Close Menu

Deskundigenteam Duin- en kustlandschap

Lange-termijn-effecten extensieve duinbegrazing in gecontroleerd experiment

Doel van het onderzoek is op basis van een correct BACI-experiment de effecten van extensieve begrazing in kustduinen te volgen. Specifiek gaat het om te achterhalen of de gewenste gradiënten in graasdruk ontstaan en of deze ook leiden tot herstel en behoud van een hoge, karakteristieke vegetatie en fauna van het kalkarme open duinlandschap.

Probleemstelling
Begrazing is, naast het reactiveren van verstuiving, een van de weinige mogelijkheden om een (half)open duinlandschap te herstellen en te behouden, met daarin een mozaïek van Grijze duinen (H2130), Duinheiden met Kraaihei (H2140), Duinheiden met Struikhei (H2150) en Kruipwilgstruwelen (H2170). Uit eerder OBN-onderzoek (Nijssen et al. 2014) is gebleken dat de maatregel vrijwel altijd helpt om een lagere, meer gevarieerde vegetatiestructuur te krijgen, met vaak iets meer open zand en een warmer microklimaat. Effecten van begrazing kunnen het beste onderzocht worden in een experimentele BACI-opzet (Before-After-Control-Impact). Op deze manier kan het effect van de maatregel los worden geanalyseerd van autonome ontwikkelingen in het duinlandschap of van random verschillen die tussen jaren optreden, vooral wanneer de metingen om de paar jaar herhaald worden.

Aard van het onderzoek
Een van de weinige locaties waar een correct BACI-experiment is opgezet om de effecten van extensieve begrazing in kustduinen te volgen, is de Vallei van het Veen op Vlieland. Het experiment is in 1993 opgezet en in 2000 en 2010 gedeeltelijk herhaald. In 2018 kunnen hier de effecten op bodem, vegetatie en fauna worden bepaald van 25 jaar extensieve runder- en schapenbegrazing in duinheide en kalkarme duingraslanden.

Verwachte opleverdatum: Eindrapportage wordt in zomer 2019 opgeleverd

Herstel konijnenpopulaties in kustduinen

Doelen van het onderzoek zijn 1) inzicht krijgen in de factoren die de achteruitgang en sterke fluctuaties in konijnenpopulaties in Natura 2000 duingebieden bepalen 2) Evalueren van de resultaten van bijplaatsen van konijnen tot nu toe 3) uitwerken van algemene beheermaatregelen ter herstel/versterking van de konijnenpopulatie én een specifiek beheeradvies voor konijnen voor elk Natura 2000 duingebied afzonderlijk.

Probleemstelling
Invloed van konijnen is essentieel voor instandhouding en herstel van het prioritaire habitattype H2130 Grijze duinen. Helaas vormen zij geen betrouwbare factor. Nog steeds is grotendeels onbekend waarom populaties zo verschillend reageren op nieuwe uitbraken van virusziekten en zo verschillend herstellen na sterke afname. Door het gebrek aan inzicht in deze complexe populatiedynamiek is onvoldoende duidelijk welke maatregelen duinbeheerders kunnen nemen om konijnenpopulaties te versterken en zo bij te dragen aan het herstel en instandhouding van de Grijze duinen. Het herstel van konijnenpopulaties is een sleutelfactor voor de realisatie van de Natura 2000 doelen in duingebieden, in het bijzonder het prioritaire habitattype Grijze duinen (H2130A, B en C). Herstel van konijnenpopulaties kan een belangrijke bijdrage leveren aan de herstelstrategie voor Grijze duinen en andere duinhabitattypen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Uitvoerders Jasja Dekker Dierecologie i.s.m. J.M. Drees, Moerman Eco & Agro, Stichting Bargerveen en Stichting Science4Nature

Verwachte opleverdatum: zomer van 2020
Presentaties Workshop start onderzoek.

Er is een publieksfolder gemaakt die wordt gebruikt om recreanten te informeren tijdens de werkzaamheden in de duingebieden wat betreft vangen, bemonsteren, en weer loslaten van de konijnen.


Habitat-overstijgende interacties

Dit onderzoek legt een basis om het huidige lokale beheer op te schalen naar proces-gestuurd landschapsbeheer: van kwelders, duinen en wadplaten naar eilanden met kombergingen. Dynamisch landschapsbeheer kan bijvoorbeeld een natuurlijker alternatief vormen voor plaggen en maaien bij duin/kwelderbeheer, en mosselbank- en zeegrasherstel faciliteren. Het onderzoek focust op relatief natuurlijke kleine Waddeneilandjes en aangrenzende wadplaten, waar habitat-overstijgende interacties en gevolgen van ingrepen goed kunnen worden getoetst.

Probleemstelling
In het Waddengebied zijn grootschalige ingrepen gepland (zandsuppleties, gas/zoutwinning, reconstructie Afsluitdijk, aanleg/versterking eilandjes en zandplaten). Deze ingrepen kunnen grootschalige geomorfologische en ecologische veranderingen veroorzaken, en daarmee ook relaties tussen strand, duinen, kwelders en wadplaten beïnvloeden. Over de invloeden op landschapsschaal is echter weinig bekend. Kennis over ruimtelijke interacties tussen Waddenzee-deelsystemen staat nog in de kinderschoenen, en beheer van het droge en natte wad zijn onderling nauwelijks afgestemd. De focus van het project op de rol van natuurlijke processen is van groot belang voor de realisatie van de natuurdoelen die in de N2000-beheerplannen zijn geformuleerd.Het onderzoek sluit aan bij onderzoek voor de toekomstige kustlijnzorg en het onderzoeksprogramma Kustgenese-2 van het ministerie I&W.

Aard van het onderzoek
Het onderzoek vindt plaats op Griend, omdat Griend eind 2016 wordt “teruggezet” in zijn geomorfologische en ecologische ontwikkeling. Er is €500.000 gereserveerd voor onderzoek op Griend, maar niet voor interacties met omliggende wadplaten. Integratie met dit “Griendherstelproject” geeft de unieke mogelijkheid om interacties op landschapsniveau correlatief én experimenteel te onderzoeken.

Uitvoerders: Radboud Universiteit Nijmegen

Verwachte opleverdatum: eind 2019


Rotatiebeheer op kwelders

Doel van dit onderzoek is om een eerste stap te zetten naar een beter inzicht in het effect van een meer dynamisch begrazingsbeheer. Als op kwelders een roterende begrazing een positief effect heeft op de vegetatie, bloemrijkdom, insecten en andere organismen, dan is dit een goede stimulans voor beheerders in andere landschappen om ook met een meer dynamische begrazing te gaan experimenteren.

Probleemstelling
Begrazing wordt op veel plekken toegepast in het natuurbeheer. Hierbij is de nodige discussie over de positieve en negatieve effecten van begrazing. Mogelijk zou een van jaar op jaar sterk wisselende begrazing weleens een positief effect kunnen hebben op de bloem- en zaadproductie van planten en minder negatieve neveneffecten hebben dan een begrazing die een van jaar tot jaar constante graasdruk kent. Een dergelijke begrazing die over de jaren sterk fluctueert wordt echter nauwelijks toegepast. Dit onderzoek is direct van belang voor het beheer van kwelders. Indirect is het van belang voor het beheer van alle natuurgebieden die worden begraasd. Als een van jaar op jaar sterk wisselende dichtheid aan grazers dezelfde positieve effecten zou hebben als een van jaar op jaar stabiele graasdruk, maar de negatieve bijeffecten zijn veel kleiner, dan kan dit helpen om met begrazing een veel beter beheerresultaat te krijgen. Dit heeft relevantie voor N2000, PAS, leefgebiedenbenadering en natuurherstel.

Aard onderzoek
Dit onderzoek is een vervolg op een lopend begrazingsonderzoek op de kwelders van Noord-Friesland Buitendijks. Diverse groepen organismen worden onderzocht op welke eisen zij stellen aan de ruimtelijke configuratie van beheertypen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande variatie in beheer op Noord-Fryslân Bûtendyks, van intensief, kort begraasd tot onbegraasd op kleine en grotere schaal.

Uitvoerders: Rijksuniversiteit Groningen en It Fryske Gea

Verwachte opleverdatum: Voorjaar 2019