Close Menu

Verschillende landschappen, verschillende natuurtypen
De natuur in Nederland is divers. Duinen, heidevelden, moerassen, bossen en ga zo maar door, ze zijn er in soorten en maten. Ze komen ook niet allemaal overal in gelijke mate voor. Hoogveen komt alleen voor op de hoger gelegen zandgebieden waar regenwater stagneert. En de bossen in bijvoorbeeld Limburg zijn heel anders dan die in de duinen. Die verschillen komen door verschillen in ontstaan (door rivieren, de zee, ijstijden en wind), de grondsoort (zand, leem of klei en veen), reliëf en waterhuishouding en processen (kwel, overstroming, verstuiving) en gebruik door de mens (ontginning, soort landbouw). En daardoor verschillen ook de groei- en leefomstandigheden (vocht, voedselrijkdom) voor planten en dieren van plek tot plek, zowel op regionale als lokale schaal, en onderscheiden we ook verschillende natuurtypen.

Binnen elk landschap zijn de omstandigheden niet homogeen. Bijvoorbeeld lokale verschillen in de bodem of in het grondgebruik kunnen er toe leiden dat op de ene plaats droge heide voorkomt in het droog zandlandschap, en een eind verderop een zandverstuiving. Zulke begroeiïngstypen of levensgemeenschappen noemen we natuurtypen. Elk landschap heeft een eigen (kenmerkende) set van natuurtypen. In het droog zandlandschap bijvoorbeeld komen naast droge heide en zandverstuiving ook nog grasland, jeneverbesstruweel en zuur droog bos voor. 

Het OBN Kennisnetwerk richt zich op de volgende landschapstypen:

  • Beekdallandschap
  • Cultuurlandschap
  • Droog zandlandschap
  • Duin- en kustlandschap
  • Grote zoete wateren
  • Heuvellandschap
  • Laagveen- en zeekleilandschap
  • Nat zandlandschap
  • Rivierenlandschap
  • Wad en zee

Elk landschapstype heeft haar eigen deskundigenteam, met uitzondering van Grote zoete wateren en Zee en wad. Deze worden wel beschreven op de website, maar hier vindt geen onderzoek plaats.