Close Menu

N08.01 Strand en embryonaal duin

Recreatie
Recreatie is verreweg de grootste bedreiging voor embryonale duinen. Het Nederlandse strand is over het algemeen vrij toegankelijk. De zone waar de embryonale duinen ontstaan, is op veel plaatsen verpacht aan uitbaters van strandtenten of aan particulieren voor strandhuisjes. Meestal betreft het bouwsels die in de herfst verwijderd worden en in het voorjaar weer worden opgebouwd. De natuurlijke ontwikkeling wordt dan elk voorjaar weer tenietgedaan door de embryonale duintjes weg te bulldozeren. Recent worden er ook steeds meer vergunningen afgegeven voor jaarrond geopende strandpaviljoens en recreatiebungalows, waardoor embryonale duinen op die plaatsen helemaal niet meer kunnen ontstaan.

Op plekken die niet verpacht zijn, worden veel duintjes betreden door badgasten, wandelaars, terreinvoertuigen of ruiters. Het intensief berijden van het strand door officiële instanties, aannemers en strandpachters maakt de vestiging van nieuwe vegetatie bijna onmogelijk. Fauna die van strand en embryonale duinen afhankelijk is voor voortplanting wordt verstoord. Vooral strandbroeders als strandplevier en dwergstern hebben hier last van. Van de ongewervelde soorten ondervindt bijvoorbeeld de strandzandloopkever hinder van recreanten. De larven van deze soort leven in ondiepe holletjes in het zand, waar ze zeer kwetsbaar zijn.

Vastlegging van de zeereep
De pionierbegroeiing van embryonale duinen kan ieder jaar een ander oppervlak en locatie innemen, of een aantal jaren op dezelfde plek voorkomen. Voor langdurig behoud van de embryonale duintjes zijn, naast de meestal ruimschoots aanwezige winddynamiek, vooral de aanvoer van zand en een incidentele overspoeling met zeewater nodig. Gunstige omstandigheden doen zich voor bij een aangroeiende, zandige kust. Enige mate van afbraak is belangrijk, anders groeien embryonale duinen door tot witte duinen, maar te veel erosie is gevaarlijk.

Als bij eroderende kustgedeelten de zeereep is vastgelegd en er geen suppletie plaatsvindt, wordt het strand steeds smaller. In die situatie is er te weinig zand en ruimte beschikbaar voor embryonale duinen. Ze kunnen wel ontstaan, maar worden ook snel weer afgebroken.

Strandschoonmaak
Mechanisch schoonmaken van het strand belemmert het ontstaan van embryonale duinen. Hiermee verdwijnen namelijk de vloedmerken, waar zich natuurlijke aanspoelsels verzamelen en die de kern kunnen vormen voor nieuwe duinvorming.  Bovendien worden planten vernietigd die het zand vasthouden (zie foto’s hieronder).

  

Verschil in embryonale duinontwikkeling als gevolg van strandschoonmaken. De gemeente Den Haag maakt het strand mechanisch schoon (foto boven), de gemeente Westland niet (foto onder). Beide foto’s zijn genomen op 11 september 2016, door Bert van der Valk.

Het verwijderen van vloedmerken is ook nadelig voor de ongewervelde dieren die van dit tijdelijke biotoop gebruik maken als voortplantingsplek en voedselbron. Dit heeft weer een sterk negatief effect op het broedsucces van vogels die in de embryonale duinen broeden en die zich voeden met ongewervelden.

Zandsuppleties
Zandsuppleties op het strand kunnen eveneens de vorming van embryonale duinen belemmeren. Die belemmering vindt plaats als zand wordt gebruikt dat slecht verstuift, als embryonale duinen direct onder het zand verdwijnen, of als een strandsuppletie zo hoog wordt aangelegd dat door uitstuiving een schelpenvloertje ontstaat en het hogere strand onbereikbaar wordt voor de zee. Bij zandsuppleties op de onderwateroevers speelt dit probleem minder een rol.

Klimaatverandering
Ook de verwachte stijging van de zeespiegel, als gevolg van klimaatverandering, kan een bedreiging vormen. Zonder beheer zal het kustlandschap opschuiven, waardoor de kustverdediging in gevaar kan komen. Wordt de zeereep vastgelegd dan zullen, zoals eerder aangegeven, embryonale duinen schaars worden. Broedsels van plevieren en sterns zullen vermoedelijk vaker verloren gaan door hoogwater in het voorjaar en de zomer. Embryonale duinen kunnen dan alleen nog blijven ontstaan, wanneer zoveel gesuppleerd wordt dat de zandbalans in evenwicht blijft.

Kansen
Zandsuppleties vormen niet alleen een bedreiging maar ook een kans: ze zorgen voor een waarborging van de veiligheid van de duinen als zeekering. Daardoor zijn er meer mogelijkheden voor dynamisch kustbeheer. Ook klimaatverandering kan voor sommige soorten een positief effect hebben: zuidelijke plantensoorten van overstoven vloedmerken, zoals de gele hoornpapaver en de gelobde melde, kunnen zich mogelijk uitbreiden. Ook lijkt de blauwe zeedistel bij opwarming meer naar het strand te komen.