Close Menu

Deskundigenteam Duin- en kustlandschap

Herstel konijnenpopulaties in kustduinen

Probleemstelling: Invloed van konijnen is essentieel voor instandhouding en herstel van het prioritaire habitattype H2130 Grijze duinen. Helaas vormen zij geen betrouwbare factor. Nog steeds is grotendeels onbekend waarom populaties zo verschillend reageren op nieuwe uitbraken van virusziekten en zo verschillend herstellen na sterke afname. Door het gebrek aan inzicht in deze complexe populatiedynamiek is onvoldoende duidelijk welke maatregelen duinbeheerders kunnen nemen om konijnenpopulaties te versterken en zo bij te dragen aan het herstel en instandhouding van de Grijze duinen.

Beleidscontext: Het herstel van konijnenpopulaties is een sleutelfactor voor de realisatie van de Natura 2000 doelen in duingebieden, in het bijzonder het prioritaire habitattype Grijze duinen (H2130A, B en C). Herstel van konijnenpopulaties kan een belangrijke bijdrage leveren aan de herstelstrategie voor Grijze duinen en andere duinhabitattypen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Doel van het onderzoek:
1) inzicht krijgen in de factoren die de achteruitgang en sterke fluctuaties in konijnenpopulaties in Natura 2000 duingebieden bepalen
2) Evalueren van de resultaten van bijplaatsen van konijnen tot nu toe
3) uitwerken van algemene beheermaatregelen ter herstel/versterking van de konijnenpopulatie én een specifiek beheeradvies voor konijnen voor elk Natura 2000 duingebied afzonderlijk.

Af te ronden in 2021

  • Presentaties Workshop start onderzoek.
  • Er is een publieksfolder gemaakt die wordt gebruikt om recreanten te informeren tijdens de werkzaamheden in de duingebieden wat betreft vangen, bemonsteren, en weer loslaten van de konijnen.
  • In Trouw verscheen januari 2020 een artikel over het onderzoek.

Ruimte voor zand – Ontwikkeling van een nieuwe beheerstrategie voor het behoud van een dynamisch kustlandschapsmozaïek

Over dit project is vanuit de partners een filmpje gemaakt.
Bekijk hier RWS - natuurlijk veilig

Probleemstelling: Sinds de vorige eeuw is het natuurlijk functioneren van kustlandschappen steeds meer onder druk komen te staan. Aan de landzijde worden ze beknot door bebouwing, infrastructuur en bebossing; aan de zeezijde door de aanleg van harde structuren, kunstmatige zeereepversterking, en op langere termijn de zeespiegelstijging. Een tweezijdige inklemming die internationaal als de “coastal squeeze” bekend staat.
Het gevolg van deze ‘kustbeknelling’ is een versmald kustlandschap terwijl zandige kusten zoals de Nederlandse, van nature juist worden gekarakteriseerd door langgerekte geomorfologische gradiënten (van zee tot oude duinen) van geleidelijk afnemende zanddepositie en overstromingsfrequentie in landwaartse richting. Deze grootschalige (kilometerslange) gradiënten zijn van groot belang voor het ontstaan van kleinschaliger (tientallen tot honderden meters lange) gradiënten. Zo ontstaat een kustlandschap met een mozaïek van schuivende kleinschalige gradiënten en bijbehorende gemeenschappen in verschillende successiestadia.
Echter door gebrek aan opbouw- en afbraakdynamiek (en daarnaast de hoge stikstofdepositie met verruiging en vergrassing) staan de natuurfuncties, maar ook de recreatieve beleving en de drinkwaterproductie van de kust onder druk. Dit onderzoek wil de vereiste kennisbasis ontwikkelen voor een vernieuwde beheerstrategie waarin natuurlijke afbraak- en opbouwprocessen voldoende ruimte krijgen, terwijl kustveiligheid en andere essentiële functies (bv. wonen, werken recreëren, drinkwatervoorziening) behouden blijven.

Beleidscontext:

  • Het voorgestelde onderzoek past binnen Thema I uit de OBN-kennisagenda 2014-2018: “Herstel en beheer van natuurgebieden”. Hierin wordt als eerste speerpunt voor het Duin- en Kustlandschap benoemd: “Wat zijn de sleutelfactoren in de grootschalige natuurlijke dynamiek van de N.W.-Europese kustecosystemen en waar en hoe kunnen de (cyclische) successie en regressie in de Nederlandse duinen, kwelders en schorren worden hersteld?”.
  • Begin 2017 is door Rijk, kustprovincies, kustgemeenten en verschillende belangenorganisaties een kustpact ondertekend t.b.v. de realisering van integratief Nederlands kustbeleid. In mei 2018 is op verzoek van de minister van I&M hierover een advies (“Kwaliteit van de Kust”) uitgebracht door het College van Rijksadvieurs (CrA, 2018). Hierin wordt voorgesteld om 3 nationale kustparken te ontwikkelen – het Waddengebied, de vastelandskust en de zuidwestelijke Delta – met elk een eigen beheerstrategie. De kennis die uit dit onderzoek voortkomt kan hiervoor de eerste bouwstenen leveren.
  • Vrijwel het gehele Nederlandse duingebied maakt deel uit van het Natura 2000 netwerk. De ontwikkeling van een goede kennisbasis m.b.t. de randvoorwaarden voor een natuurlijk functionerend kustlandschap, is essentieel voor de realisatie van de N2000-natuurdoelen.
  • In de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) worden natuurherstelmaatregelen vormgegeven. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijdragen aan de verdere onderbouwing van de PAS-gebiedsanalyses voor fase 2 en 3.
  • De EU-Kaderrichtlijn Water stelt specifieke eisen aan de waterkwantiteit en -kwaliteit voor de Nederlandse duinen. Aanpassing van de huidige beheerstrategie kan hierop invloed hebben.
  • Het onderzoek sluit aan bij onderzoek voor de toekomstige kustlijnzorg (in het kader van klimaatverandering) zoals vormgegeven in het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) en het onderzoeksprogramma Kustgenese-2 van het ministerie I&M.
  • Natuurterrein-beherende organisaties hebben zich gecommitteerd na te gaan hoe en waar herstel van natuurlijke processen langs de kust  kan leiden tot een completer scala aan ecosystemen.

Doel van het onderzoek: Het doel van dit onderzoek is om, op basis van integratieve analyses van bestaande kennis en nieuwe veldmetingen, na te gaan wat de minimale breedte is voor een goed functionerend kustland-schapsmozaïek en hoe dit afhangt van de lokale condities. Hiermee moet een basis gelegd worden voor een beheerstrategie die het uitvoeren óf juist achterwege laten van ingrepen langs de Nederlandse kust (naast diensten als kustveiligheid, drinkwatervoorziening en toerisme) mede laat afhangen van  de mogelijkheden of in een kustlandschap voldoende ruimte is voor natuurlijke afbraak- en opbouwprocessen (om grootschalige geomorfologische gradiënten te creëren of te handhaven).

Af te ronden in 2022.

 

Inrichting en beheer kustbroedvogelbiotopen

Probleemstelling: Kustbroedvogels zijn Europees beschermde soorten. Veel natuurlijke broedplaatsen zijn verdwenen of ongeschikt geworden, door kustverdediging (De Beer, Scheelhoek, platen in de Oosterschelde etc.) en/of door recreatie (stranden, duinen). Herstel van de natuurlijke broedplaatsen is een zaak van heel lange adem. In de tussentijd wordt heel veel geïnvesteerd (inrichting en beheer) in door de mens gecreëerde broedplaatsen, terwijl ondertussen de trends en de Staat van Instandhouding (N2000) voor de meeste soorten negatief of ongunstig zijn (bontbekplevier, strandplevier, kluut, kokmeeuw, grote stern, noordse stern). Alleen zwartkopmeeuw en dwergstern hebben een positieve trend en een gunstige staat van Instandhouding.
Ondanks die grote investeringen in aanleg en onderhoud van broedplaatsen is er geen overzicht wat nu werkt en wat niet. Daar is, mede gezien de grote investeringen en de achterblijvende, duurzame resultaten, grote behoefte aan. Daarbij komen veel natuurlijke broedgebieden meer onder druk te staan door klimaatverandering en de hierdoor toegenomen voorjaarsstormen, die zorgen voor frequentere overspoeling van natuurlijk broedgebied.

Beleidscontext: De trends en de Staat van Instandhouding (N2000) voor de meeste soorten kustbroedvogels is negatief of ongunstig zijn (bontbekplevier, strandplevier, kluut, kokmeeuw, grote stern, noordse stern). Alleen zwartkopmeeuw en dwergstern hebben een positieve trend en een gunstige staat van Instandhouding.

Doel van het onderzoek: Dit onderzoek moet een overkoepelend en geïntegreerd inzicht geven in de succes- en faalfactoren bij de inrichting en beheer van kustbroedvogelbiotopen, waarbij rekening wordt gehouden met de belangrijke omgevingsfactoren als landschappelijke ligging, hoogte, vegetatiesamenstelling en mate van verstoring. Hiermee krijgen beheerders concrete handvatten waar en hoe succesvol beheer kansrijk is en waar niet. En of en hoe deze duurzaam in stand te houden zijn.

Op te starten in 2021.

 

Effecten van wisselbegrazing op biodiversiteit in kustduinen

Probleemstelling: Wisselbegrazing, waarbij gebieden afwisselend sterk, zwak of geheel niet worden begraasd, lijkt een geschikte maatregel om verruiging van kustduinen tegen te gaan, zonder dat soorten die gevoelig zijn voor begrazing sterk afnemen. Er wordt echter nog nauwelijks doelbewust met wisselbegrazing gewerkt om behoud of herstel van biodiversiteit te bewerkstelligen. Voor concrete adviezen over schaal, frequentie en timing van begrazing mist dan ook de noodzakelijke kennis over effecten op bodem, vegetatie en fauna.
Bij OBN is een onderzoek gepland om deze kennis te ontwikkelen. Daarnaast zijn de Duinwaterbedrijven Waternet en PWN recent een onderzoek gestart naar de effecten van het uitsluiten van damhertenbegrazing in de Amsterdamse Waterleiding Duinen (AWD) en de Kennemerduinen (KD).

Beleidscontext:  Begrazing is essentieel voor behoud van de (half)open Natura2000 duinhabitats Duingrasland (H2130A en B) en Duinheide (H2140 en H2105) en bepaalt daarnaast sterk het voorkomen en vorm van Duinstruweel (H2160) en Vochtige duinvalleien (H2190) en van Vogelrichtlijnsoorten als Tapuit, Boomleeuwerik en Blauwe Kiekendief. Het inzetten, uitbreiden of intensiveren van begrazing is een van de belangrijkste instrumenten in de PAS om de effecten van hoge stikstofdepositie tegen te OBN-Jaarplan 2020 14 3. Kennisontwikkeling en onderzoeksprojecten gaan. In de PAS-kennisagenda 2014-2018 (Thema 1) staat: ‘Over het in precisie optimaliseren van de vorm, intensiteit, periode van begrazing etc., teneinde herstel van de kwaliteit van habitats voor fauna te bewerkstelligen, zijn nog veel kennislacunes.’ Dit onderzoek is gericht op het oplossen van deze kennislacunes voor kustduinen.

Doel van het onderzoek: Het doel van dit onderzoek is om kennis te ontwikkelen over de effecten van wisselbegrazing als maatregel voor Natura2000 habitattypen en karakteristieke plant- en diersoorten in de duinen. Gezien de lengte van de onderzoeksperiode betreft het hierbij de korte termijn effecten (4 jaar) op voorkomen en demografie van doelsoorten (planten en dieren) na het intensiveren of juist extensiveren van de graasdruk. In paragraaf 1.6 (Aard van het onderzoek) is een overzicht opgenomen van duinterreinen waar een verandering in graasdruk vanaf 2020 gaat plaatsvinden en dus kunnen dienen als onderzoeksgebied.

Op te starten in 2021.