Close Menu

N06.02 Trilveen

Verzuring en vermesting
Vermesting en verzuring zijn een bedreiging voor de soortendiversiteit van trilvenen. Trilvenen komen namelijk voor onder matig voedselrijke en basenrijke (goed gebufferde) condities. Door de verzurende en stikstofrijke depositie kan versnelde verzuring en versnelde successie optreden naar veenmosrietlanden. Ammoniumtoxiciteit, als gevolg van stikstofdepositie, kan deze successie ook ongewenst versnellen. Vermesting (eutrofiĆ«ring van met name fosfor) die leidt tot een verhoogde en ongewenste productie van plantenmateriaal, kan in de fosforgelimiteerde trilvenen vooral optreden als fosforrijk water wordt aangevoerd.  Aanvoer van fosforrijk water naar gebieden met trilvenen dient dan ook zo veel mogelijk voorkomen te worden, maar dit dient dan niet ten koste te gaan van de aanvoer aan basenhoudende elementen.

Uitblijven van verjonging
Vrijwel alle Nederlandse trilvenen zijn al enkele decennia oud. De kraggen zijn gedurende deze periode dikker en harder geworden; een proces dat nu nog steeds optreedt. Hoewel vanuit het buitenland bekend is dat trilvenen enkele honderden tot duizenden jaren kunnen blijven bestaan onder de juiste condities, is ook bekend dat steeds dikker wordende trilveenkraggen uiteindelijk door natuurlijke en/of versnelde successie zullen overgaan in veenmosrietlanden. Om toch trilvenen te behouden, is het dan ook van groot belang dat er nieuwe trilvenen worden gevormd. Via cyclisch beheer (het graven van nieuwe petgaten) is hier de afgelopen decennia hard aan gewerkt in de verschillende laagveengebieden van Nederland, maar vooralsnog heeft dit niet geleid tot nieuwe trilvenen. Herstel van trilvenen in nieuw gegraven petgaten is door verschillende oorzaken tot nu toe nog niet succesvol. De kansen zullen op den duur vermoedelijk verbeteren als de natuur haar gang kan gaan in nieuwe sloten, plassen en petgaten met schoon water.

Verbossing
Verbossing van trilveen vindt plaats wanneer het niet door maaibeheer in stand wordt gehouden. Veel veengebieden van Noordwest-Overijssel en het Vechtplassengebied zijn in het verleden (vooral halverwege de vorige eeuw) verloren gegaan door verbossing.

Verdroging
Wateronttrekking, dalingen van het oppervlaktewaterpeil en lage polderpeilen in de omgeving kunnen tot een versterkte invloed van regenwater en sterkere wisselingen in grondwaterstanden leiden. Jong, drijvend trilveen hoeft niet per definitie te verdrogen wanneer in droge periodes de waterspiegel in het laagveensysteem daalt, omdat het (gedeeltelijk) met de waterspiegel mee beweegt. Oudere trilvenen zijn vaak minder mobiel of zelfs vastgegroeid aan legakkers, ribben of oevers van graslanden, en daarin kan wel verdroging optreden. Dit kan leiden tot extra mineralisatie ( waarbij voedingsstoffen kunnen vrijkomen), verzuring en/of directe verdrogingsverschijnselen in karakteristieke planten en mossen van trilvenen. Verschillende veenmossen, haarmos en bijvoorbeeld pijpenstrootje kunnen daarvan gaan profiteren.