Close Menu

N10.01 Nat schraalland

Herstelopties voor kleine zeggenvegetaties in beekdalvenen
In beekdalen met grondwatervoeding trad onder ongestoorde omstandigheden langdurig veenvorming op door onder andere kleine zeggenvegetaties met slaapmossen. Door langdurige ontwatering en landbouwkundig gebruik zijn die vegetaties nagenoeg verdwenen. Door vernatting is het mogelijk om het grondwaterregime en kwel van grondwater weer te herstellen.

In OBN-onderzoek is daarom gekeken in hoeverre de biogeochemie van de gedegradeerde veenbodem nog geschikt is voor herstel van laagproductieve kleine zeggenvegetaties door vernatting en welke aanvullende maatregelen kunnen bijdragen aan herstel. Het onderzoek geeft aan dat de herstelmogelijkheden sterk samenhangen met de ijzer- en fosfaatrijkdom van het veen. IJzerrijke venen zijn ook fosfaatrijk en dit nutriënt is onder natte omstandigheden dan goed beschikbaar voor planten. In ijzerrijke venen treedt daarom geen fosfaatbeperking op voor de vegetatie. De vegetatie heeft daardoor een relatief hoge productiviteit. IJzerarme venen zijn vaak ook fosfaatarm en daardoor laagproductief. Veel zeldzame soorten van kleine zeggen begroeiingen komen daarom vooral in ijzerarme venen voor. In combinatie met vernatting heeft plaggen van de nutriëntenrijke toplaag een positief effect op herstel van kleine zeggenvegetatie. Het inbrengen van kenmerkende planten- en mossoorten kan in laagproductieve, ijzerarme venen bijdragen aan herstel van de vegetatie.
In het rapport ‘Onderzoek aan biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen’ worden de achtergronden belicht en is een stroomschema te vinden voor het bepalen van de herstelopties en -maatregelen in beekdalvenen.

Ontgronden voor natuurontwikkeling in relatie tot pitrus
Op 12 december 2007 is op twee locaties in het Drentsche Aa-gebied gekeken naar de resultaten van maatregelen die genomen zijn om landbouwgrond om te vormen naar natuur. Vaak wordt gekozen voor het afvoeren van de bovengrond (de voormalige bouwvoor) om snel tot een voedselarmer systeem te komen. Zo ook hier. De beekbegeleidende graslanden zijn grotendeels goed ontwikkelde bloemrijke graslanden en zeggenvegetaties, maar er zijn ook plaatsen met veel pitrus en andere storingssoorten. Oorzaak van de pitrusverruiging is onder meer: een schommelend waterpeil, verzuring en een te hoog fosfaatgehalte van de bodem. Resultaten hiervan zijn te vinden in het verslag van de Veldwerkplaats 'Ontgronden voor natuurontwikkeling in relatie tot pitrus'.

Herstel van vochtig schraalland op voormalige landbouwgronden
In het Natura2000 gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is in de afgelopen jaren voormalige landbouwgrond omgevormd naar nat schraalland. De natuur is niet simpelweg een eindje op weg geholpen, maar er is intensief voorwerk gedaan om de uitgangssituatie zo geschikt mogelijk te maken.

Diverse methoden, zoals het uitstrooien van maaisel en het enten van bodem, zijn experimenteel toegepast om een zo compleet mogelijk ecosysteem te creëren. Een systeem waarin niet alleen de basale soorten aanwezig zijn, maar ook unieke sleutelsoorten en de verschillende interacties tussen die soorten. De eerste resultaten zijn vastgelegd in het verslag van de Veldwerkplaats 'Herstel van vochtig schraalland op voormalige landbouwgronden'.

Experimentele bevloeiing langs de Reest
In de middenloop van de Reest werd van 1999 tot 2006 een proef uitgevoerd waarbij een dotterbloemhooiland kunstmatig werd bevloeid met oppervlaktewater uit de Reest. Bevloeiing leidt tot een geringe verhoging van de bodem pH. Dit effect was gering wegens de lage calciumconcentratie van het bevloeiingswater. Aanvoer van ijzerrijk organisch slib zorgde voor een verlaging van de fosfaatbeschikbaarheid. De aanvoer van fosfaat was gering doordat fosfaat dat gebonden is aan leem kon bezinken voordat het bevloeiingswater het perceel in stroomde. Tevens werd met het bevloeiingswater relatief veel kalium aangevoerd. De bevloeiing leidde tot herstel van de vegetatie in de richting van goed ontwikkelde dotterbloemhooilanden. 
De resultaten staan in het rapport 'Continuering experimenteel bevloeiingsonderzoek langs de Reest'.