Close Menu

Deskundigenteam Rivierenlandschap

Natte overstromingsvlaktes in het rivierengebied: 2e fase – abiotische en biotische monitoring van natte overstromingsvlaktes in relatie tot inrichting en beheer

Probleemstelling: Natte overstromingsvlaktes hebben een hoge soortenrijkdom en biomassa en worden gezien als een belangrijke ‘missing link’ in het Nederlandse rivierengebied. In fase 1 van het OBN project ‘Natte overstromingsvlaktes in het rivierengebied’ is een overzicht gemaakt van kansrijke locaties voor goed functionerende overstromingsvlaktes in Nederland. Hierbij is duidelijk geworden welke factoren de ecologische ontwikkeling van natte overstromingsvlaktes sturen. In dit vervolgonderzoek worden de relaties tussen deze factoren nader onderzocht met als doel concrete beheer- en inrichtingsadviezen te geven.

Beleidscontext: Een aanzienlijk deel van het Nederlandse Rivierengebied is aangewezen als Natura 2000-gebied op basis van de Vogel en/of Habitatrichtlijn. Het rivierengebied is (van oudsher) tevens de leefomgeving voor zeer veel diersoorten die vermeld staan op de Habitat- en Vogelrichtlijn, zoals otter, blauwborst, zwarte stern, porseleinhoen, kwartelkoning, otter, roerdomp, kamsalamander, knoflookpad, evenals vele soorten beschermde doortrekkende watervogels. Bovendien komen landelijk bedreigde ‘weidevogels’ (zoals grutto, tureluur en watersnip), diverse vissoorten en 420 ongewervelde soorten die gelden als doelsoort/indicator voor de Kaderrichtlijn Water.

Doel van het onderzoek: Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingsmogelijkheden van goed functionerende natte overstromingsvlaktes in het Nederlandse rivierengebied en de (rand)voorwaarden die hieraan verbonden zijn. Daarnaast dient het onderzoek de opgedane kennis door te vertalen naar concrete en in de praktijk toepasbare adviezen voor inrichting, beheer en beleid.