Close Menu

Beekdallandschap

Maatregelen in hele stroomgebied
Beekdallandschappen zijn bij uitstek afhankelijk van een goede hydrologische samenhang op landschapsschaal. Het is zaak de inrichting van beekdallandschappen vooral op landschapsschaal te bezien. Om de geplande beheertypen in beekdalen te realiseren, zijn veelal nog ingrijpende maatregelen nodig in het gehele stroomgebied. Speerpunten zijn daarbij in de eerste plaats het water in de beken zelf, periodieke overstroming, beperkte fluctuaties in de capaciteit, het debiet, en een goede waterkwaliteit. Het herstel van deze kenmerken vereist in het algemeen veranderingen in het complete bovenstroomse gebied, inclusief het intrekgebied van het grondwater dat het beekdal voedt. Op de tweede plaats is het vaak van belang om het grondwatersysteem van het gebied te herstellen. Daarvoor zijn vooral maatregelen nodig op de beekdalflanken, dus in richtingen dwars op de beek. Van alle maatregelen kan slechts een deel in de natuurgebieden zelf genomen worden. Ook in de landbouwgebieden zijn maatregelen nodig, met name om meer water vast te houden en om de kwaliteit van het uittredende grondwater te verbeteren. 

Het is van belang te begrijpen hoe het hydrologische systeem in elkaar zit, hoe de beek daarin functioneert of vroeger functioneerde. Bovendien is kennis nodig over de voor natuurherstel vereiste grond- en oppervlaktewaterkwaliteit voordat overgegaan wordt tot uitvoering van inrichtingsprojecten. 

Herstel van het grond- en oppervlaktewaterregime
In veel gebieden is vernatting gewenst én verbetering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Daarvoor is het nodig dat zoveel mogelijk neerslag zolang mogelijk wordt vastgehouden in de bovenloopgebieden en dat zo weinig mogelijk meststoffen uit- en afspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. In de beken zelf zijn meestal ook herstelmaatregelen nodig zoals verwijderen van kunstwerken, verondiepen, versmallen, kronkeling opnieuw mogelijk maken. De lokale condities van de beekloop horen te passen bij het traject, bij boven-, midden- of benedenloop. Waar gegraven waterlopen een bottleneck zijn voor integraal herstel van het beekdal zullen ze moeten worden gedempt. Als dat gebeurt, kunnen daar bijvoorbeeld bronsystemen ontstaan en zich moerassen vormen.

Relevant zijn hierbij ook de Herstelstrategieën Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Per beheertype/habitattype staan hier herstelmaatregelen geformuleerd.

Verhogen beekbodem
Het verhogen van beekbodems, de plek in het systeem en de manier waarop dat het beste gebeurt, is een maatregel die nog ter discussie staat. Omdat deze maatregel zowel positieve als negatieve effecten kan hebben op het ecosysteem, is een deskundige afweging voor iedere beek opnieuw nodig om verslechtering van de situatie te voorkomen.

Soortgerichte maatregelen
De inrichtings- en herstelmaatregelen zijn per stroomgebied zodanig af te wegen en in te plannen dat duurzame populaties ontstaan van flora en fauna, waaronder die van de nog aanwezige zeldzame soorten. Als dat nodig lijkt kunnen eventueel extra maatregelen worden uitgewerkt ten behoeve van bepaalde soorten of soortgroepen, die dan ‘bovenop' de maatregelen voor het herstel van de stroomgebieden of deelstroomgebieden worden toegepast. Denk daarbij bijv. ook aan trekroutes en paaiplekken voor vissen. Het is mogelijk dat in sommige gebieden maatregelen nodig zijn om te verhinderen dat sediment neerslaat in natuurgebieden waar dat niet gewenst is.

Herstel van de waterkwaliteit 
Om de verontreinigingen van diffuse herkomst te stoppen, zijn ook maatregelen nodig in het gehele stroomgebied. Vooral fosfaatverontreinigingen, maar mogelijk ook nitraat- en sulfaatverontreinigingen, zijn een probleem. Het is belangrijk dat de verschillende maatregelen goed worden gecoördineerd. Als overstromingen, natuurlijke inundaties of kunstmatige bevloeiing, worden toegelaten voordat de waterkwaliteit op orde is, vergroot dat het verontreinigingsprobleem. De meeste verontreinigende stoffen worden gebonden aan slibdeeltjes afgezet op plaatsen waar dat ongewenst is. Het kan zinvol zijn om schoon- en vuilwaterstromen te scheiden, mits de afvoerdynamiek van de beek daarmee niet negatief wordt beïnvloed. Voor het herstel van de grondwaterkwaliteit is in de intrekgebieden beëindiging of vermindering van de bemesting noodzakelijk.