gebrek aan zout
Zilt grasland in Nederland is ten dele afhankelijk van binnendringend zout water vanuit zee. Het afsluiten van estuaria langs de Nederlandse kust heeft op verschillende plekken in het achterland tot een verzoeting geleid, waardoor zilt grasland hier is afgenomen, zoals in Zuidwest-Nederland door uitvoering van de Deltawerken; in Noord-Holland en Friesland door de afsluiting van het IJsselmeer en het meest recent in Noordoost-Friesland door de afsluiting van de Lauwerszee.
De grootste bedreiging voor deze gebieden zijn verzoeting van het oppervlaktewater, verruiging van rietkragen, boomopslag en het achterlaten van maaisel. 

Oorspronkelijk komen overstromingsvlakten en graslanden voor tussen oeverwallen en rivierduinen en hoger gelegen gronden langs de rivier. Deze overstromingsvlakten konden in de zomer gehooid of geweid worden en stonden lang in het voorjaar onder water. Dit habitat is uiterst belangrijk als paaigebied voor vissen en tegelijkertijd als voedselgebied voor veel visetende organismen. Dit habitat binnen het riviersysteem in Nederland komt weinig meer voor. Deze gronden zijn voorzien van zomerkaden en werden in het verleden intensief agrarisch gebruikt. Deze als grasland gebruikte laagten overstromen uitsluitend in de winter en zijn vaak voedselrijk. Bij natuurontwikkelingsprojecten langs de rivieren is soms het maaiveld verlaagd om de fosfaatverrijkte bovenlaag te verwijderen. Wanneer de zomerkade wordt doorbroken door een eenzijdig of tweezijdig aangetakte geul ontstaat plaatselijk weer een overstromingsvlakte.

Zomerbedverlaging
In het bovenstroomse deel van de Nederlandse rivieren treedt een jaarlijkse verlaging van het zomerbed op (ter hoogte van de Gelderse Poort met meer dan 2 cm per jaar). Aquatische milieus en natte milieus zoals overstromingsgrasland staan in dit deel van de Nederlandse rivieren hierdoor onder druk.

Verdroging boezemlanden
Verspreid over Nederland komen grote oppervlakten overstromingsgraslanden voor die onder invloed staan van de boezem (Friesland, Groningen, Noord-Holland, Zuid-Holland). Door de betere beheersing van de boezem zijn deze overstromingsgraslanden achteruitgegaan.  Overstroming met oppervlaktewater vindt nog sporadisch plaats. Veel gronden worden bovendien intensief agrarisch gebruikt. Er trad verruiging en/of vernatting op en de oevers en rietoevers werden aangetast.

Kansen
Het combineren van functies geeft kansen voor het creƫren van nieuwe zilte gebieden. Hierbij valt te denken aan:

  • Binnendringing van zout water bij bijvoorbeeld sluizen geeft extra mogelijkheden voor ontwikkeling van zilt grasland door inundatie met brak oppervlaktewater, bijvoorbeeld langs het Noordzeekanaal.
  • Waterberging; zomerpolders in winter onder water en droogvallend in (vroege) voorjaar.