Close Menu

N12.01 Bloemdijken

Wegvallen landbouwkundige functie
Dijkhellingen zijn voor de landbouw tegenwoordig niet meer zo interessant. Ze zijn moeilijk inpasbaar in de moderne bedrijfsvoering van de intensieve veehouderij. De grote lengte aan veekerende rasters die nodig zijn maken de kosten erg hoog. Ook kan de afwezigheid van drinkwater voor het vee een probleem opleveren. Het gevolg is dat veel van deze dijkhellingen niet meer in agrarisch gebruik zijn. Ze worden aan hun lot overgelaten of zijn inmiddels in beheer overgenomen door een van de terreinbeherende instanties.

Tekortschietend beheer
Het in standhouden van de bloemrijke vegetaties vergt een beheer dat zoveel mogelijk aansluit bij het ouderwetse agrarische gebruik. Het betekent dus altijd een beheer met beweiding, hooiland of een combinatie daarvan. Zodra één of andere vorm van beheer achterwege blijft, slaat de natuurlijk successie toe, aangejaagd door de neerslag uit de lucht van vermestende stoffen. Het leidt tot een grasdominantie die overgaat in een dominantie van brandnetels, bramenstruweel, uiteindelijk overgaand struweel of bosvorming.

Overbegrazing
Plaatselijk zijn nog particulieren die hobbydieren op dijken laten grazen, wat niet zelden leidt tot een overbegrazing en gemillimeterde vegetatie op volledig dicht getrapte bodem. Jaarrondbegrazing met schapen geeft eenzelfde beeld waarbij de natuurwaarden sterk onder druk staan.

Maaisel en bagger
Veel dijken in het agrarisch cultuurlandschap worden langs één of beide zijden geflankeerd door sloten of watergangen die het waterpeil in het naastliggend landbouwgebied reguleren. Deze worden over het algemeen jaarlijks gemaaid en met een tussenperiode van enkele jaren ook uitgebaggerd. Daarbij is veelal een ontvangstplicht voor de naastliggende grondeigenaar die dit maaisel of baggerspecie om en om dienen te accepteren. Wordt dit materiaal op de dijkhelling aangebracht dan veroorzaakt dit het daaropvolgend jaar meteen een sterke verruiging die het hele talud nadelig kan beïnvloeden en het resultaat van jaren intensief beheer teniet kan doen.

Aanplant bomen
Dijktaluds worden, voor zover ze geen waterkerende functie hebben, vaak met laanbomen ingeplant. Hun landschappelijke betekenis is dan ook groot. In die zin wordt wel gesproken over ‘dijken als de ruggengraat van het landschap’. Een te dicht plantverband of zelfs meerdere rijen bomen op het talud geven veel schaduw en bladval. Dit kan een goede ontwikkeling van bloemrijke vegetaties in de weg staan. In sommige gevallen zijn dijktaluds volledig met struweel ingeplant. Het ging dan om inrichtingswerken die werden aangestuurd door landschapsplannen in ruilverkavelingsverband. Dergelijke taluds geven geen mogelijkheden voor bloemrijke vegetaties en ook hun belang voor fauna is beperkt. Alleen zangvogels vinden hier nog wat van hun gading.