Pad: Ecohydrologie / Standplaats, vegetatie en landschap / Water en bodem / Algemene bodemkenmerken

Algemene bodemkenmerken

Bodems met een dek van klei of beekleem duiden op overstroming met slibrijk oppervlaktewater. Deze bodems komen veel voor in het rivierengebied, het westelijke deel van Noord-Brabant (vroeger een estuarium) en in beekdalen.

Bodems met een podzolprofiel duiden op uitspoeling naar de ondergrond door wegzijging van regenwater. Het betreft dus altijd infiltratiegebieden. Hooguit treedt in natte perioden vanuit omringende hogere gronden zeer lokale kwel van mineraalarm grondwater op. Op een groot aantal plaatsen komen moerige of veenbodems op een podzolondergrond voor. Het kan gaan om laagten met een zeer fijnzandige of lemige ondergrond of andere slecht doorlatende lagen (oerbank, gyttja e.d.). In zulke bodems zijgt het water zo traag weg, dat de grondwaterstand langdurig aan of boven maaiveld staat en veenvorming optreedt. Het kan ook gaan om bodems waar het veen zich vanuit lagere delen (beekdalen, lokale laagten) over hogere gronden heeft uitgebreid (‘vermorsing').

Veenbodems zijn tijdens hun ontstaan permanent met water verzadigd (Gt I of II). In het vlakke holocene deel van Nederland traden door het geringe verval langdurig hoge (grond)waterstanden op, met veenvorming als gevolg. Op de overgang van het pleistocene naar het holocene deel speelde kwel een rol, evenals in beekdalen. Ook kon veen ontstaan door stagnatie in afvoerloze laagten, zoals afgesnoerde beekarmen, beekdaldelen die afgezonderd waren geraakt (door dekruggen of stuifzandruggen) of eeuwenlang een molenstuw hadden. Venhoogvenen en spreihoogvenen ontstonden door een gebrekkige wegzijging en stagnatie van neerslagwater, waarbij het veen boven zijn omgeving uitgroeide.

Eerdgronden zijn bodems met een donkere humushoudende bovengrond die zich heeft ontwikkeld door omzetting van plantenresten in humus:

Waar regelmatig of over grote oppervlakte bodems met een ondiepe leemlaag in de ondergrond voorkomen (op de bodemkaart aangeduid als Ln5, PLn5, t...) zal een vertraagde wegzijging van regenwater optreden. Daarover stroomt een groot gedeelte van het grondwater horizontaal af naar sloten en beken. Men moet er alert op zijn dat leemlagen, die in de lage delen van het landschap dicht onder maaiveld liggen, op de hogere delen door een dikkere dekzandlaag kunnen zijn afgedekt en dan buiten het boorbereik van de bodemkarteerders vallen. Het is daarom raadzaam ook diepere boringen te raadplegen. Deze zijn op te vragen via DINOLOKET (http://dinoloket.nitg.tno.nl/ ). Zie verder: http://www.bodemdata.nl/

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website