Close Menu

N08.04 Duinheide

Begrazing
Begrazing met runderen, paarden of schapen zorgt er in principe voor dat er minder vergrassing optreedt, ook bij een vrij lage graasdruk. De vestiging van houtige soorten neemt bij begrazing licht toe vanwege het groter aantal open plekken waar zaden kunnen kiemen, maar de groei van kleine bomen en struiken wordt geremd, waardoor de duinheide wel een meer open karakter houdt. Voor een duurzaam behoud van duinheide wordt begrazing als reguliere maatregel gecombineerd met andere maatregelen.
Per gebied kan de precieze invloed van begrazing nog wel verschillen. In de Noord-Hollandse duinen bijvoorbeeld ontstond onder invloed van natuurlijke begrazing door konijnen juist een open, korstmosrijke heide, terwijl onder invloed van schapenbegrazing een meer gesloten duinheide is ontstaan (alhoewel boomopslag met uitzondering van Amerikaanse vogelkers nog steeds weinig krijgt).

‘Terreurbegrazing' met landgeiten toepassen
Door begrazing van geiten, en soms schapen, in hoge dichtheden kan opslag van struiken en bomen succesvol worden teruggedrongen. Struikheide krijgt weer de overhand en er ontstaan nieuwe stuifkuilen en veel steilrandjes. Voor de warmte- en droogteminnende fauna betekent dat een duidelijke verbetering van de situatie. Ook een soort als de tapuit kan van dit beheer profiteren.
Nog aanwezige relictpopulaties van waardevolle flora moet bij deze vorm van herstelbeheer beschermd worden, anders is het effect op deze soorten desastreus. Ook bescherming van de faunahabitat is van belang.
De terreurbegrazing vindt bovendien altijd voor een beperkte periode plaats en wordt gevolgd door een periode van lage begrazingsdichtheid, zodat de heide en de aanwezige fauna zich kan herstellen.

Verstuiving
Voor verzurende droge duinheide is het mogelijk om in naastgelegen duinen verstuiving op gang te brengen. Daardoor worden de organische lagen bedekt met mineraal zand. Met stuivend zand worden tevens opnieuw bufferstoffen aangevoerd. OBN heeft over inzet van verstuiving als PAS-herstelmaatregel een aantal adviezen uitgebracht. Deze omvatten alle Waddeneilanden en een aantal duingebieden in Noord-Holland. 

Plaggen van sterk vergraste heide
Bij duinheiden die zijn aangetast door vergrassing, verzuring en verbossing vormt de grote hoeveelheid organisch materiaal die zich heeft opgehoopt het grootste probleem. Dat organische materiaal bevat veel voedingsstoffen en houdt vocht goed vast, zodat algemene plantensoorten van voedselrijk milieu het winnen van de duinheidesoorten die aangepast zijn aan voedselarmoede en perioden van droogte.
Bij sterke vergrassing is plaggen een geschikte maatregel. Het is daarbij nodig om behalve de vegetatie ook de humeuze toplaag van de bodem af te voeren. Vanwege de van nature aanwezige kleinschalige afwisselingen in duinheiden is het raadzaam plagwerkzaamheden zowel gefaseerd als kleinschalig uit te voeren zodat de afwisseling behouden blijft. Een dunne humeuze laag kan het best over de helft van de oppervlakte in zijn geheel worden verwijderd, volgens een vlekkenpatroon. Dikkere, venige lagen in duinvalleien kunnen beter ‘blijven zitten'.
De keuze om te plaggen zou niet alleen moeten afhangen van de mate van vergassing, maar ook van de dikte van de humuslaag. In het geval er sprake is van zware vergrassing en een dikke humuslaag kan best geplagd worden, maar dan liefst met behoud van een deel van de humuslaag, dus niet (altijd) tot op het minerale zand (dit is te vergelijken met ‘ chopperen’). Zeker in het Waddendistrict is het moedermateriaal zeer arm aan mineralen, waardoor de bodem anders te sterk verarmd raakt. Bovendien verdwijnt daarmee ook de hele zaadbank (met heidezaad). Achtergrondinformatie over de effecten van plaggen op kalkrijke en kalkarme bodems vindt u in een OBN-rapport
De bodem van de duinheides in de Hollandse duinen is dunner dan die op de Wadden; daar is plaggen of chopperen helemaal geen optie, en is hoogstens spragelen (oftewel: klepelen en afzuigen) aan te raden.
Ook in Nederlandse droge heide wordt plaggen en bekalken steeds meer afgeraden: beter is het om begrazing toe te passen. Met het oog op buffering is het goed om ontwikkeling van de organische bodem en verstuiving een kans te geven.

Branden
Branden als maatregel wordt zelden uitgevoerd. Strenge regelgeving en gering maatschappelijk draagvlak zijn hier de oorzaken van. Er zijn experimenten met geplande branden gedaan in de winter (op Terschelling), maar bij sterke verruiging is de strooisellaag te vochtig en wordt er niet genoeg verbrand. Spontane branden in de zomer (onder andere in het Jan Thijsseduin op Terschelling, en in de duinen bij Schoorl) leveren – indien meteen met begrazing wordt begonnen – wel terugzetting op van successie. Daarbij keert struikheide snel terug uit zaad en overlevende wortels. Kraaiheide verbrandt extreem goed door de oliën die erin zitten en kan niet regenereren. In Denemarken worden branden als reguliere beheermaatregel gebruikt om de dominantie van kraaiheide terug te dringen ten gunste van struikheide.