Close Menu

Cultuurlandschap

Bodem en hydrologie
In het agrarische cultuurlandschap spelen natuurlijke processen een kleinere rol dan in andere landschapstypen, doordat ze ten behoeve van de agrarische productie beïnvloed. Denk aan cultuurtechnische maatregelen als ontwatering en egalisering en aan het boerengebruik zoals zaaien, bemesten, oogsten, ploegen, gebruik bestrijdingsmiddelen enz. Ondanks deze ingrepen zijn zaken als bodem en hydrologie echter nog steeds deels belangrijk voor de agrarische bedrijfsvoering, én voor het type agrarische natuur dat mogelijk is.

Vier typen agrarische natuur worden onderscheiden: (1) Open grasland (onder andere weidevogelgebieden) vinden we met name in het Laagveen- en zeekleilandschap in het westen en noorden van het land en in het Rivierenlandschap. (2) Ook de natte dooradering is hier meer te vinden, waar (3) de droge dooradering een grotere rol speelt bij bedrijven op de hoge zandgronden en het Heuvellandschap, met name oostelijk en zuidelijk in ons land. (4) Open akkerland vinden we met name in de zeekleigebieden van Noord-Nederland en zeeland.

Deel van het habitat
Het cultuurlandschap vormt voor veel diersoorten ten minste een deel van hun habitat, terwijl andere (natuur)gebieden het andere deel van hun habitat vormen. Zo zijn er soorten die het boerenland gebruiken als foerageergebied (landbouwgewassen, dan wel prooidieren die er leven) en natuurgebied gebruiken om rusten en/of voort te planten. Reden voor boeren en terreinbeheerders om samen te werken om het complete habitat te verzorgen.

Fauna in het landschap
Het uitgangspunt van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is een leefgebiedenbenadering: het creëren en in stand houden van een leefgebied voor een soort of groep van soorten die vergelijkbaar beheer vraagt.

Doelsoorten zijn de soorten waarvoor Nederland op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn een internationale verplichting heeft om voor een “Gunstige Staat van Instandhouding” van deze soorten te zorgen. Het gaat om broedvogels, amfibieën, vissen, vleermuizen, knaagdieren, marterachtigen,

De doelsoorten en aanvullende informatie zijn te vinden in de Soorten Fiches ANL.

Veel van de ‘agrarische’ beheertypen binnen SNL richten zich specifiek op fauna:

Daarnaast zijn er diersoorten die deels van natuurgebieden en deels van agrarisch gebied afhankelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de das en aan veel vogelsoorten, waaronder ganzen. Voor sommige van deze soorten voor zover niet in eerdergenoemde regelingen opgenomen, bestaat er geen gericht, ondersteunend beheer, maar is er wel een schade- of gedoogregeling voor agrariërs. Hiervan zijn overwinterende ganzen de meest in het oog springende groep soorten. Met name in natuurgebieden functioneren als rust- en slaapgebieden, terwijl een deel van het landbouwgebied is aangewezen als opvang- of foerageergebied, waarbij op basis van afspraken vooraf wordt vergoed. Daarnaast, waar ganzen buiten deze gebieden vraatschade aanrichten worden ze verjaagd en worden boeren op basis van schadetaxatie achteraf vergoed.