Close Menu

N06.06 Zuur ven of hoogveenven

Herstel van zure vennen
Het belangrijkste doel van het herstel van hoogveenvennen is het herstellen en behouden van karakteristieke levensgemeenschappen. Om dit doel te bereiken, is het nodig om voor een gezonde waterhuishouding te zorgen en om ongewenste plantengroei te verwijderen. De aard en oorsprong van de vermesting moeten worden vastgesteld. Regenwaterafhankelijke vennen kunnen vermesten door stikstofaanvoer door de lucht. Vennen die mede gevoed worden door grondwater kunnen ook op die manier vervuild raken.

De verschillende aantastingsvormen treden vaak in gecombineerde vorm op. Voor maatregelen op maat is eerst een goede diagnose van de problemen nodig. Daarnaast is het van belang de nog aanwezige waardevolle natuurwaarden te inventariseren. 

Om de juiste diagnose te kunnen stellen en het maatregelenpakket te kiezen dat daarbij past, is een vennensleutel ontwikkeld. De website geeft ook informatie over ecologische sleutelprocessen die in vennen plaatsvinden.

Plaggen van de oever
Een belangrijk deel van de flora en fauna van vennen is afhankelijk van de oeverzone, het gedeelte tussen de laagwaterlijn en de hoogwaterlijn. Door de periodieke overstroming en door de voedselarme omstandigheden is er van nature vaak een open vegetatiestructuur op ten minste een deel van de oever. Met name door vermesting zijn van oorsprong voedselarme oeverdelen dichtgegroeid. Door deze plantengroei (inclusief de voedselrijke toplaag van de bodem) te verwijderen, kan de voedselarme situatie worden hersteld. Ook het maaien van ongewenste plantengroei en het verwijderen van bomen en bosopslag kan deel uitmaken van deze maatregel.

Plaggen kan overigens ook nadelig uitpakken: de natuurlijke ophoping van organische stof in de bodem leidt tot lagen die slecht water doorlaten en is daarom essentieel voor een goede waterhuishouding in de vennen. Plagwerkzaamheden kunnen dit proces vele jaren terugzetten.
Om het verlies van ruimtelijke overgangen en fauna tegen te gaan, verdient het de voorkeur om kleinschalig en gefaseerd te plaggen. Er zijn ook zeldzame soorten dieren, planten en paddenstoelen die juist afhankelijk zijn van de ruigere delen van de oever, of van broekbos. Een goede afweging tussen de huidige natuurwaarden en de noodzaak tot plaggen is dus altijd nodig. In het OBN-rapport 'Drukbegrazing en chopperen als alternatieven voor plaggen natte heide' is meer informatie over dit onderwerp te vinden, evenals in de rapporten 'De veenbasis' en 'Preadvies kleine ecotopen in de hydrologische gradiënt'.

Herstellen van grondwaterstromen
Verminderde toestroom van grondwater naar een ven kan bijvoorbeeld ontstaan door drainage van het inzijggebied of door bosaanplant. Door het ongedaan maken van de drainage en het kappen van bos kan de grondwaterstroom worden hersteld.
Als het grondwater verzuurd is of belast is met meststoffen, moet vaak eerst iets aan deze vervuiling worden gedaan. Er zijn geen maatregelen voorhanden om iets te doen aan de nutriëntenlast van het grondwater. Wel is het mogelijk meststoffen vast te leggen in de bodem of versneld uit het ven te laten verdwijnen. Hierbij moet een goede afweging worden gemaakt tussen de nadelen van vervuiling en de voordelen van toestromend koolstofdioxide. Zie ook het rapport 'Hoogveenontwikkeling in veentjes en kleinschalige hoogveencomplexen op het Dwingelerveld'. Bij het herstel is het wel altijd belangrijk om voorzichtig te werk te gaan. Zure vennen en hoogvenen maken vaak onderdeel uit van een klein hydrologisch systeem en daarom kunnen kleine maatregelen relatief grote gevolgen hebben.

Begrazen
Begrazing kan de opslag van oevergewassen en struweel tegengaan en dus bijdragen aan succesvol venherstel. Er kunnen echter ook negatieve effecten aan verbonden zijn, zoals vermesting van het water door grazers. Vennen met verlandingsstadia, drijftillen, broekbossen en oevers met hoogveen- of trilveenplanten zijn bovendien zeer gevoelig voor betreding. Als in dergelijke situaties begrazingsbeheer wordt ingesteld, dan is uitrastering noodzakelijk om verlies van natuurwaarden te voorkomen.

Herintroductie
De verspreiding van soorten van ven tot ven verloopt voor waterplanten vaak zeer moeizaam, vooral bij geïsoleerd liggende vennen. Wanneer een soort volledig verdwenen is, maar de standplaatscondities wel volledig kunnen worden hersteld, valt herintroductie te overwegen. Dit geldt met name voor soorten die de herstelmaatregelen ondersteunen, zoals bultvormende veenmossen.