Close Menu

N06.02 Trilveen

Begreppeling in de trilvenen van De Wieden
De meest soortenrijke trilvenen van Nederland liggen in de Wieden in Noordwest-Overijssel. In de vorige eeuw verschenen er regelmatig lyrische verslagen van veldbezoeken van beroemde botanici die hebben gestruind in de trilvenen van Noordwest Overijssel. Helaas staan als gevolg van de verslechtering van de milieukwaliteit de botanische waarden nu sterk onder druk; de trilvenen worden bedreigd door hoge fosfaatconcentraties in het oppervlaktewater en zijn versneld aan het verzuren door atmosferische stikstofdepositie.

Natuurmonumenten dacht deze verzuring te kunnen afremmen door greppels te graven in het trilveen. Het potentieel verzurende regenwater zou hiermee worden afgevoerd. En de verwachting was dat er in periode van een verdampingsoverschot basen zouden worden aangevoerd via deze greppels. In 1990 en 1991 zijn de eerste greppels gegraven op verschillende locaties in De Wieden. Vrij snel daarna, in 1993, heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de effecten van deze greppels (den Boef en Boon, 1993). Zij concludeerden dat het effect van greppels gering is. Het basenrijke water dringt nauwelijks de kragge in, verzuring wordt nauwelijks tegengegaan. De aanleg van greppels werd gekwalificeerd als een ineffectieve maatregel. Later bleek dat deze conclusie te snel werd getrokken.

Bij grote neerslaghoeveelheden kan het enige gemaal op de boezem van Noordwest Overijssel het water van De Wieden onvoldoende snel afvoeren. Hierdoor kunnen er perioden ontstaan met een hoog waterpeil. Ook kunnen in De Wieden hoge peilen ontstaan als gevolg van opstuwing door wind. Soms gebeurt dit ook al bij reguliere waterpeilen. Doordat er nu greppels liggen, kunnen bij deze hoge peilen vanuit deze greppels inundaties optreden. De positieve effecten van deze inundaties worden steeds duidelijker.
Bij Eelkema bijvoorbeeld, een van de trilvenen ten zuiden van Wanneperveen was door verzuring een groot deel van het oppervlak van het slaapmostrilveen (het Scorpidio-Caricetum diandrae, botanisch gezien de rijkste vorm van trilveen) overgegaan in een veenmosrijke vorm van trilveen. Maar als gevolg van inundaties nam het laatste stuk slaapmostrilveen toe tot meer dan tien maal het oorspronkelijke oppervlak. Een omgekeerde successie dus!
Dit proces vond op veel meer plaatsen plaats in De Wieden. Overal waar vanuit de greppels inundaties plaatsvonden, breidde het oppervlak slaapmostrilveen zich (weer) uit. Een OBN-studie naar de effecten van inundaties bevestigde dit beeld. Het bleek dat met name inundaties in de zomerperiode verantwoordelijk waren voor deze positieve effecten (Cusell et al., Natura 2000 Kennislacunes in De Wieden & De Weerribben, 2013). Een latere studie bevestigde dit beeld en wist dit proces ook te verklaren (Mettrop et al., Peilfluctuaties in het laagveenlandschap, 2015). Inmiddels worden als herstelmaatregel voor trilveen weer volop greppels aangelegd in De Wieden. Ook in andere laagveengebieden is dit nu het geval.