Close Menu

Duin- en kustlandschap

Verdwijnen dynamiek
Zoals in alle Nederlandse ecosystemen oefent de mens ook in het duin- en kustgebied invloed uit op de grootschalige ecologische processen en de dynamiek van het systeem. Door het vastleggen van de duinen ten behoeve van de kustverdediging en het tegengaan van kustafslag en verstuiving zijn spontaan verjongende duinen zeldzaam geworden, waardoor vergrassing, verruiging en verstarring optreden.
De kwaliteit van kwelders wordt  sterk bedreigd door een toenemende veroudering van de vegetatie, door de ruimtelijke vastlegging van de kwelders. Hierdoor ontstaan monotone vegetaties.
In de Oosterschelde eroderen sinds aanleg van de stormvloedkering de platen en slikken, als gevolg van de verminderde toevoer van sediment. Hierdoor neemt de waarde als foerageergebied voor diverse steltlopersoorten sterk af.
Ondiepe brakke plassen groeien in de loop van de tijd dicht. Dit is een natuurlijk verloop van de successie, maar vormt wel een bedreiging voor het voortbestaan van kleine brakke plassen, omdat ze niet snel meer nieuw ontstaan, mede door de sterk afgenomen dynamiek.

Versnippering: isolatie van restpopulaties
De karakteristieke kustnatuur is op veel plekken versnipperd door stedelijke ontwikkeling en infrastructuur. Samen met het dichtgroeien van de duinen zorgt dit ervoor dat restpopulaties van planten en dieren steeds meer geïsoleerd raken. Deze interne versnippering is vooral in onze vastelandsduinen ver voortgeschreden. Veel populaties van karakteristieke fauna hebben inmiddels een kritisch minimum bereikt en er is dan nog heel weinig voor nodig om ze definitief te laten verdwijnen.
Het merendeel van de overstromingsvlakten en kwelders in de zeearmen van de rivieren is opgegaan in polders en ontgonnen. In de resterende, kleine natte landschappen werd de grens tussen zoet en zout veel scherper. De grote gebieden met zoet-zout-overgangen in de riviermondingen zijn met de aanleg van de Afsluitdijk en van de Deltawerken in Zeeland versnipperd geraakt. Vrijwel overal is in de loop van eeuwen de oppervlakte van de brakke standplaatsen geslonken tot vrijwel nul.  Veel brakke wateren zijn verloren gegaan door dichtstorten, dempen en egaliseren bij bijvoorbeeld dijkverzwaringen.

Recreatie
De zeer hoge recreatiedruk in de kustgebieden heeft sterk bijgedragen aan de versnippering van plant- en dierpopulaties. Verstoring van fauna is een veel voorkomend verschijnsel. Door toegenomen recreatie worden kustbroedvogels tijdens het foerageren verstoord en nesten van grondbroeders worden verstoord door honden, fietsers, paarden en wandelaars.
Op diverse plekken leidt recreatie tot vermesting, bodemverdichting en aantasting van de aardkundige waarden. De aanplant van allerlei vruchtdragende struiken rond recreatievoorzieningen en in tuinen van aangrenzende dorpen en steden draagt bij aan de uitbreiding van struiken in het open duin. Paden worden voorzien van hooi of houtsnippers om de begaanbaarheid te vergroten. Dit heeft een vermestend effect en gaat verstuiving tegen.
Op de recreatiestranden wordt de vorming van embryonale duinen onmogelijk gemaakt en nergens is nog sprake van een natuurlijke strandfauna. Waar dit nog het geval zou kunnen zijn, als het hier niet was toegestaan is om met terreinwagens langs het strand te rijden.
Ook afgesloten zeearmen en grotere brakke plassen trekken recreatie aan. Pleziervaart zorgt al snel voor vertroebeling van het water en foeragerende en rustende vogels worden verstoord.
Tenslotte vindt er een groot ruimtebeslag op de duinen plaats door de aanleg van toeristische voorzieningen. Deze infrastructuur maakt het zoneren van recreatie in de doorgaans smalle duinterreinen moeizaam. Bovendien werkt de infrastructuur versnipperend.

Verdroging, verzuring en vermesting, waterkwaliteit
Verdroging, verzuring en vermesting hebben ook in de duinen toegeslagen. Grondwaterafhankelijke vegetaties zijn achteruit gegaan door verdroging als gevolg van bosaanplant en waterwinning. Pionierplanten, soorten van voedselarme omstandigheden en basenminnende soorten handhaven zich met moeite en vaak lukt dat alleen dankzij beheersinspanningen. Momenteel worden lokaal gelukkig weer op vrij veel plaatsen vernattingsmaatregelen genomen. Stabilisatie van het duin en verzurende neerslag zorgen voor een versnelde verzuring van het duin. Stikstofaanvoer uit de lucht werkt vermestend en draagt bij aan het versneld dichtgroeien van de duinen. De laatste jaren neemt landelijk de hoeveelheid vermestende en verzurende depositie af. Waarschijnlijk neemt nu dus ook het gemiddelde tempo van verzuring en vermesting in de duinen af.  
In afgesloten zeearmen wordt de waterkwaliteit bedreigd door de aanvoer van meststoffenrijk water en gebrek aan doorstroming en verversing van het water. Verder heeft de fauna hier te lijden van al dan niet opzettelijk geïntroduceerde exoten (Japanse oester) en door de bodemvisserij op kokkels en andere soorten. De soortensamenstelling verschuift hierdoor naar kleinere, sneller reproducerende soorten en de visserij gaat ten koste van de foerageermogelijkheden van bijvoorbeeld scholeksters. Ook in brakke plassen is eutrofiëring een belangrijk probleem, waarbij ook atmosferische stikstofdepositie een rol kan spelen. Algen of kroos gaan overheersen, waardoor ondergedoken waterplanten verdwijnen. De grootste bedreiging voor brakke wateren is echter  verzoeting. Deze is het gevolg van het afsluiten van de Zuiderzee, van de Deltawerken, van bedijking en van het omgekeerde peilbeheer dat in grote delen van Nederland gevoerd wordt. 

Zeespiegelstijging
Een serieuze, maar lastig in te schatten factor die het duin- en kustgebied bedreigt is de zeespiegelstijging. Zeespiegelstijging leidt waarschijnlijk tot een vermindering van kustaangroei, waardoor met name in het Waddengebied minder duinvorming zal plaatsvinden. De bodemdaling als gevolg van de gaswinning kan dit proces nog versterken.
In gebieden met kustafslag zijn de gevolgen van zeespiegelstijging nog complexer. Zeespiegelstijging kan leiden tot extra afslag en hiermee tot het op gang komen van de processen van klifvorming, vorming van paraboolduinen en verjonging van het duin. Een sterke afslag zal leiden tot een smallere duinenrij en tot daling van de grondwaterstand. Aan de andere kant zal de grondwaterstand meestijgen met de zeespiegel, waardoor droge duinvalleien vochtig kunnen worden en vochtige duinvalleien kunnen veranderen in duinmeren.
Kwelders zullen bij een geleidelijke zeespiegelstijging en normale sedimentatiesnelheden waarschijnlijk niet door verdrinking bedreigd worden, maar de toch al eroderende platen en slikken in de Oosterschelde lopen wel gevaar. Bij kwelders die aan de landzijde begrensd zijn door een dijk zal de zeespiegelstijging leiden tot een steilere gradiënt en een steeds smaller wordende kwelder. Dit kan een bedreiging zijn, maar anderzijds ook weer een proces van verjonging op gang brengen. Veel zal afhangen van het beleid van kustverdediging en begeleidend natuurbeheer.