Close Menu

N04.02 Zoete plas

Om in te schatten welke bedreigingen en kansen spelen in een zoete plas, moeten beheerders weten hoe watersystemen en/of daaraan gekoppelde objecten functioneren. Hiertoe ontwikkelt en ontsluit STOWA kennis die een watersysteemanalyse mogelijk maakt. Binnen het onderzoeksprogramma Watermozaïek zijn Ecologische Sleutelfactoren ontwikkeld als hulpmiddel bij het uitvoeren van een systeemanalyse.

De 9 ecologische sleutelfactoren zijn op te delen in vier groepen:

  • Ecologische sleutelfactoren voor ondergedoken waterplanten:
    • productiviteit water;
    • lichtklimaat;
    • productiviteit bodem.
  • Ecologische sleutelfactoren voor gewenste soorten:
    • habitatgeschiktheid;
    • verspreiding;
    • verwijdering.
  • Ecologische sleutelfactoren voor specifieke situaties:
    • organische belasting;
    • toxiciteit.
  • Ecologische sleutelfactoren die de omgeving stelt:
    • beleving.

9 ecologische sleutelfactoren.

Ecologische sleutelfactoren voor ondergedoken waterplanten

ESF 1: Productiviteit water
De belangrijkste bedreiging voor zoete plassen is een hoge externe nutriëntenbelasting die leidt tot een ongewenste, troebele toestand (eutrofiëring). De beschikbaarheid van nutriënten wordt in beeld gebracht door het vaststellen van de toevoer van buitenaf (externe belasting), bijvoorbeeld via toestromend water of nutriëntenrijk grondwater. Dit kan ervoor zorgen dat bij een bepaalde belasting het watersysteem overgaat in een andere toestand, bijvoorbeeld de overgang van dominantie van ondergedoken waterplanten naar dominantie van kroos of algen.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 1

ESF 2: Licht
Waterplanten hebben licht nodig om te groeien. Ook bij een lage nutriëntenbelasting – als aan de eisen van ESF 1 is voldaan – kan het water troebel zijn. Factoren als wind, vis en scheepvaart kunnen opwerveling van deeltjes veroorzaken. Dit leidt tot een afname van de diepte tot waarop licht in het water doordringt. Bronnen van zwevende deeltjes zijn, behalve algen: afkalvende oevers, afgestorven algen en afbraak van de waterbodem. Een andere negatieve invloed op het lichtklimaat is de aanwezigheid van humuszuren die tot kleuring van het water leiden.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 2

ESF 3: Productiviteit Bodem
Als de nutriëntenbelasting goed genoeg is (ESF 1) en er voldoende licht is (ESF 2) is doorgaans groei van waterplanten mogelijk. Als de bodem echter rijk is aan nutriënten zal de vegetatie overheerst worden door woekerende soorten als smalle waterpest en grof hoornblad. Daarnaast speelt de waterbodem een dominante rol in het ecosysteem van verschillende categorieën zoete plassen:

  • bij zoete plassen met een zeekleibodem speelt de mariene historie een rol, waarbij er andere chemische processen (veel sulfaat, waardoor fosfor niet goed wordt gebonden) en biologische processen (andere typen bacteriën) spelen, die het herstel van een heldere en plantenrijke toestand kunnen bemoeilijken;

  • zoete plassen met een lage externe belasting, die tot en met het begin van de zomer helder zijn en waar planten groeien, kunnen in de zomer omslaan naar een troebele toestand met massale algenbloei door nalevering van fosfor.
    Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 3

Ecologische sleutelfactoren voor gewenste soorten

ESF 4: Habitatgeschiktheid
Ecologische sleutelfactor 4 is gericht op de belangrijkste habitateisen die specifieke organismen aan hun omgeving stellen. Het gaat hierbij onder meer om de samenstelling van het water, hydrologische omstandigheden en morfologische kenmerken. Wanneer deze ecologische sleutelfactor 'op groen' staat, is een geschikt habitat voor planten, vissen en macrofauna aanwezig.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 4

ESF 5: Verspreiding
De ecologische sleutelfactor Verspreiding gaat over de mogelijkheden voor organismen om zich te verplaatsen van en naar watersystemen. Het gaat hierbij niet alleen over vissen, maar ook over planten(zaden) en macrofauna. Of deze organismen ook daadwerkelijk aanwezig zijn, hangt van twee voorwaarden af. Is het watersysteem voor deze soort bereikbaar? En zijn er in de omgeving andere populaties (restpopulaties) aanwezig van waaruit de soort zich kan verspreiden? Wanneer een plant niet in een gebied voorkomt, moeten zaden van die plant wel het gebied kunnen bereiken. Voor vissen moeten migratieroutes beschikbaar zijn; gemalen en stuwen kunnen voor vissen bijvoorbeeld barrières vormen.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 5

ESF 6: Verwijdering
De ecologische sleutelfactor Verwijdering richt zich op het verwijderen van planten en dieren uit het watersysteem. Bijvoorbeeld vanwege schoningsbeheer (zoals maaien en baggeren) en door vraat van planten door ganzen en kreeften. Hierdoor kunnen specifieke soorten planten en dieren niet of weinig worden teruggevonden in het watersysteem. Bij verwijdering door onderhoudswerkzaamheden is de methode van onderhoud van belang. De hoeveelheid planten en dieren en de aanwezigheid van bepaalde soorten hangen af van het gebruikte materieel, het tijdstip in het jaar waarop de werkzaamheden plaatsvinden en hoe frequent het onderhoud wordt uitgevoerd.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 6

Ecologische sleutelfactoren voor specifieke situaties

ESF 7: Organische belasting
Of het nu gaat om riooloverstorten, ongezuiverde lozingen, hondenpoep, ingewaaid blad, of brood voor de eenden dat in het water wordt gegooid: het zijn allemaal bronnen van organische belasting op een watersysteem. Een hoge organische belasting kan leiden tot zuurstofloosheid: er is zuurstof nodig voor het afbreken van de organische stoffen in het watersysteem. Zuurstofloosheid heeft twee mogelijke gevolgen. Organismen die afhankelijk zijn van zuurstof in het water, zoals vissen, kunnen sterven. Daarnaast kunnen bepaalde bacteriën gaan groeien die giftige stoffen produceren.

Het effect van organische belasting is veelal tijdelijk en lokaal en speelt vooral een rol in stedelijk gebied. Maar wanneer er een probleem is met organische belasting, vormt dit lokaal vaak het belangrijkste probleem, dat eerst opgelost moet worden.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 7

ESF 8: Toxiciteit
Bepaalde stoffen in het watersysteem kunnen een toxisch effect hebben op de aanwezige planten en dieren. Het gaat hierbij om zware metalen, pesticiden, medicijnresten en andere microverontreinigingen. Het effect van deze verontreinigingen hangt onder meer af van de plaats waar de stoffen zich in het systeem bevinden en van de vorm waarin ze voorkomen. De gevoeligheid van soorten voor verontreiniging verschilt. Verontreinigingen kunnen acute toxische effecten op de aanwezige planten en dieren veroorzaken. Vaak speelt dit probleem lokaal en voor specifieke soorten. Effecten op systeemniveau zijn lastiger te duiden.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 8

Ecologische sleutelfactoren die de omgeving stelt

ESF 9: Context
Sleutelfactor 9, Context, biedt een opening naar belangenafweging op een hoger niveau. Watersystemen in Nederland vervullen uiteenlopende functies. Wat is de ruimte voor verbetering van de ecologische kwaliteit in de bredere context van een watersysteem? Bestaan er conflicten met andere functies? De sleutelfactor Context zet aan tot het maken van een meer integrale afweging van doelen en daarmee tot het effectiever inzetten van middelen.
Publicaties, projecten, films, tools, enzovoorts over ESF 9