Close Menu

Heuvellandschap

Bufferzones kunnen gevolgen erosie verminderen
De aanleg van bufferzones kan in potentie directe inwaai, oppervlakkige toestroom van meststoffen en erosie afvangen. Bufferzones kunnen in potentie ook het merendeel van het aangevoerde materiaal vanuit landbouwpercelen vastleggen en zo bijdragen aan behoud van de natuurkwaliteit. Het meeste perspectief hebben 1) aanleggen van bufferstroken van 10-20 meter aan de rand van plateaus, 2) aanleggen van bufferzones rond de kop van grubben en 3) aanpassen van paden en de padenstructuur.

Bij de vorm en inrichting moet bij voorkeur worden gekeken naar medegebruik of een landbouwkundige functie die bijdraagt aan de natuurkwaliteit van het landschap. Zo kan bijvoorbeeld hakhout in bufferzones worden gebruikt voor oogst van biomassa, of kan worden ingespeeld op gebiedsprocessen, zoals de inpassing van hoogstamboomgaarden die door dorpsuitbreiding verdwijnen. Tegelijkertijd kan met bufferzones belangrijk worden bijgedragen aan de natuurkwaliteit op landschapsschaal door de ontwikkeling van zoom-, mantel- en struweelvegetaties of het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland.

Uitbreiding hellingschraalland is mogelijk
Voor het behoud van veel karakteristieke planten en dieren is vooral voor de hellingschraallanden uitbreiding van het areaal noodzakelijk. De uitbreiding van soortenrijk hellingschraalland op voormalige landbouwgrond is goed haalbaar, blijkt uit het OBN-onderzoek Uitbreiding en herstel van Zuid-Limburgse hellingschraallanden. Daarbij is het zaak om ook het oppervlakte van de afzonderlijke hellingschraallanden te vergroten, omdat die nu vaak (te) klein zijn.

Op voormalige landbouwgrond met hoge accumulatie van nutriënten (vooral fosfaat), vaak met dieper liggende kalk of een gebrek aan bronpopulaties, is het verwijderen van de nutriëntenrijke toplaag en het toedienen van vers maaisel uit een soortenrijke situatie het beste alternatief voor herstel van bodem, vegetatie en fauna. Op de weinige plekken in het voormalige landbouwgebied waar de kalk ondiep onder de bodem ligt, er relictpopulaties zijn in de nabije omgeving en er een beperkte nutriëntenverzadiging is van de bodem, kan worden volstaan met twee maal per jaar maaien en afvoeren.

Verbindt hellingschraalland via graften en bermen
Om de natuur te versterken, kunnen ecologische verbindingszones gemaakt worden tussen de verschillende kleine hellingschraallanden. Deze moeten van voldoende ecologische kwaliteit zijn, bijvoorbeeld als geschikt habitat voor plantensoorten om zich te of als verbindingsbanen voor bijvoorbeeld vliegende dieren. Dit kan door gebruikmaking van bestaande infrastructuur, door herstel en kwaliteitsverbetering van bermen en holle wegen. Ook graften kunnen als verbinding gebruikt worden. Deze verbindingen dienen ook vooral de fauna als infrastructuur, zodat er weer metapopulaties van diersoorten kunnen ontstaan.

Zorg voor variatie van vegetatie op landschapsschaal
Voor behoud en herstel van de typische soortenrijkdom van het Heuvelland is herstel van vegetatiemozaïeken op landschapsschaal van groot belang. Het herstelbeheer moet zich hierbij richten op het creëren van kansen voor soorten die gebonden zijn aan meerdere begroeiingstypen (schraal grasland, voedselrijker grasland, bos, en struwelen) voor verschillende functies (foerageren of schuilen) of gedurende verschillende levensfases. Uit OBN-onderzoek Mogelijkheden voor herstelbeheer in hellingbossen op kalkrijke bodem in Zuid-Limburg blijkt omvorming van voormalig middenbos naar een gevarieerd opgaand bos als vorm van herstelbeheer bosbouwtechnisch, ecologisch en financieel succesvol.

Mergelgroeves omvormen tot natuur
In het Heuvellandschap liggen meer dan driehonderd, vooral kleine dagbouwmergelgroeves. Daar liggen kansen voor natuurontwikkeling door het open houden van kale plekken met rotsen en steile kalkhellingen, blijkt uit OBN-onderzoek Beheer en inrichting van mergelgroves en rotsen. De meest geschikte beheermaatregelen voor (half)open groeves zijn begrazing, het gericht verwijderen van boom- en struweelopslag. Voor het openhouden van groeves is een (grotendeels) gestuurde, vrij intensieve begrazing met schapen en geiten geschikt. Daarnaast zijn er systeemgerichte maatregelen nodig, zoals het creëren van voorplantings- en verblijfswateren voor padden of het vrijmaken van opslag en plaggen tot op de kalkrotsen voor pionierbegroeiingen op rotsbodem. Terwijl vroeger groeves werden afgedekt met niet gebruikte lagen streeft men er nu naar om juist veel open kalkrotsen en -hellingen te krijgen.

Bestrijding verdroging in natte delen belangrijk
De bronnen, beken en natte graslanden zijn het moeilijkst te herstellen. Verdroging en vermesting van het grondwater hebben vaak regionale oorzaken en zijn bijna nooit binnen de begrenzingen van de terreinen op te lossen. De kwaliteit van het grondwater wordt vaak bepaald door de bedrijfsvoering van de landbouw elders, doordat meststoffen via inzijging in bijvoorbeeld een bron of grondwater terecht zijn komen. Voor herstel is de bestrijding van verdroging belangrijk, door maatregelen die zorgen dat water beter in een gebied wordt vast gehouden of maatregelen die zorgen dat kwelstromen meer invloed krijgen in het watersysteem. Echter, de chemische verrijking van het grondwater kan alleen aangepakt worden in samenwerking met de agrarische sector, door te kijken hoe het bedrijfssysteem van de akkerbouw op de plateaus minder schadelijk is voor de natuur, bijvoorbeeld via evenwichts- of precisiebemesting.

Uitbreiding kalkmoerassen is kansrijk
Binnen Natura 2000-gebieden liggen diverse kansrijke locaties voor herstel en uitbreiding van helling- en kalkmoerassen, blijkt uit het OBN-onderzoek Herstel van de Zuid-Limburgse hellingmoerassen, het Kalkmoeras in het bijzonder. Kalkmoeraslocaties zijn te vinden op plaatsen waar kalk ook in de diepere delen van de bodem aanwezig is. Dit zijn vaak plaatsen die nu zijn aangeduid als alluviaal bos. Verder zijn er enkele kansrijke locaties die in vlakbij bestaande Kalkmoeras-locaties liggen. Ook zijn er locaties buiten de Natura 2000-gebieden.