Close Menu

N12.03 Glanshaverhooiland

Extra maaien
Extra maaien of maaien in plaats van nabeweiden kan een goede maatregel zijn tegen verrijking en verruiging. Bij een hoge voedselrijkdom en een hogere grasproductie kan twee keer of in extreme gevallen zelfs drie keer gemaaid worden. Hierdoor verschralen de graslanden veel sneller.
Bloten, slepen en rollen kan in nog niet goed ontwikkelde glanshaverhooilanden een zinnige maatregel zijn omdat het de grasgroei stimuleert en dus de verschraling versnelt.

Nabeweiden
Waar dat nog niet gebeurt, kan tegen verruiging nabeweiding worden geïntroduceerd. Indien dit al gedaan wordt, kan nabeweiding met een hogere veebezetting een oplossing zijn. Nabeweiden is minder effectief in het afvoeren van voedingsstoffen dan maaien, maar heeft als neveneffect dat het grasland rijker aan structuur wordt - van belang voor fauna - en dat er open plekken (trapgaten) ontstaan, waar soorten kunnen kiemen. Dit gebeurt vooral in al redelijk verschraalde graslanden; als de voedselrijkdom nog heel hoog is, heeft het minder effect.

Kleinschalig plaggen
Voor zeldzame soorten kan het goed zijn dichtbij bestaande groeiplaatsen om stukjes te plaggen. Dat zorgt voor open plaatsen waar deze soorten kunnen kiemen. Dit betreft een tijdelijke maatregel die alleen lokaal wordt toegepast om de populatie van heel zeldzame soorten te ondersteunen en te voorkomen dat deze (nationaal, regionaal of eventueel lokaal) uitsterven.

Bekalken tegen verzuring
Om verzuring tegen te gaan kan incidenteel kalk of kalkhoudende stoffen worden toegediend. Dat gebeurt als soorten van tamelijk zure omstandigheden (gewone veldbies, muizenoor, gewoon struisgras e.d.) op de voorgrond gaan treden, terwijl de kwalificerende soorten van het type verdwijnen.
De benodigde dosis is afhankelijk van de gebruikte kalkmeststof en de mate van verzuring. De neutraliserende werking van kalkmeststoffen wordt aangeduid met de term neutraliserende waarde (nw); in veel gevallen ligt deze tussen ca. 50 en 60. In die range zal het doorgaans gaan om een kalkgift tussen ca. 250 en 750 kg/ha/jaar. Hoe vaak bekalking nodig is, kan per situatie verschillen.
Bekalk in beginsel in het vroege voorjaar. In uiterwaarden waar overstroming op kan treden kan beter kort na de eerste maaibeurt worden bekalkt. Dan kan de bekalkende waarde zo goed mogelijk benut worden voordat de kalk af- of wegspoelt bij eventuele inundatie.

Inzaaien
De goed ontwikkelde glanshaverhooilanden liggen nogal verspreid en sommige zeer geisoleerd, bijvoorbeeld op dijken. Als er voldoende bronpopulaties aanwezig zijn en verspreiding via rivierwater mogelijk is, zoals in de Gelderse Poort, duiken bij natuurontwikkeling vaak bijzondere soorten op, terwijl op andere plekken deze ontwikkelingen niet of veel trager gaan. Bij geheel ge├»soleerde locaties (niet overstroomd) kan inzaaien noodzakelijk zijn om een goed glanshaverhooiland te ontwikkelen.