Close Menu

N04.03 Brak water

Verbrakkingsexperimenten 
Op een aantal plaatsen worden verbrakkingsexperimenten uitgevoerd om de karakteristieke levensgemeenschappen weer een kans te geven. In Zeeland en Zuid-Holland zijn proefprojecten uitgevoerd, gericht op de verbetering van de zoet-zoutgradiënt. Hierbij is onder andere geëxperimenteerd met een vergrote inlaat van brak water. Ook de omvorming van landbouwgrond naar natuurgrond op binnendijkse locaties waar brakke kwel optreedt kan leiden tot verbetering van de levensgemeenschappen van brak water. Via afgraven kunnen nieuwe sloten, kreken en natte laagten worden gecreëerd, waardoor de invloed van brakke kwel weer kan toenemen. Steile oevers kunnen worden afgevlakt, waardoor er meer ruimte ontstaat voor ondiep water en pioniersoorten langs de oever. In ondiepe wateren en oevers waar weinig sprake van dynamiek is, moet de verlanding door riet regelmatig worden teruggezet om dichtgroeien van het water te voorkomen.

Bemesting voorkomen
In gebieden waar sprake is van sterke eutrofiëring en slibvorming moeten ontwatering via greppels en bemesting tot een aanvaardbaar minimum beperkt te blijven. In overleg met gebruikers zal dit vooral maatwerk zijn, dat per gebied zal verschillen. Op percelen die geen landbouwkundige functie meer hebben kan helemaal met de bemesting en soms ook met de ontwatering worden gestopt. Dierlijke mest die via begrazing op de bodem komt vormt hier doorgaans geen groot probleem. 

Verandering waterhuishouding
I
n de veengebieden langs het Noordzeekanaal kan herstel van brakke wateren plaatsvinden door een verandering van de waterhuishouding, waarbij de inlaat van brak water via de sluizen wordt vergroot en de doorspoeling met zoet water wordt verminderd. Uit langdurige veldexperimenten blijkt dat verbrakking van water in laagveensloten positieve effecten kan hebben op de waterkwaliteit. Verbrakking van het oppervlaktewater kan leiden tot een daling van de fosfaatwaarden en een toename van sulfaatbacteriën. Methaan producerende bacteriën nemen hierdoor af, waardoor er tevens minder broeikasgras wordt uitgestoten. 

Voor een goed herstel van de brakwatergemeenschappen is het belangrijk dat er jaarlijks grote chloridefluctuaties kunnen optreden, waarbij net als in het verleden maxima worden bereikt van 2500 mg Cl/l in veengebieden tot 5000 mg Cl/l of meer in kustgebieden.