Close Menu

N06.06 Zuur ven of hoogveenven

Vermesting
Het venwater en de venbodem zijn van nature arm aan voor planten beschikbare stikstof en fosfaat. Een kleine toename van deze stoffen zorgt voor grotere soortenrijkdom, maar een sterke toename leidt tot afname van de biodiversiteit. Uiteindelijk verdwijnen vaak kenmerkende elementen van de vegetatie uit het ven, zoals drijftillen.Stikstofverrijking vindt in vennen in hoofdzaak plaats door aanvoer door de lucht en (bij deels door grondwater gevoede vennen) via het grondwater. Het grondwater raakt vermest met stikstof door uitspoeling van nitraat uit landbouwgronden en invang van stikstof door bossen.

Fosfaatverrijking vindt vooral plaats door aanvoer van fosfaatrijk water vanuit landbouwgebieden, door de aanwezigheid van grote hoeveelheden uitwerpselen van waterwild of grote grazers, of door inwaai van grote hoeveelheden boombladeren.

Vermesting leidt tot overheersing van een beperkt aantal soorten, tot de vorming van een sliblaag op bodem en oevers en tot het dichtgroeien van het ven vanuit de oever.
Zie ook figuur A in de vennensleutel.

Wijzigingen in de waterhuishouding
Sommige zure vennen worden mede gevoed door grondwater. Wanneer de aanvoer van grondwater afneemt, gaat dit ten koste van de aanvoer van koolstofdioxide en daarmee de vorming van hoogveenvegetaties. Vermindering van grondwateraanvoer leidt ook tot lagere waterstanden of uitdroging in de zomer, waardoor waterkerende veen- en humuslagen lek kunnen raken. Grondwaterafhankelijke vegetaties op de oever gaan bij verdroging achteruit. Drijftillen kunnen verloren gaan als gevolg van sterke waterpeilfluctuaties, wanneer de veenmoskragge droog komt te liggen.

Uitwerpselen
Grote groepen pleisterende of broedende ganzen kunnen het water sterk vermesten met hun uitwerpselen.

Klimaatverandering
Een nieuwe mogelijke bedreiging is de stijging van de temperatuur in Nederland als gevolg van klimaatverandering. Door de warmere zomers neemt in vensystemen de kans op droogvallen in de zomer toe, al zal het tegelijkertijd ook natter worden; het is dus nog te bezien wat de gevolgen op de lange termijn zullen zijn. Voor vennen met drijftillen of hoogveenachtige vegetaties is droogvallen ongunstig. In sommige hoogveenvennen treedt ook vermesting op doordat de afbraak van organisch materiaal sterk wordt gestimuleerd in het warmer wordende water.

Kansen zuur ven of hoogveenven
Een verhoogde kooldioxideconcentratie in de lucht leidt ook tot minder schaarste aan koolstof in het venwater. Voor veenmossen in hoogveenvennen is dat een positieve ontwikkeling, aangezien zij juist afhankelijk zijn van hoge concentraties kooldioxide.

Tot niet zo lang geleden waren hoge sulfaatconcentraties ervoor verantwoordelijk dat de vorming van methaan in de venbodem stopte. Hierdoor raakten veel drijftillen hun drijfvermogen kwijt en zonken. Tegenwoordig is de atmosferische zwaveldepositie sterk afgenomen en zijn  de zwavelgehaltes in vennen aan het dalen. Dat biedt weer kansen voor de ontwikkeling van hoogveenvennen. Meer informatie is te vinden in het rapport: 'Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn'.

successie zuur ven
Impressie van de successie in zure, koolstofgelimiteerde vennen en de belangrijkste natuurwaarden in de diverse stadia. Uitgegaan is van een ven in het oorspronkelijke, halfnatuurlijke heidelandschap. Bron: Brouwer, E. et al, (2009), Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn

successie hoogveenven

Impressie van de successie in hoogveenvennen en de belangrijkste natuurwaarden in de diverse stadia. Uitgegaan is van een ven in het oorspronkelijke, halfnatuurlijke heidelandschap. Bron: Brouwer, E. et al, (2009), Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn