Close Menu

N10.02 Vochtig hooiland

Herstel van diversiteit op landschapsniveau
De meeste vochtige hooilanden lijden onder aantastingen omdat ze te klein zijn. Voor een duurzaam herstel is vergroting van de oppervlakte nodig. Bij herstel en inrichting zal op landschapsniveau moeten worden gewerkt, waarbij rekening gehouden wordt met het vochtig hooiland maar ook met externe hydrologie en milieuomstandigheden. Bij het vergroten van de oppervlakte van vochtig hooiland is ook aandacht nodig voor de verbetering van natuurtypen die verwant zijn aan vochtig hooiland. Zowel de flora als de fauna van vochtig hooiland heeft baat bij grote reservaten met een grote diversiteit aan gradiënten en natuurtypen van verschillende successiestadia. Beheertype N10.02 Vochtig hooiland kan onder goede omstandigheden omvormen naar het voedselarmere en floristisch rijkere beheertype N10.01 Nat schraalland.

De verschillende landschapstypen waar vochtig hooiland voorkomt, stellen verschillende eisen aan herstel en inrichting van vochtige hooilanden. In de beekdalen is het van belang de verdroging en eutrofiëring die vanuit de omgeving binnendringt te beperken. Dat kan door niet alleen het natte deel van het beekdal, maar ook de aangrenzende hoger gelegen infiltratiegebieden in het reservaat op te nemen. Bij het vergroten van de vochtige hooilanden in veengebieden is het herstel van één gelijk waterpeilniveau gewenst.

Ook externe hydrologie aanpakken
Een waterstandsverhoging wordt in de natte schraallandreservaten pas wezenlijk effectief als ook de hydrologie van de omgeving aangepast wordt en de toevoer van gebufferd grond- of oppervlaktewater. Daarvoor doen zich in ons land mogelijkheden voor in de hoger gelegen zandlandschappen rondom de beekdalen.

Beekdalen en kwel
In beekdalen is het herstel van de oorspronkelijke invloed van grondwater of kwel de beste manier om verdroogde vochtige hooilanden te herstellen. Dit verzekert in de meeste gevallen de aanvoer van relatief schoon water, dat niet voedselrijk is en lage concentraties fosfaat heeft en dat voldoende bufferende stoffen en ijzer bevat. Dit is ook goed uitgangspunt bij het verschralen van voedselrijke, voormalige agrarische graslanden. Soms zijn relatief simpele maatregelen, zoals het dempen van sloten en het opzetten van het beekpeil, toereikend om de invloed van grondwater en kwel te verbeteren.

Inlaat oppervlaktewater van goede kwaliteit
Waar herstel van de invloed van grondwater en kwel niet mogelijk is, kan de inlaat van oppervlaktewater bijdragen aan de vernatting. Dit water dient niet voedselrijk te zijn, en het liefst bufferende stoffen te bevatten die verzuring tegengaan. Bij gebruik van vervuild oppervlaktewater is voorzuivering met een helofytenfilter een optie. In veenpolders is het zaak om de wegzijging van water te beperken, bijvoorbeeld via de aanleg van een tussenboezem. Technisch is veel mogelijk, maar de kosten kunnen hoog zijn.

Bosopslag verwijderen als aanvullende maatregel
Bosopslag verwijderen is een aanvullende maatregel om te voorkomen dat hooiland dichtgroeit, en in mindere mate ook om afvoer van biomassa te bewerkstelligen. Dit vermindert de aanvoer van voedingsstoffen via bladval en de verdroging via verdamping. Overigens is een geringe oppervlakte wilgenstruweel wel waardevol voor de fauna, als nectarbron in het voorjaar en broedgelegenheid. Een kleine oppervlakte struweel handhaven door rotatiebeheer toe te passen is dus aan te raden wanneer de oppervlakte dit toelaat.

Plaggen werkt alleen bij verbetering hydrologie
In recent aangetaste, verruigde vochtige hooilanden met strooiselophoping levert plaggen vrijwel altijd op de korte termijn succes op. Plaggen werkt echter alleen als ook de hydrologische situatie wordt verbeterd. Terugkeer of nieuwe vestiging van soorten vormt daarbij veelal geen probleem. Er zijn situaties waar plaggen van natte voedselarme graslanden een minder goed effect heeft of averechts werkt. Soms kan bijvoorbeeld snelle herverzuring optreden. Bekalking van plagplekken of van infiltratiegebieden is een methode om dit effect teniet te doen.

Natuurontwikkeling door ontgronding op zandgronden
Vochtig hooiland kan op zandgronden uit voormalig landbouwgebied worden ontwikkeld door het afgraven van de voedselrijke bodem. Hiermee wordt de ophoping van stikstof en fosfaat door langdurige en intensieve bemesting grotendeels verwijderd. Het succes van de natuurontwikkeling na ontgronding is vaak sterk afhankelijk van de dispersie van planten en dieren uit de directe omgeving. Percelen die zijn omgeven door goed ontwikkelde vegetaties met bijbehorende fauna zijn het meest kansrijk. Na ontgronden wordt vaak integrale begrazing ingezet, waarbij runderen of schapen zaden kunnen verspreiden uit omliggende gebieden met natte en droge heide, zeggenvegetaties en heischrale graslanden.