Close Menu

N06.04 Vochtige heide

Vooral gevoelig voor verdroging en vermesting
Vochtige heide wordt vooral bedreigd door ingrepen in de waterhuishouding, waardoor het waterpeil sterker varieert of gemiddeld lager wordt. Dit verstoort de normaal stabiele waterhuishouding die zorgt dat in zandgebieden relatief zure en voedselarme omstandigheden ontstaan. Vochtige heide is net als andere heidetypen gevoelig voor stikstofaanvoer vanuit de lucht en versnippering van heideterreinen. Directe bemesting betekent voor heide vrijwel altijd het einde.

Oorzaken van verdroging 
Veel vochtige heiden zijn verdroogd als gevolg van ontwatering, zowel binnen natuurgebieden zelf als in het omringende landbouwgebied. De verdroging kan plaatsvinden op de locatie zelf, via de omgeving of via het grondwatersysteem. Bij een aantal vochtige heiden wordt oppervlaktewaterwater afgevoerd via drainagesloten. Er zijn ook minder goed zichtbare manieren van ontstaan van watertekorten in vochtige heiden. Op veel plekken zijn in het verleden opzettelijk ondoorlatende lagen doorbroken om de waterverliezen via infiltratie naar de ondergrond te vergroten. Op andere plaatsen zijn de ondoorlatende organische lagen door verdroging onherstelbaar beschadigd geraakt, bijvoorbeeld door een combinatie van drainage en langdurige droogte. 

Er zijn nog andere oorzaken voor een versterkte waterafvoer. Ingrepen in de omgeving van vochtige zandlandschappen hebben gezorgd voor een verminderde infiltratie en dus een verminderde toevoer van lokaal grondwater naar vochtige heiden. Bos verdampt meer dan een lage vegetatie en de aanplant van met name naaldbomen in de zandlandschappen heeft dus tot minder infiltratie van regenwater geleid.

Verdroging komt vooral voor in bodems met humusarm, grof zand. Die houdt nauwelijks water vast. Een groot deel van het water dat hierop valt, zakt direct naar het grondwater. Humusrijk zand houdt veel vocht vast, waardoor perioden van droogte beter worden overbrugd. 

Verdroging stimuleert vergrassing
De daling van de grondwaterstanden in de zomer heeft veel invloed op de vegetatie in vochtige heiden. In de verdrogende vochtige heiden zakt de grondwaterspiegel dieper weg in de ondergrond, door verminderde aanvoer van grondwater en een verminderde werking van ondoorlatende lagen. Hierdoor veranderen soortenrijke en veenmosrijke dopheivegetaties in soortenarme en veenmosarme dopheivegetaties.

In vochtige heide met eedoorstroomsysteem leidt een lichte verdroging eerst tot een verminderde doorstroming, waardoor veenmosgroei vermindert en beenbreek achteruit gaat. Bij sterkere verdroging gaan ook hier de waterstanden schommelen.
Daarnaast ontstaan afbraakprocessen in de grote voorraad aan humus die in vochtige heiden met een stabiele waterstand is opgeslagen. In combinatie met de nog steeds hoge stikstofaanvoer uit de lucht zorgen deze omstandigheden voor de overheersing van pijpenstrootje ten koste van gewone dophei.

Verdroging gaat vaak ook gepaard met een voortgezette verzuring die zorgt dat plantensoorten van beter gebufferde heidebodems verdwijnen, zoals klokjesgentiaan. 

Verzuring en vermesting in het voetspoor van verdroging
Een verminderde toevoer van grondwater kan zorgen dat de aanvoer van bufferende stoffen in vochtige heiden stopt. In drogere perioden zal daarom de basenverzadiging verder dalen. In het winterhalfjaar kan verzuring optreden, omdat de buffering van de zuurgraad met calcium en magnesium uit de bodem vermindert.

Het verder wegzakken van de waterstand in de zomer heeft twee belangrijke gevolgen:

  • door oxidatie van zwavel, ammonium, ijzer en mangaan zal verzuring optreden;
  • De beschikbaarheid van stikstof en fosfaat neemt op korte termijn af, zodat de bodem armer wordt aan essentiĆ«le voedingsstoffen voor fauna en flora.

Aan de andere kant kan organisch materiaal sneller afbreken, vooral in bodems die niet verzuren, en zal bij sterke verdroging juist vermesting optreden. 

Achteruitgang diersoorten van vochtige plekken
In vochtige heide vormt de verdrogingsproblematiek een belangrijk knelpunt voor dieren. De eitjes van diverse sprinkhaansoorten, zoals de moerassprinkhaan, vereisen een overwegend vochtige omgeving om te overleven. Het heideblauwtje is tegenwoordig eveneens beperkt tot vochtiger heiden, hoewel het vroeger ook veel op droge heide voorkwam. Ook een aantal soorten reptielen krijgt problemen bij verdroging. Levendbarende hagedissen verliezen te veel vocht onder langdurig droge omstandigheden, waardoor de groeisnelheid en activiteit afnemen. Voor het zeldzame gentiaanblauwtje is ook overstroming in de zomer een bedreiging, door zware buien of te snelle vernatting.

Stikstofdepositie
Vochtige heiden zijn net als droge heiden gevoelig voor de aanvoer van extra stikstof vanuit de lucht. Dit leidt tot versterkte verzuring via de ophoping van ammonium. Dit geldt in het bijzonder voor veenmosrijke heide, omdat daar de fosfaatbeschikbaarheid vaak iets groter is door de stabielere waterstand. Ook de hoeveelheid organisch materiaal is er groter. De verhoging van het stikstofgehalte maakt dat het opgehoopte organische materiaal makkelijker afbreekt waardoor de opgeslagen voedingsstoffen vrijkomen.

Vochtige heiden kunnen onder invloed van hoge atmosferische stikstofdepositie in korte tijd dichtgroeien met pijpenstrootje. Bij iets lagere stikstofdeposities wordt de vochtige heide wel soortenarmer, doordat verzuringsgevoelige soorten verdwijnen.