Close Menu

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide

Verzuring en vermesting
Vermesting en verzuring zijn een bedreiging voor de diversiteit van de laagveengebieden. Door verhoogde atmosferische stikstofdepositie neemt de voedselrijkdom toe en wordt productie van met name ruigtesoorten vergroot. Bovendien kan door verzuring de afbraak van strooisel worden geremd. In zulke omstandigheden kan strooisel zich ophopen en kunnen mossen (met name haarmos) fors toenemen.

Veroudering
De groeicondities van planten hangen in veenmosrietlanden en moerasheiden mede af van de diepte tot waar zich hun wortels uitstrekken of, bij mos, tot welke diepte het mos actief is. Met name voor veenmosrietland kan veroudering een probleem zijn, wanneer de kragge veroudert en in dikte toeneemt. Indien de ouderdom toeneemt, zal het veenmosrietland gevoeliger worden voor verzuring en verdroging. Alleen heel diep wortelende planten kunnen zich dan blijven voeden met het basenrijke grond- en of oppervlaktewater onder de kragge.

Verdroging
Wateronttrekking en lage (polder)peilen ten behoeve van de landbouw in de omgeving leiden tot een versterkte invloed van regenwater. Dit heeft sterkere wisselingen in oppervlakte- en grondwaterstand tot gevolg, met potentieel verhoogde veenafbraak en verruiging. Drijvende kraggen zijn minder gevoelig voor waterstandfluctuaties, omdat ze met de waterstand kunnen meebewegen. In veenmosrietlanden die zijn vastgegroeid aan legakkers, ribben of oevers van graslanden op vaste bodem is verdroging en dus verzuring bij lage waterstanden wel een bedreiging.

Verdroging kan ook leiden tot mineralisatie, de omzetting van ammonium naar nitraat, waarbij zuur gevormd wordt en voedingsstoffen vrijkomen. Bovendien verzuurt droogvallend veen door de ophoping van zwavel, in het verleden aangevoerd via depositie. Naast gewoon haarmos en pijpenstrootje kunnen dan ook gewone waternavel en moerasstruisgras sterk toenemen. Bij sterke waterdaling in het systeem komt de kragge op de ondergrond van het water te liggen en groeit ze daaraan vast.

Waterinlaat geeft vermesting
Om te voorkomen dat de laagveengebieden uitdrogen, wordt er veelal in de zomer gebiedsvreemd oppervlaktewater ingelaten. Dit gebiedsvreemde oppervlaktewater bevat doorgaans verontreinigingen als sulfaat en meststoffen waardoor bij inlaat eutrofiĆ«ring en verruiging van de laagveennatuur optreden. Soms is waterinlaat noodzakelijk, omdat anders het natuurgebied verdroogt. Dan is defosfatering voor behoud van het systeem zeer wenselijk. 

Verbossing
Verbossing van veenmosrietland en moerasheide kan plaatsvinden wanneer ze niet door maaibeheer in stand worden gehouden. Veel veenmosrietlanden van Noordwest-Overijssel en het Vechtplassengebied zijn verloren gegaan door verbossing.
Ook moerasheide heeft de neiging dicht te groeien, met bos en struikgewas zoals kraaihei en de neofyten cranberry of grote veenbes en appelbes. Het gaat hier overigens net zo goed om heidesoorten.