Close Menu

N17 Cultuurhistorische bossen

Karakteristieken
Cultuurhistorische bossen zijn bossen die vanwege een combinatie van cultuurhistorische en ecologische elementen in een bepaalde staat worden gehouden.
Het beheer wordt gekenmerkt door een sterke sturing van de mens in de structuur en soortensamenstelling, vooral in de boom- en struiklaag.
De bossen worden bovendien gekenmerkt door een zekere ouderdom, in de vorm van oude bomen of oude stronken van bomen. In landschappelijk opzicht zijn vaak structuren aanwezig zoals lanen, sloten en greppels en wallen.

Ontstaan
Zoals de term eigenlijk al zegt, zijn cultuurhistorische bossen lang geleden aangelegd en hebben ze sindsdien een specifiek beheer gehad. De voorgeschiedenis kan erg verschillen. Sommige bossen groeien op intacte bodems en bestaan uit boomsoorten die van nature ter plaatse thuishoren, op andere plaatsen is de aanleg gepaard gegaan met intensieve grondbewerking en hydrologische ingrepen en zijn soorten van elders geïmporteerd.

Cultuurhistorische bossen zijn in het verleden lange tijd het meest voorkomende bostype in Nederland geweest. Ze kunnen het best voortbestaan op de nu nog bestaande plaatsen en onder de condities waarbij ze zich hebben ontwikkeld.

Beheertypen
Dit natuurtypen omvat de volgende vier beheertypen:

  • 17.01 Vochtig hakhout en middenbos
  • 17.02 Droog hakhout
  • 17.03 Park- en stinzenbos
  • 17.04 Eendenkooi
  • 17.05 Wilgengriend
  • 17.06 Vochtig en hellinghakhout

Voorkomen en areaal
Overal in het land komen verspreid cultuurhistorische bossen voor. Vaak zijn het onderdelen van grotere boscomplexen binnen de EHS, maar soms betreft het ook losse elementen in het landschap. Dit laatste is vaak het geval met eendenkooien.