Close Menu

N04 Stilstaande wateren

Karakteristieken
Tot dit natuurtype behoren allerlei plassen, meren en andere stilstaande of zwakstromende wateren die niet al te voedselarm, maar ook niet heel voedselrijk zijn. Ze liggen overwegend in het laag-Nederland. Het water kan zowel zoet, brak als zout zijn. In het water groeien waterplanten, en de een rijke fauna van vogels, vissen en andere diergroepen.

De variatie in soorten en processen is onder andere afhankelijk van grootte, diepte, grondsoort, en van aanbod aan slib en voedingsstoffen. Zo zijn er bijvoorbeeld diepe wateren waar alleen ondergedoken fonteinkruiden voorkomen, ondiepere wateren met drijvende bladeren van waterlelie en gele plomp, en grote diepe wateren die weinig waterplanten herbergen vanwege de windwerking.

Ontstaan
Het natuurtype kan op zeer verschillende manieren zijn ontstaan. Sommige meren zijn van oorsprong natuurlijk, zoals het Naardermeer. De meeste laagveenplassen zijn ontstaan door het afgraven van veen en vervolgens erosie door wind en golfslag. IJsselmeer, Haringvliet en Kromme Rijn zijn voorbeelden van (vrijwel) stilstaande wateren met een natuurlijke ontstaanswijze, die later opzettelijk zijn afgesloten van de zee of de rivier. Kanalen en zandwinplassen zijn kunstmatig gegraven wateren.

Beheertypen
Dit natuurtype omvat vier beheertypen:

  • N04.01 KranswierwaterDit beheertype heeft zeer helder water nodig, en ontstaat uitsluitend als zowel waterlaag als de bodem voedselarm zijn.
  • N04.02 Zoete plasBij dit beheertype is het water weliswaar tamelijk voedselarm, maar de bodem is er (matig) voedselrijk.
  • N04.03 Brak water. Dit beheertype kan een hoge voedselrijkdom verdragen, in tegenstelling tot de voorgaande twee beheertypen.
  • N04.04 Afgesloten zeearm

Kaderrichtlijn Water
Voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het Nederlandse oppervlaktewater onderverdeeld in vijftig watertypen. Natuurtype Stilstaande wateren kan de volgende KRW-watertypen bevatten:

M5 Ondiep lijnvormig water, open verbinding met rivier/geïnundeerd
M11 Kleine ondiepe gebufferde plassen
M14 Ondiepe (matig grote) gebufferde plassen
M16 Diepe gebufferde meren
M17 Diepe zwakgebufferde meren
M18 Diepe zure meren
M20 Matig grote diepe gebufferde meren
M21 Grote diepe gebufferde meren
M22 Kleine ondiepe kalkrijke plassen
M23 Ondiepe kalkrijke (grotere) plassen
M24 Diepe kalkrijke meren
M25 Ondiepe laagveenplassen
M27 Matig grote ondiepe laagveenplassen
M28 Diepe laagveenmeren
M30 Zwak brakke wateren
M31 Kleine brakke tot zoute wateren
M32 Grote brakke tot zoute wateren
 

Voorkomen en areaal
Het natuurtype komt op vrij grote schaal voor in Nederland, vooral in het laagveen-, zeeklei- en rivierengebied.

l