Close Menu

Deskundigenteam Heuvellandschap

Versterking van connectiviteit van soorten van hellingschraallanden

Het doel van het onderzoek was om beter inzicht te krijgen in het relatieve belang van verschillende soorteigenschappen van kenmerkende soortvan van hellingschraallanden en rotsmilieus– in interactie met de omgevingsfactoren – voor het bereiken van een succesvolle dispersie. Dit is van groot belang om tot een daadwerkelijke verbetering te komen van de effectiviteit van lijnvormige elementen als verbindingen tussen de leefgebieden van deze kenmerkende soorten van hellingschraallanden en rotsmilieus.

Probleemstelling: Een belangrijk knelpunt voor het behoud en herstel van biodiversiteit in (kalk)graslanden, naast de vermesting/N-depositie, vormt de geringe ruimtelijke samenhang, waardoor populaties van planten en dieren worden geconfronteerd met genetische verarming, verminderde vitaliteit en een verhoogde kans op uitsterven. Doordat achterliggende processen voor veel soorten langzaam verlopen blijven de effecten vaak lang onopgemerkt. De effectiviteit van lijnvormige elementen als verbindingszones voor planten en minder mobiele dieren (o.a. ongewervelden en herpetofau­na) staat echter nog altijd ter discussie. Welke inrichting en configuratie voor verschillende soorten optimaal is, blijft vooralsnog onduidelijk. Een beter inzicht in het relatieve belang van de diverse factoren voor verschillende soorten is nodig om de afweging tussen verschillende maatregelen te kunnen maken hoe effectieve verbindingszones kunnen worden gerealiseerd die voor effectieve dispersie zorgen.

De Veldparelmoervlinder: een van de aandachtsoorten voor versterking van connectiviteit van hellingschraallanden.

Aard onderzoek: Er is een overkoepelend raamwerk opgesteld waarin de effectiviteit van dispersie wordt geschetst in relatie tot de connectiviteit in het landschap en de eigenschappen van de soorten, waaronder hun dispersiecapaciteit. Vervolgens is deze kennis over de habitatcondities en ruimtelijke samenhang gekoppeld aan mogelijke maatregelen om die condities te bevorderen, gegeven het voorkomen van de aandachtsoorten in het Heuvelland. Dit levert een beeld op van knelpunten en kansen.

Uitvoerders: De Vlinderstichting, Stichting Bargerveen en Wageningen Environmental Research


Karakterisering, uitbreiding en herstel kwaliteit Veldbies-Beukenbossen

Doel van het onderzoek was te komen tot een karakterisering van Veldbies-Beukenbos, maar vooral om de mogelijkheden tot uitbreiding en herstel van de kwaliteit te onderzoeken.

Probleemstelling Het habitattype Veldbies-Beukenbos heeft een hoog opschietende boomlaag en een weinig ontwikkelde struik-en kruidlaag. Het is niet geheel helder wat de beste standplaatscondities zijn in Zuid-Limburg en hoe dat zich verhoudt tot goede standplaatsen in het buitenland. Veel groeiplaatsen zijn eeuwenlang als een relatief open middenbos beheerd, met Zomer-en Wintereik als belangrijkste boomsoorten. Het is onduidelijk hoe dat beheer de bosontwikkeling ter plekke heeft beïnvloed. Goede referenties elders (nabije buitenland) en in het verleden ontbreken. Al met al behoort het Veldbies-Beukenbos waarschijnlijk tot de meest onbekende beheertypen van ons land.

Karakteristieke bleke bloeiwijze van de Witte veldbies

Aard onderzoek Deze studie beschrijft de groeiplaatsomstandigheden en soortensamenstelling van dit bostype en of en hoe deze verschilt met de situatie in het nabije buitenland. De vervangingsgemeenschappen worden beschreven, net als bijzondere botanische waarden en enkele faunagroepen. De resultaten van het onderzoek worden ten slotte in een afsluitend hoofdstuk vertaald naar het praktisch beheer van dit habitattype en de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering.

UitvoerdersWageningen Environmental Research & De Vlinderstichting

 

Noodzaak en lokalisering van bufferstroken rond Natura 2000-gebieden in het Heuvelland

Doel van dit onderzoek was kennis te ontwikkelingen hoe bufferstroken eruit moeten zien en hoe effectief ze zijn om de invloed te beperken door directe inwaai, oppervlakkige toestroom van meststoffen en erosie af te vangen.

Probleemstelling: In de Natura 2000-gebieden in het Heuvelland worden habitattypen en andere natuurwaarden op hellingen grenzend aan landbouwpercelen negatief beïnvloed door toestroom van voedselrijk water en bodemmateriaal. Hierdoor neemt verruiging toe en nemen kansen voor behoud en uitbreiding van karakteristieke soorten af. Bij ernstige vormen van erosie kunnen kwalificerende groeiplaatsen verdwijnen, niet alleen door erosie zelf, maar ook doordat voedselrijk bodemmateriaal (sediment) laagten opvult en bronnen en bovenloopjes van beken onderdeel worden van erosiebanen.  

Aard onderzoek: Dit onderzoek bestaat uit een quick scan van aanwezige kennis, het beschrijven en classificeren van erosieprocessen rond en in Natura 2000-gebieden, het uitvoeren van een veldstudie naar 10-15 jaar oude bufferzones en een expertschatting van opties voor aanleg en inrichting van nieuwe bufferzones.

Uitvoerders: Wageningen University & Research

Er is n.a.v. de resultaten een compacte brochure gemaakt waarmee beleidsmakers en beheerders direct aan de slag kunnen.

 

Kalktufbronnen in Zuid-Limburg (NL) vanuit Noord-West Europees perspectief: naar grenswaarden voor nutriënten in het bronwater

Doel van dit onderzoek was de maximaal toelaatbare concentraties nitraat en fosfaat (een grenswaarde) vast te stellen in het bronwater van de zogenaamde Kalktufbronnen.

Probleemstelling: Het Prioritaire habitattype Kalktufbronnen (H7220) staat te boek als stikstofgevoelig. Daarom wordt de grote nitraatbelasting van het bronwater in Zuid-Limburg gezien als een probleem; op dit moment (2017) is die gemiddeld 85 mg/l (1360 μmol/l NO3-) en ligt daarmee ruim boven de geldende Europese Nitraatrichtlijn (=50 mg/l NO3-) voor grondwater. Dat betekent dat er ook door middel van de PAS, met voorrang maatregelen genomen moeten worden om te zorgen dat de staat van instandhouding minstens geborgd blijft. Bij onduidelijke normering blijft het echter onzeker welke maatregelen genomen moeten worden en met welke urgentie.

Kalktufbron in Elsloërbos, Zuid-Limburg

Aard onderzoek: Er is een wetenschappelijke literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij lag de focus op het verzamelen van beschikbare gegevens over de waterkwaliteit van kalktufbronnen uit het laagland van Noordwest Europa (<500m) in combinatie met de aanwezigheid van voor dit brontype karakteristieke mossen. Daarnaast is een eenmalige, aanvullende bemonstering uitgevoerd van 51 verschillende kalktufbronnen in Noordwest Europa. Op basis van de opgebouwde database is een grenswaarde bepaald.

Uitvoerders: RoyalHaskoningDHV, onderzoekbureau B-Ware, West Pomeranian University of Technology Szczecin, Stichting ERA.

 

Beheer en inrichting van mergelgroeven en rotsen

In dit onderzoek zijn op basis van bestaande kennis en ervaringen zo concreet mogelijke adviezen geformuleerd voor inrichting en beheer van mergelgroeves en rotswanden in Zuid-Limburg. Hierbij llag de focus op de specifieke kalkgebonden natuurwaarden en dan vooral die soorten en gemeenschappen waarvoor Nederland internationale verantwoordelijkheid heeft (Natura 2000).

Zwartbandmier, een van de karakteristieke soorten van mergelgroeven 

Probleemstelling Om de bijzondere natuurwaarden van mergelgroeves te herstellen, te behouden of op nieuwe locaties te ontwikkelen, is er behoefte aan een overzicht van het voorkomen van soorten en gemeenschappen van groeves in relatie tot het gevoerde beheer en inrichting van mergelgroeves.

Aard onderzoek: Op basis van bestaande verspreidingsgegevens, literatuur en de kennis en ervaring van beheerders en soortexperts is een analyse gemaakt van de geologie, hydrologie en ecologie van dagbouwmergelgroeves en rotsen. De resultaten hiervan zijn vertaald naar adviezen voor beheer en inrichting van mergelgroeves.

Uitvoerders: Stichting Bargerveen, RoyalHaskoningDHV en Natuurbalans