Close Menu

N08.03 Vochtige duinvallei

De Mokslootvalleien op Texel
De valleien rondom de Moksloot in het zuidelijk deel van Texel omvatten circa 250 hectare natte duinvalleien. Het gaat voornamelijk om primaire valleien, maar er zijn ook een paar uitgestoven  (secundaire) valleien aanwezig. De oudste valleien dateren van omstreeks 1770. In de eerste wetenschappelijke beschrijvingen, uit 1850, blijkt dat er destijds sprake was van een weelde aan voedselarme en kalkrijke duinvalleivegetaties. Door ontwatering en landbouwkundig gebruik bleef van de kenmerkende duinvalleivegetaties niet veel over.

Vooral als gevolg van de onttrekking van grondwater die sinds 1952 plaatsvond, nam de verdroging toe. Omdat het waterbedrijf PWN van de provincie geen toestemming kreeg voor uitbreiding van de drinkwatervergunning op Texel, werd in 1993 de grondwaterwinning gestopt in de omgeving van de Mokslootvallei. In plaats daarvan kwam er een pijpleiding voor drinkwater vanaf het vasteland.

In de zomer van 1993 werd toen meteen een grootschalig herstelproject voor duinvalleien uitgevoerd, waarbij de oude en verzuurde toplaag werd verwijderd in een gebied van zo'n 35 hectare. Hierdoor konden zich nieuwe duinvalleivegetaties ontwikkelen. In 1995 werden Schotse Hooglanders en Exmoorpony’s  in het gebied geïntroduceerd, om een te snelle hergroei van de vegetatie te voorkomen.  Slecht enkele secondaire valleien werden uitgerasterd om vertrapping in deze valleitjes te voorkomen. De ontwikkeling van de vegetatie in al deze valleien werd gemonitord door de Rijksuniversiteit Groningen tussen 1994 en 2008. Zie bijvoorbeeld het rapport 'Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie in natte duinvalleien in het Waddendistrict (Texel en Terschelling)'. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat valleien die voornamelijk door grondwater werden gevoed zich beter ontwikkelden dan valleien die voornamelijk door oppervlaktewater werden gevoed. Ook had de vegetatie in de 'grondwatervalleien' een langere levensduur, omdat deze valleien relatief klein zijn en daardoor minder ganzen aantrokken. De impact van koeien en paarden op de vegetatie was er eveneens kleiner.

Herstel van duinvalleien in de Amsterdamse Waterleiding Duinen
In de Amsterdams Waterleiding Duinen (AWD; 3400 hectare, nabij Zandvoort) produceert Waternet drinkwater voor ruim 1 miljoen inwoners in Amsterdam en omstreken. De productie in dit duingebied is al in 1853 gestart. Eerst werd grondwater direct opgepompt, in veel grotere hoeveelheden dan kon worden aangevuld door de neerslag. Als gevolg daarvan verdroogden vrijwel alle duinvalleien in het gebied. Sinds 1957 wordt extra water aangevoerd vanuit de grote rivieren. Dit water wordt voorgezuiverd voordat het in de duinen wordt geïnfiltreerd, alleen bleek dit niet voldoende te gebeuren: de duinvalleien werden wel nat, maar ook sterk beïnvloed door doorstroming van voedselrijk rivierwater. Sinds 1974 wordt het water gedefosfateerd.

In 1996 en ook in 2007 werden grote veranderingen in het productiesysteem doorgevoerd, waarbij het natuurlijke hydrologische systeem in het zuidelijke deel van de AWD werd hersteld zonder de watervoorziening in gevaar te brengen:

  • Een kanaal van 3,5 kilometer lang waar grondwater werd onttrokken werd gedempt, en de winning werd hier gestopt
  • In een ander (even lang) winkanaal werd de waterstand 50  centimeter hoger gezet
  • In waterbergingskanalen werden de water peilen 130 centimeter hoger gezet
  • De verminderde winning van natuurlijk duinwater werd gecompenseerd door meer gezuiverd rivierwater aan te voeren
  • De vernatting van het duingebied (circa 35 hectare) ging gepaard met maatregelen om de duinvalleien weer te herstellen (plaggen, begrazen, maaien)                                                                                                                      

Het ingebrachte gezuiverde rivierwater functioneert nu als een buffer voor betrouwbare levering van goed drinkwater. Het hydrologische systeem dat de duinvalleien van grondwater voorziet kan weer functioneren.

Na jaren van drinkwaterproductie met een sterk negatief effect op duinvalleiontwikkeling is er nu een productiewijze die de werking van het hydrologische systeem buiten het infiltratie- en winsysteem minder belemmert. Deze investeringen in een betere drinkwaterproductie wordt (net als het beheer van het duingebied door de waterleidingbedrijven) gefinancierd vanuit de drinkwaterprijs voor de consumenten (ruim 3 miljoen mensen in Noord- en Zuid-Holland). Uit onderzoek blijkt dat consumenten bereid zijn iets meer te betalen om een dergelijke werking van het duinsysteem goed te laten functioneren ten behoeve van natuur en betrouwbare drinkwatervoorziening.