Close Menu

N09.01 Schor of kwelder

Zeespiegelstijging
Het voortbestaan van kwelders is sterk afhankelijk van de mate van overstroming door het zeewater. Bij te weinig overstroming kan de kwelder verzoeten en zullen de karakteristieke zouttolerante soorten verdwijnen, terwijl bij een te hoge overstromingsfrequentie de kwelder kan verdrinken. De mondiale zeespiegelstijging zal naar verwachting voor kwelders in de Waddenzee geen bedreiging vormen, aangezien sedimentatie op de meeste plaatsen de stijging van het gemiddeld hoogwaterniveau kan compenseren.
In de Oosterschelde is de situatie echter zorgelijker door geringe beschikbaarheid van sediment en beperking van het getij door de stormvloedkering.

Naast de opslibbingssnelheid speelt ook de ruimtelijke fixatie van een kwelder een rol bij de mogelijkheid tot aanpassing aan een stijgende zeespiegel. De meeste vastelandkwelders in Nederland zijn begrensd door een dijk en daardoor hebben deze niet de beperkt in hun mogelijkheid om eventueel landinwaarts op te schuiven. Deze situatie wordt ‘coastal squeeze’ genoemd.

Veroudering
De kwaliteit van kwelders wordt momenteel sterk bedreigd door een toenemende veroudering van de vegetatie in combinatie met beperkte nieuwvorming. Deze veroudering gaat gepaard met verlies aan diversiteit van plantensoorten en het ontstaan van monotone vegetaties met Zeekweek op de hoge kwelder en met Gewone zoutmelde op de lage kwelder.

Op de (wat brakkere) kwelders met invloed van zoet water (regenwater run-off vanaf het dijktalud of kwelwaterinvloed vanuit het dijklichaam of het achterland) als op overgangen van duin naar kwelder (met kwel van zoet grondwater) kan riet gaan domineren. Mooie voorbeelden zijn de kwelder bij Den Oever (kwel uit het eiland Wieringen) en tot 1987 ’t Land van Markiezaat (met kwel uit de Brabantse Wal).

Oorzaak van de veroudering is een hoge sedimentatiesnelheid waardoor maaiveldverhoging optreedt en de beschikbaarheid van nutriënten toeneemt. Beide mechanismen leiden tot successie in de vegetatie met verdringing van laagblijvende soorten door hoog opgaande soorten.

Op de vasteland kwelders speelt veroudering ook een rol. Daar ligt de oorzaak meestal in een combinatie van leeftijd, hoge opslibbingssnelheid gefaciliteerd door de aanwezigheid van rijshoutdammen in de pionierzone, goede ontwatering en afgenomen beweiding.

Verstarring
Verschillende maatregelen die bedoeld of onbedoeld hebben geleid tot een snelle uitbreiding zoals de landaanwinningswerken langs de Fries-Groninger kust en de aanleg van stuifdijken op de Waddeneilanden hebben geleid tot verstarring van het kwelderlandschap. Door de ruimtelijke vastlegging wordt het natuurlijke proces van afwisselend aangroei en afslag van kwelders beperkt en kan verjonging van de successiestadia niet of nauwelijks optreden. De mogelijkheid tot aanpassing aan een stijgende zeespiegel wordt hiermee ook beperkt. Ruimte voor verjonging is er alleen als in de toekomst gedeeltelijke erosie van bestaande kwelders wordt toegestaan, waardoor het proces van kweldervorming opnieuw kan beginnen.

Spanningsveld met KRW
De KRW-kwaliteitsmaatlat is bedoeld om op het niveau van stroomgebieden een beoordeling te kunnen maken van de ontwikkeling (van kwaliteit) van het desbetreffende gebied. De KRW-maatlat is niet bedoeld voor toepassing in afzonderlijke deelgebieden, maar de verleiding blijkt groot om dat laatste toch te doen. Dat laatste is wel het geval met de SNL-kwaliteitsbeoordeling.

Deze beoordelingen moet de reflectie op het succes van het beheer aanmoedigen en geen dwang vormen om te voldoen aan de maatlat of aan de SNL-beoordeling. Hier vormt zich een potentieel spanningsveld met de kwaliteitsbeoordeling in het kader van de SNL.

Maar zowel de KRW als de SNL kan geen dwangbuis voor de beheerder van de kwelder worden want veel kwelders zijn relatief jong en (dus) is successie en veroudering een onderdeel van de autonome ontwikkeling (een natuurlijk proces) wat niet altijd mogelijk is om te buigen. De KRW-maatlat geeft een beheerder een referentiepunt en zou de mogelijkheid moeten geven waarom afgeweken wordt van het streefbeeld volgens de maatlat.