Close Menu

N12.03 Glanshaverhooiland

Vermesting
Glanshaverhooilanden mogen niet bemest worden. Voedselrijke omstandigheden kunnen echter het gevolg zijn van bemesting in het verleden of (in de lagere delen) overstroming met voedselrijk rivierwater, en van stikstofdepositie. Ook te extensief maaibeheer waarbij de productie onvoldoende wordt afgevoerd leidt tot verruiging.

Te voedselrijke omstandigheden leiden tot slechter ontwikkelde vegetaties. Goed ontwikkelde glanshaverhooilanden zijn kruidenrijke vegetaties. Meestal zijn er twee vegetatielagen: een onderlaag met veel rozetplanten en vlinderbloemigen en een bovenlaag van hoogopschietende grassen en kruiden (vooral schermbloemigen). Meerdere voor dit beheertype kwalificerende plantensoorten komen geregeld voor. Er is sprake van een open structuur, zodat er voldoende licht op de bodem kan vallen voor zaad om te kiemen.
Slechter ontwikkelde glanshaverhooilanden zijn minder kruidenrijk en worden gedomineerd door forse grassen (rietzwenkgras, kropaar, kweek, glanshaver), forse kruiden als fluitenkruid en gewone berenklauw en eventueel ruigtesoorten (als grote brandnetel, boerenwormkruid, dauwbraam, akkerdistel). Kwalificerende plantensoorten komen maar zeer beperkt voor of ontbreken. Als er te weinig biomassa wordt afgevoerd hoopt zich een dikke strooisellaag op. In deze vervilte laag kan zaad slecht kiemen en kunnen jonge planten zich moeilijk ontwikkelen.

Verdroging
Overstromingen in de winter zijn een vereiste voor goed ontwikkeld glanshaverhooilanden. Afname van winterinundatie in frequentie en duur leidt tot afname van het areaal (opschuiven op de gradiënt naar lagere standplaatsen) en ontwikkeling naar drogere graslandtypen.

Verzuring
Goed ontwikkelde glanshaverhooilanden komen uitsluitend voor op locaties met een kalkhoudende of kalkrijke bodem. Omdat kalk oplost, spoelt deze in de loop van de tijd uit waardoor de bovengrond verzuurd. Dit heeft een negatief effecten op de karakteristieke soorten van glanshaverhooiland. Op zeer kalkrijke gronden, zoals löss en krijtverweringsbodems duurt dit proces zeer lang, maar op matig kalkrijke bodems (zoals in het rivierengebied) kan dit proces aanzienlijk sneller gaan. Van nature wordt bij de incidentele inundaties met rivierwater een geringe hoeveelheid kalkhoudend sediment afgezet, waardoor de kalkrijkdom van de bovengrond op peil blijft. Door aanpassingen in het rivierbeheer is de frequentie en duur van inundaties ingrijpend veranderd, in welke mate en richting verschilt per riviertak. Ook is een deel van de glanshaverhooilanden buiten het bereik van overstromingen komen te liggen. Hierdoor verzuren de bodem en gaan de vegetaties achteruit.

Begrazing
Een bedreiging van heel andere aard is het grootschalig en integraal begrazen van uiterwaarden, zonder dat daarbij delen gemaaid worden. Glanshaverhooiland moet minimaal één keer gemaaid worden, bij uitsluitend begrazing gaat het grasland over in kamgrasland (intensief) of ruigte (extensief) en meestal een mozaïek van beide.

Kans: Ruimte voor de Rivier
Ruimte voor de rivier biedt kansen om agrarische percelen om te zetten in natuur, behalve als uiterwaarden zeer laag afgegraven worden om heel veel water te bergen. Rijkswaterstaat streeft naar zo min mogelijk bos in de uiterwaarden. Glanshaverhooiland is in dit geval een goed alternatief; glanshaver is de vervangingsgemeenschap van de matig droge bossen in de uiterwaarden.