Close Menu

Deskundigenteam Rivierenlandschap

Diepe uiterwaardplassen: verondiepen of niet? Visie vanuit ecologisch perspectief

Het belangrijkste product in dit onderzoek is een afwegingskader op basis van ecologische criteria, waarmee terreinbeheerders kunnen inschatten of een verondieping vanuit ecologisch perspectief een goed idee is.

Meer info over dit onderzoek zie hier.

Probleemstelling: Er zijn momenteel veel initiatieven om diepe plassen in uiterwaarden te verondiepen, meestal als combinatieproject van grondberging en natuurontwikkeling. Voor terreineigenaren biedt dit een mogelijkheid om kostenefficiënt natuur te ontwikkelen. Terreinbeheerders geven daarbij aan dat zij graag willen beschikken over goed onderbouwde ecologische criteria om een afweging te kunnen maken tussen wel of niet verondiepen. Het verondiepen van uiterwaardplassen moet immers zorgvuldig afgewogen en ontworpen worden. Kortom: wanneer levert verondiepen ecologische meerwaarde op en wanneer is het beter de bestaande situatie met de aanwezige natuurwaarden te handhaven?

Aard van het onderzoek: Het gaat om het faciliteren van de ecologische afwegingen voor verondieping. Daarbij is sprake van literatuuronderzoek, bemonstering van een aantal uiterwaardplassen en als product wordt een afwegingskader gemaakt dat helpt bij de beslissing wel of niet te verondiepen.  

Af re ronden in 2021.

 

Klimaateffecten in het rivierengebied

Probleemstelling: Het klimaat verandert. In Nederland wordt het warmer, droger en het neerslagpatroon wordt extremer. De effecten in het rivierengebied zijn onder meer: zeespiegelstijging, langere perioden met zeer lage afvoer, extreme afvoerpieken in de winter en hogere watertemperatuur.  Hierdoor verschuiven zoet-zout gradiënten, vallen oevers en nevenwateren langer en vaker droog en neemt de waterkwaliteit af. Periodieke hoogwaterevents zullen extremer worden en het riviersysteem periodiek ‘op zijn kop zetten’.  Nederland bereidt zich voor op deze veranderingen. Het Deltaplan Zoetwater (zie 2.2) bereidt maatregelen voor waarmee de zoetwatervoorziening van Nederland veiliggesteld wordt. Hierbij is het belangrijk dat ook de ecologische waarden meegewogen worden. Zowel bij het ontwerpen van maatregelen om klimaateffecten te mitigeren als bij het duiden van de ecologische impact van mitigerende maatregelen die genomen worden om andere functies te borgen. De basis voor de ecologische impact zijn de ecosysteemfuncties, processen en biodiversiteit. Het is dan ook van belang de ecologische aspecten van klimaatverandering voor het rivierengebied duidelijk in beeld te krijgen voor een volwaardige inbreng in de studies, werksessies en beslissingen de komende jaren.

Beleidscontext: De Deltabeslissing Zoetwater en het bijbehorend Deltaplan Zoetwater moeten er aan bijdragen dat Nederland ook in de toekomst in drogere perioden over voldoende zoetwater beschikt, onder meer voor een aantrekkelijke leefomgeving, drinkwaterwinning, natuur, landbouw en een sterke economische positie. Verspreid over Nederland zijn in dit kader maatregelen voor zuinig gebruik, vasthouden, bergen en aanvoeren van zoetwater in uitvoering. Voor de periode 2022 tot en met 2027 is een nieuw maatregelprogramma in voorbereiding. Hierbij wordt ook rekening gehouden met rivierecologische functies die in beleidskaders zijn vastgelegd, zoals de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000. Zie nadere duiding van de andere in dit kader belangrijke programma’s zoals PAGW, het hoogwaterbeschermingsprogramma en het Integraal Riviermanagement onder paragraaf 1.4.

Doel van het onderzoek: Het doel van dit onderzoek is drieledig:

  • Het in beeld brengen van te verwachten effecten van klimaatverandering op de huidige natuurwaarden in het rivierengebied ,
  • Het in beeld brengen van de mogelijkheden om deze effecten te mitigeren, zodat terreinbeheerders met deze informatie hun natuurdoelen en -opgaven, indien nodig, kunnen aanpassen of veranderen (adapt of transform).

Overkoepelend doel is om beheerders, plannenmakers en beleidsmakers betere instrumenten en kennisonderbouwing mee te geven voor het opstellen van de juiste eisen/wensen in beheerplannen, (integrale) inrichtingsprojecten en beleidsprogramma’s.

Af te ronden in 2021.