Close Menu

Cultuurlandschap

Verdwijnen landschapselementen
Groene landschapselementen als houtwallen, heggen en bosjes verloren hun functie als veekering, beschutting of geriefhout, onder meer door de komst van prikkeldraad en door schaalvergroting in de landbouw. Veel van deze elementen zijn al verdwenen. Landschapselementen zijn van groot belang voor veel soorten in het agrarisch cultuurlandschap. Ze bieden broed- en schuilplaats voor vogels en zoogdieren, groeiplaats voor vele soorten planten, mossen en paddenstoelen, en dienen als geleidingsstructuur voor foeragerende en migrerende vleermuizen. Ze vormen daarmee de ‘droge’ dooradering van het landschap. Daarnaast zijn ze als aankleding van het landschap zeer belangrijk voor de belevingswaarde. Ondanks deze ecologische en ook cultuurhistorische en landschappelijke waarde, zijn de overgebleven landschapselementen nog niet goed beschermd, en heeft financiering voor het onderhoud slechts op een zeer klein aandeel betrekking.

Vergiftiging door bestrijdingsmiddelen
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heeft afgelopen eeuw niet alleen gezorgd voor afname van onkruiden en plaaginsecten, maar heeft ook een grote invloed gehad op andere soorten in het landelijk gebied. Met name in de jaren ’60 van de vorige eeuw zorgden persistente en cumulerende gifstoffen voor sterfte in de hele voedselketen. Inmiddels is belasting van het milieu met bestrijdingsmiddelen gedaald door verbod op enkele middelen, een gerichtere toepassing van de middelen en minder emissie naar het oppervlaktewater. Toch is het een blijvend probleem. Zo is er recent meer bekend geworden over het opkomende gebruik van neonicotinoiden, die ook invloed blijken te hebben op insectensoorten die geen doelwit van bestrijding zijn. Dit heeft gevolgen voor vogels, die daardoor onder voedselgebrek leiden en verdwijnen.

Verdwijnen soorten door bemesting
De komst van kunstmest en toename van de dierlijke mest heeft een sterk negatieve invloed op natuur in en rond landbouwgronden. Samen met chemische en mechanische onkruidbestrijding heeft het hoge bemestingsniveau voor een verarming van de vegetatie gezorgd op de landbouwgronden zelf en via uit- en afspoeling en emissie via de lucht ook op de aangrenzende sloten en bermen en de aangrenzende natuurgebieden.
Het gebruik van drijfmest in plaats van ruige stalmest en het verdwijnen van mestflatten door afnemende weidegang, vermindert de kansen voor veel insecten en heeft daarmee ook een negatieve invloed op weidevogels.
De toegenomen bemesting en daarmee samenhangende hogere grasproductie, is wel gunstig voor ganzen. De voedsel- en eiwitrijke graslanden zijn voor hen een belangrijke voedingsbron. De sterk toenemende aantallen ganzen leveren echter conflicten op met de agrarische belangen.

Achteruitgang diversiteit vegetatie
Door intensivering van de landbouw zijn de landbouwgronden schaarser geworden aan soorten. Zowel de akkers als de weiden bestaan vrijwel alleen uit monoculturen van de productiesoorten. Herbicide, betere zaadscheiding en ander hierboven aangestipte oorzaken hebben er sinds halverwege vorige eeuw voor gezorgd dat de akkeronkruiden en soortenrijke graslanden goeddeels zijn verdwenen. Flora- en faunarijke akkers en soortenrijke en bloemrijke graslanden zijn schaars geworden. Akker- en weidevogels vinden minder beschutting en voedsel.

Verdroging door intensievere ontwatering en peilverlaging
In het grootste deel van het Nederlandse cultuurlandschap wordt het waterpeil vrijwel volledig door de mens beheerst. De verbeterde ontwatering van landbouwgebieden hebben niet alleen een verdrogend effect op de landbouwpercelen zelf, maar ook op de naastgelegen natuurgebieden. In het agrarisch land zijn de vochtige hooi- en schraallanden met de ruilverkavelingen vrijwel volledig verdwenen en in weiland veranderd. Restanten zijn in reservaten ondergebracht. Vanwege steeds grotere landbouwmachines en vanwege de wens om het groeiseizoen te vervroegen is de ontwatering van de landbouwgebieden voortdurend verder doorgevoerd door peilverlaging en drainage. Plas-dras situaties die weidevogels nodig hebben zijn vrijwel verdwenen.

Verandering gewassen/teeltplan
De verandering van teeltplannen heeft gezorgd verdwijnen van foerageer- en broedhabitat van vogels en zoogdieren. Door bijvoorbeeld het vrijwel verdwijnen van de teelt van winterrogge en de toename van wintergraan en mais hebben de betekenis van de akkerbouw als habitat van vele soorten uitgehold/gemarginaliseerd. Het verdwijnen van de eeuwige roggeteelt, en de krappere vruchtwisseling (met intensievere bewerking van de grond) hebben gezorgd voor het verdwijnen van wilde bolgewassen op akkers zoals de roggelelie.

Kans: foerageergebied voor kwetsbare soorten
Hoogproductieve landbouw kan ook een kans zijn voor bepaalde soorten, doordat een ander foerageergebied ontstaat. Denk aan ganzen of dassen. Door het aanwijzen en inrichten van gedooggebieden en -zones kan de overige landbouw hiertegen beschermd worden, en kan toch een kans gecreëerd worden voor deze soorten.