Close Menu

Droog zandlandschap

Doorsnede

Dwarsdoorsnede van het Droog zandlandschap met ligging van beheertypen (klik op de pointers), hydrologie en gradiënten in het landschap.  © Oscar Langevoord / OBN (gebruik zonder toestemming niet toegestaan)

Natuurlijke successie en landgebruik sturende processen
Uitloging en verzuring zijn inherent aan het Droog zandlandschap omdat er geen aanvoer is van veelal basenrijk kwel- of grondwater uit beken of rivieren. Grootschalige zandverstuivingen die meer dynamiek veroorzaken in de bovenste bodemlaag en de humuslaag, zijn lange tijd achterwege gebleven. In verschillende gebieden is stuifzand gereactiveerd om deze dynamiek opnieuw de ruimte te geven. De bodems van het Droog zandlandschap worden al met al nauwelijks tot niet verjongd of vernieuwd met kalk- of basenrijk materiaal zoals in de landschapstypen Rivierengebied, Beekdallandschap en Nat zandlandschap. Natuurlijke successie en landgebruik door mens en dier zijn daarom de belangrijkste sturende processen.

De natuurlijke successie in het Droog zandlandschap verloopt van zandverstuivingen via droge heide en heischraal grasland tot droge gemengde bossen. De mens heeft via jacht en landbouw deze successiereeks in tijd en ruimte gewijzigd en gezorgd voor grote verschillen in rust en dynamiek.

Landschapsgradiënten door gebufferde en zuurdere bodems
In de natuur van het Droog zandlandschap zijn droge en zure bodems sterk oververtegenwoordigd. Op de minst gebufferde en dus zuurdere bodems groeien heidevegetaties en vegetaties van bunt- en struisgras. Veel soorten zijn karakteristiek vanwege het grote aanpassingsvermogen om in deze omstandigheden te kunnen overleven. In stuifzanden kan bijvoorbeeld de korstmosflora zeer rijk en waardevol zijn. Op wat meer gebufferde bodems komen in de heiden, heischrale graslanden en stuifzanden veel karakteristieke en vaak zeldzame soorten hogere planten en dieren voor. De diversiteit in bossen aan flora en fauna is hoger en kent veel gradiënten afhankelijk van de bodemgesteldheid en de vele overgangen tussen stuifzanden, heiden en verschillende typen loof-, naald- en gemengd bos. Op de overgangen van droge zandlandschappen naar nattere landschapstypen als het Rivierengebied, het Beekdallandschap en het Nat zandlandschap liggen beter gebufferde plekken die elders in het droge zandlandschap schaars zijn en vaak een nog grotere soortenrijkdom kennen.

Bodem, vegetatie en landgebruik zorgen voor karakteristieke soorten
Het historische landgebruik heeft er op veel plaatsen toe geleid dat de subtiele verschillen in beschikbaarheid van voedsel en mineralen in de van nature aanwezige bodem zijn gewijzigd en versterkt. De heidelandbouw zorgde dat heidevelden en andere woeste gronden zijn verschraald door begrazing en plaggen, terwijl de bodems van essen, engen en enken werden verrijkt met mest. Hierdoor kon zich in het Droog zandlandschap een karakteristieke en gespecialiseerde fauna en flora ontwikkelen, met bijvoorbeeld jeneverbesstruwelen in droge heide en een bijzondere korstmosflora en insectenfauna in stuifzanden.

Balans in de nutriënten- en mineralenhuishouding
De bodem van het Droog zandlandschap was tot de negentiende eeuw qua nutriënten en mineralenhuishouding in een zekere balans dankzij buffering van de voor verzuring gevoelige bodem door verwering van mineralen als kaliveldspaat, albiet en muscoviet. Verwering is een natuurlijk proces waarbij deze mineralen reageren met het koolzuur dat geproduceerd wordt in de zandbodem. Hierbij komen basische kationen als kalium, calcium, magnesium en natrium vrij, die bufferend werken in de bodem. Omdat droge zandbodems voor 80-90% bestaan uit kwarts (SiO2) dat geen van deze mineralen bevat, zijn deze bodems zeer gevoelig voor verzuring.

Door de verzurende depositie van zwavel en stikstof in de afgelopen eeuw heeft de verwering geen gelijke tred kunnen houden met het sterk toegenomen aanbod zuur. Dat leidde tot een drastische afname van de mineralen en het vermogen van zandbodems om basische kationen te leveren. Voor veel bodems in het Droog zandlandschap betekent dit dat onder de huidige stikstofdepositie geen herstel mogelijk is zonder aanvulling met basische kationen. De balans van de nutriënten- en mineralenhuishouding in het Droog zandlandschap is daardoor verstoord (zie Bedreigingen en kansen).

Fauna in het landschap
De abiotische omstandigheden in het Droog zandlandschap kunnen extreem zijn. Zo stellen de grote verschillen in dag- en nachttemperatuur op binnenlandse stuifzanden specifieke eisen aan de fauna. Zeldzame soorten als de kleine heivlinder en, tot voor kort, de duinpieper wisten zich aan te passen. Op kale, zandige bodems afgewisseld met kruiden en lage struiken vinden warmte minnende reptielen als gladde slang en zandhagedis en insecten als heidesabelsprinkhaan en veldkrekel geschikte leefomstandigheden. Een gevarieerde droge heide biedt leefgebied aan bijzondere broedvogels als de nachtzwaluw en draaihals terwijl diverse soorten zandbijen graag hun nesten maken in de steilrandjes en bermen van zandpaden. De bossen in het droog zandlandschap bieden broedgelegenheid aan wespendief, zwarte specht en raaf. De gradiënten van open naar gesloten, van zuur naar iets meer gebufferd en van kaal zand naar korstmos- en kruidenbegroeiing zijn in het landschap de meest soortenrijke plekken. Ook de overgangen naar andere beheertypen als het nat zandlandschap en het beekdallandschap zijn, zeker waar die overgangen geleidelijk verlopen, vaak rijk aan flora en fauna.