Close Menu

Droog zandlandschap

Structurele aanpak stikstofdepositie is nodig
De perspectieven voor een duurzaam herstel van de natuur in het Droog zandlandschap zijn op de korte termijn slecht. Natuurherstel is in dit landschapstype een veel moeilijker opgave dan in bijvoorbeeld het nat zandlandschap. Daar kan water als een direct sturende factor op systeemniveau worden ingezet, maar zo'n systeemmaatregel ontbreekt in het droge zandlandschap. Landschapsvormende processen als grootschalige verstuivingen en een rotatie in ruimte en tijd van ontwikkelingsfasen zijn in Nederland helaas vrijwel onmogelijk geworden. Er is een drastische keuze nodig voor een structurele aanpak van de bron van de problemen, namelijk de stikstofdepositie met de landbouw als belangrijkste veroorzaker. Bovenal heeft het droog zandlandschap behoefte aan tijd, veel tijd om te kunnen herstellen van alle door de mens toegebrachte veranderingen.

Daarnaast is herstel nodig van de natuurlijke bodemvruchtbaarheid en de daaraan gerelateerde ruimtelijke variatie en samenhang van landschapsgradiënten en vegetatietypen in het Droog zandlandschap. Dat kan worden gerealiseerd via maatregelen die zijn gericht op het landschap als geheel. Een voorbeeld hiervan is het herstel van de traditionele potstalcultuur in heidegebieden, waarbij de nutriëntencyclus tussen heide, akkers en hooiland kan worden hersteld door de aanleg van (tijdelijke) akkers en begrazing door een gescheperde schaapskudde.

Binnen OBN is deze integrale aanpak al meer in detail uitgewerkt voor de beheertypen N07.01 Droge heide en N07.02 Stuifzanden.

Voorbeelden van deze structurele en op de langere termijn gerichte aanpak zijn er voor diverse beheertypen in het landschapstype het Droog zandlandschap. In de brochure 'Heidelandschap in ontwikkeling' gebruikte de VBNE in 2015 als motto: het geheel is meer dan de som der delen. De brochure 'Stuifzanden – Advies voor beheer en herstel van Stuifzanden' is gericht op alle gradiënten in het stuifzandlandschap en geeft voor een termijn van 50 tot 100 jaar richting aan het beheer. Ook in de brochure 'Arme bossen verdienen beter' worden herstelmaatregelen in een historisch-ecologische context geplaatst.

Meeste winst te halen bij herstel heidelandschap
Het habitattype waar met effectgerichte maatregelen de meeste winst is te behalen voor de fauna is het heidelandschap. Nieuwe inzichten hebben de afgelopen jaren gezorgd dat het beheer van beheertype N07.01 Droge heide is verschoven van grootschalig plaggen naar meer traditionele maatregelen, zoals afbranden gevolgd door drukbegrazing of de aanleg van al dan niet tijdelijke extensief beheerde akkers. De meest effectieve en duurzame maatregel voor heideherstel is de 'ont-ontginning' van mineraalrijke gronden via het stimuleren van natuurontwikkeling op naburige landbouwgronden.

Variatie terugbrengen in het landschap
Herstel van de variatie in gradiënten binnen het Droog zandlandschap en op de overgangen met andere landschapstypen vraagt een actief beheer. Menselijke activiteiten kunnen hierbij aanjagers zijn van zowel dynamiek als rust. Het gebruik als militair oefenterrein of het openstellen van zandverstuivingen voor wandelaars kan bijvoorbeeld bijdragen aan het (opnieuw) laten verstuiven. Kleinschalig plaggen gevolgd door bekalken is bewezen effectief voor het duurzaam herstel van droge heischrale graslanden en voorheen soortenrijke heide. Bosranden openkappen kan zorgen voor een brede en warme gradiënt in de vegetatie. De randen van fietspaden met schelpengruis zijn belangrijke toevluchtsoorden voor allerlei vaatplanten, mossen en paddenstoelen van zwak gebufferde bodem, zowel op de heide als in de bossen. Leem- en zandgroeven zijn vaak hotspots van soorten gravende solitaire bijen en wespen. Zeer uiteenlopende ruderale plekken fungeren vaak als toevluchtsoorden voor plantensoorten van zwak gebufferde bodem: schuttersputjes, tankbanen, vliegveldjes, brede wegbermen, stenige afvalhopen en ruïnes.

Dieren kunnen het beste profiteren van herstelbeheer als dit zich niet richt op één vegetatietype, maar op het terugbrengen van gradiënten in het landschap. Zo krijgen veel karakteristieke diersoorten van het Droog zandlandschap op de warmste plekken net voldoende warmte om hun levenscyclus snel genoeg te kunnen doorlopen, maar hebben ze vanwege hun hoge voedselbehoefte in de vorm van nectar of insecten ook bloem- en prooirijke locaties nodig.